Continuum geïntegreerd werken

Vaak wordt geïntegreerd werken als een continuüm voorgesteld.
Hierbij stijgt de mate van gezamenlijke planning en gezamenlijke aanbod of dienstverlening, en vermindert de invloed van de individuele organisatie.

  • De plaats op het continuüm doet geen uitspraken over "beter of slechter".  Echter, de plaats op het continuüm wordt bepaald door de lokale context, de eigenheid van de verschillende voorzieningen en de visie die ze samen nastreven om kinderen en gezinnen te ondersteunen.
  • Het is dus niet per definitie zo dat samenhuizen op 1 fysieke plek beter is dan een netwerksamenwerking.  Dit hangt af van de lokale noden van de gezinnen en de organisaties en de opportuniteiten die er lokaal mogelijk zijn.
  • Het is ook een misvatting dat iedereen, alle organisaties moeten betrokken worden.  Het is belangrijk na te denken waar de noden zijn, waar samenwerkingsverbanden het verschil kunnen maken, en waar een coalitie aangaan met partners noodzakelijk is om de doelstellingen te bereiken.  Dat betekent ook dat deze coalitie kan veranderen in de tijd, afhankelijk van de doelstellingen en/of noden.

Geïntegreerd werken is geen doel op zich maar een manier, een middel om gezinnen kwaliteitsvol te ondersteunen.

In de literatuur worden verschillende continua weegegeven.
 

Van Yperen en Haageraats stellen het als volgt voor: 

continuum

 

Deze figuur laat zien dat samenwerken verschillende gradaties kent en dat bij de verschillende gradaties verschillende instrumenten, methoden en middelen passen:

  • Geen tot minimale samenwerking: hier is sprake van separate voorzieningen, weinig communicatie tussen de betrokken professionals en weinig kennis over en begrip voor ieders rol.
  • Basaal op afstand: bij een iets verdergaande samenwerking is er nog steeds sprake van separate voorzieningen, maar er is wel meer communicatie (meestal schriftelijk).  Er is nog weinig kennis over en begrip voor elkaars rol.  Typerend is dat de betrokken professionals niet echt hoeven samen te werken, de casemanager bijv. fungeert als linking pin en probeert het aanbod af te stemmen.
  • Basaal op 1 plek; een stap verder gaat het als er fysieke nabijheid is, bijv. één gebouw waar de voorzieningen zijn samengebracht, en waar een vergadertafel is neergezet zodat het gezamenlijk gesprek met de cliënt plaats kan vinden.  Ook kan de nabijheid virtueel zijn vormgegeven door middel van een elektronsich samenwerkingsplatform.  Doo rhe tmeer directe contact ontstaat er vaak meer begrip van ieders rol en vindt er wat gemakkelijker afstemming plaats.
  • Op 1 plek met enige integratie: hier is sprake van een verdergaand delen van voorzieningen, soms ook vertaald naar enige integratie van de ondersteunende systemen.  Er zijn veel mogelijkheden voor onderlinge communicatie en coördinatie en die worden ook daadwerkelijk benut.  Feitelijk doet ieder daarin nog steeds zijn eigen ding, maar nu met een gezamenlijke planning.  
  • Getransformeerde, integrale praktijk: hier is er sprake van een integratie van voorzieningen en systemen. Er is een fundamentele waardering van ieders rol en men werkt doelgericht en planmatig met het belang van de cliënt voorop.  De deelnemers passen hun rol aan aan het belang van de cliënt.  Sommigen doen bijv. een stap terug of dragen taken over omdat dat voor de hulp of ondersteuning effectiever, efficiënter of overzichtelijker is.

    geciteerd uit:  'Leiding geven aan transformatie'

    Barnes en collega's komen tot onderstaande schema's:
barnes continuum1

Barnes continuüm gaat van:

  • Netwerking waarbij informatie wordt gedeeld vanuit een wederzijs voordeel
  • Coördinatie waarbij de netwerking wordt uitgebreid met het wijzigen of aanpassen van activiteiten of werkwijzen om een gemeenschappelijk doel te bereiken
  • Coöperatie vertrekt van coördinatie en heeft daarenboven gedeelde middelen
  • Collaboratie tenslotte gaat uit van het versterken van elkaars capaciteit om een wederzijds voordeel te bereiken

    Barnes continuum2In deze figuur tonen Barnes en collega's dat ook het vertrouwen groter wordt naarmate er meer geïntegreerd wordt samengewerkt.
    Aan de linkse zijde van het continuüm is er competitie tussen voorzieningen, er is geen samenwerking.  Daarna is er het samenbestaan 'co-exist' waar er sprake is van ad hoc connecties tussen voorzieningen.  Dit wordt gevolgd door het delen van informatie ( 'communicate' en 'cooperate'). Vervolgens is er de coördinatie waarbij voorzieningen systematisch samenwerken en hun aanpak aanpassen om gezinnen beter te kunnen ondersteunen, het doel van de samenwerking.  Aan de rechterzijde van het continuüm is er 'collaborate' dit gaat voer een samenwerking vanuit gedeelde visie en missie, gedeelde besluitvorming en gedeelde middelen. En tenslotte de volledig geïntegreerde programma's, planning en financiering.

    Gebaseerd op Inter-agency working

In het intesys-project wordt volgend continuüm beschreven:

intesys continuum
  • Bij 'fragmentatie' heeft elke voorziening zijn eigen doelen, visie en waarden. De financiering komt uit afzonderlijke bronnen en er is geen onderlinge communicatie.  Het gevolg is dat veel kinderen en gezinnen uit de boot vallen en niet de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.  De samenwerking tussen de voorzieningen is slechts anekdotisch en geïsoleerd.  Daarom werd het ook niet opgenomen in bovenstaand schema.
  • Bij 'cooperation' is er enige vorm van samenwerking: bepaalde doelen worden gedeeld en er is een beperkte gezamenlijke planning.  Maar deze planning is nog vaak ad hoc en voorzieningen buigen zich niet geamenlijk over de behoeften van de buurt, de kinderen en de gezinnen. De financiering gebeurt afzonderlijk. Hoewel de toegan tot de voorzieningen hier al iets beter is, kunnen veel gezinnen met jonge kinderen nog altijd niet terecht in de voorzieningen die ze nodig hebben.
  • In geval van 'collaboration' delen verschillende voorzieningen dezelfde waarden en visie, ze maken een gezamenlijke planning, maar er is geen gezamenlijke dienstverlening. De toegang tot de voorzieningen is hier al veel beter en er wordt rekening gehouden met de noden van kinderen, gezinnen en de buurt.
  • Bij 'coördinatie' is er een gedeelde visie om verschillende voorzieningen aan elkaar te koppelen, er is een gezamenlijke planning en een gemeenschappelijke cultuur.  Onderling en met de gezinnen en de buurt is er sprake van een open dialoog.  De diensten worden verstrekt en ondersteund door een gezamenlijke financiering.  Er is een gezamenlijke dienstverlening die tegemoet komt aan de noden en behoeften van kinderen en gezinnen, rekening houdend met de lokale context
  • Waar sprake is van 'integratie' zijn de gedeelde visie, waarden en cultuur formeel overeengekomen.  De gedeelde doelen voor kinderen en gezinnen worden gezamenlijk afgesproken en de focus ligt op de verwezenlijking van deze doelen. Eén instantie verzorgt de coördinatie van het samenwerkingsverband, en de fianciering is gemeenschappelijk.  Kinderen en gezinnen profiteren hier van toegankelijke, geïntegreerde voorzieningen, professionals zetten teams op rond het kind en de gezinnen.  We zien hier een veel grotere coördiantie binnen een netwerk van voorzieningen, met een beleidsstructuur die onder leiding staat van één organisatie. Deze vorm van geïntegreerd werken zien we ook in voorzieningen met meerdere diensten.  Alle geïntegreerde diensten bevinden zich dan onder één dak.