'Voor de Huizen van het Kind is het een uitdaging om ook in te zetten op de kracht van kinderen en jongeren'

Door Filip Stallaert - Bataljong

 

Bataljong stimuleert beleidsmakers om een ‘kindbril’ op te zetten, en dus vanuit een sterk vertrouwen in hen te kijken naar welke rol ze kunnen spelen in de samenleving. Zo ontstaat een discours dat niet enkel over hen gaat, maar dat je ook met hen voert, of dat ze zelf leiden.  

Aangezien elk beleidsdomein impact heeft op hun leefwereld, is samenwerken onontbeerlijk. Dat gebeurt ook in de Huizen van het Kind, al zien we daar wel dat de partners vaak vertrekken vanuit een verzorgende en beschermende reflex. Logisch , want kinderen en jongeren zijn kwetsbaar. Alleen zitten zij – en ook hun ouders – daardoor al snel in de rol van niét-expert: zij zijn degenen die hulp nodig hebben. Voor de Huizen van het Kind is het zeker een uitdaging om ook op hun energie in te zetten, en een evenwicht te vinden tussen kinderen beschermen en hun kracht erkennen. De kindbril opzetten, brengt ook het besef mee dat het belang van het kind niet altijd gelijkloopt met dat van het gezin. Bijvoorbeeld: ouders hebben nood aan kinderopvang, kinderen willen meer gezin- of thuistijd. Of ouders willen veiligheid, kinderen willen uitdagingen aangaan. Alleen al het benoemen van die verschillen is verrijkend.  

Een fysiek Huis van het Kind heeft ongetwijfeld voordelen, maar er zijn ook risico’s. Voor kinderen en jongeren is het vaak moeilijk om de juiste dienst te vinden, en om de stap daar naartoe te zetten. Hierdoor gaapt in heel wat gemeenten een kloof tussen jongeren en de diensten die voor hen het beleid maken. Uit leefwereldonderzoek blijkt dat kinderen en jongeren nood hebben aan duidelijk herkenbare en vertrouwde aanspreekpunten, het liefst op een plek waar ze sowieso al komen. Misschien is het een optie om locaties die mobiel werken te combineren met een klantgerichte toegankelijkheid voor de doelgroepen. 

Een andere valkuil is dat men vergeet dat een netwerk heel wat tijd en energie kost. Hoe sterker een gemeente de regie van het netwerk wil bepalen, des te meer zal ze er in moeten investeren. Elk netwerk heeft nood aan een aanspreekpunt voor de partners, iemand die verslagen maakt en de officiële communicatie op punt stelt. Hiervoor wordt al dikwijls naar het lokaal bestuur gekeken. Als bestuur moet je beseffen dat je daarnaast ook nog  andere rollen speelt, zoals die van actor, onder meer via het eigen aanbod, of die van richtingbepaler via bijvoorbeeld subsidies. Ten slotte is het ook een uitdaging om het samen te blijven hebben over de doelgroep en hun noden te blijven vertalen. Het gevaar dreigt dat je anders vooral problemen zult oplossen binnen het netwerk.  

Nu we steeds meer geïntegreerd denken over beleid, zou het al te gek zijn om de Huizen van het kind en het jeugdbeleid naast elkaar te laten functioneren, zonder samen te gaan voor die doelgroep die ze gemeen hebben: de kinderen, binnen en buiten hun gezinscontext.