Op zoek naar het fundament: zeven Huizen, zeven stemmen

‘Het is niet alleen maar leuk wat we doen. Ouders samenbrengen, daar zit veel meer achter’ 

De Huizen van het Kind hebben elk een eigen gezicht, een eigen samenwerkingsverband en een eigen aanpak, maar toch willen ze allemaal hetzelfde: gezinnen beter ondersteunen door samen te werken. Hoe loopt dat in de praktijk? En waar liggen de obstakels? We trokken op tournee door Vlaanderen en stelden zeven keer de vraag: hoe doet u het?  

Hoe het begon - Ruwbouwbabbels en de sprong in het onbekende 

Hoe bouw je een huis? Met stevige funderingen, veel overleg en het nodige geduld om onverwachte problemen op te lossen. Voor de Huizen van het Kind was dat niet anders. ‘Het was een proces’, zegt Nele Bulens. In Lokeren-Moerbeke, waar het Huis van het Kind begin 2018 openging, moesten de verschillende diensten zich aanpassen. ‘We moesten allemaal leren om zaken breder aan te pakken en zo elkaars expertise en aanbod te versterken. Zodra we op de nieuwe locatie zaten, verdwenen de weerstanden snel. Intussen loopt het veel spontaner: diensten hebben nu niet meer het gevoel dat ze concurrenten zijn. Ze stappen bij elkaar binnen en toetsen af: wie is het best geplaatst voor welke situatie?’ 

‘In het begin organiseerden we ruwbouwbabbels en recepties in de ruwbouw van het pand’, zeggen Hilde Haerden en Nicole Broucke van Campus CO3 – zoals het Huis van het Kind heet in Genk. ‘Na de ruwbouwbabbels volgden de campusmomenten. We brengen er iedereen die de werkvloer deelt, vrijwilligers en professionals, samen om te feesten en te praten over wat ons bindt en hoe het loopt.‘ De eerste campus ging open in 2015, intussen zijn er al drie locaties: Genk-Zuid, Genk-Centrum en Genk-Noord. ‘Ons Huis van het Kind is een versterking van het netwerk dat er al was vanuit de opvoedingswinkel, maar nu is de betrokkenheid van de partners een stuk groter geworden. Vanuit het kader van de overheid kan je de mensen ook meer responsabiliseren; voordien was de samenwerking meer gebaseerd op goodwill. Bovendien konden we de onzichtbare muren tussen de sociale en de medische sector, het preventieve en het curatieve weghalen.’  

Ook in Erpe-Mere-Lede, open sinds het najaar van 2017, was de opstart best spannend, vertellen Joris Coppens en Carine De Meerleer. Joris, die coördinatie op zich nam, had wel al ervaring als coördinator van het lokale sociaal beleid. Dat hij het mandaat en de tijd kreeg voor het Huis van het Kind, was onontbeerlijk. ‘We hadden ook een goede samenwerking met het onderwijs via het Lokaal Overleg Kinderopvang, het begin van een netwerk. Tegelijk was er de sprong in het onbekende. Ter voorbereiding hebben we een opleiding rond samenwerking gevolgd, en twee keer een individuele coaching gehad. We richtten een stuurgroep op, en verder bracht een bezoek aan het Huis van het Kind in Zottegem ons heel wat inspiratie.’  

Het is alvast de gouden tip die ze in Lokeren hebben: investeer in goede verbindingen tussen partners. En verder ook dit: ‘Doen, springen, durven… Het proces is moeilijk, maar neem de tijd.  Je stuit op weerstanden die je niet altijd kunt plaatsen, maar blijf in gesprek gaan. Begrip voor elkaar is heel belangrijk.’ 

 

‘Doen, springen, durven… Het proces is moeilijk, maar neem de tijd.  Je stuit op weerstanden die je niet altijd kunt plaatsen, maar blijf in gesprek gaan. Begrip voor elkaar is heel belangrijk.’ 

 

Krachten bundelen en bruggen bouwen - Een win-win voor iedereen 

‘Keer op keer zijn we verwonderd over wat mogelijk wordt door samen te werken’, zeggen Lotte Verbeyst en Liesbeth Jorissen in Asse, waar het Huis van het Kind open is sinds begin 2015. Het is een verhaal dat telkens weer terugkomt: dat samenwerking misschien niet altijd vanzelf loopt, maar projecten wel vleugels kan geven. Zo speelde het Cultuurcentrum met het idee van een familiefestival in de Week van de Opvoeding. ‘We sloegen de handen in elkaar: een groep wild enthousiaste mensen, een pak zotte ideeën, met als resultaat het magische festival Waalborria. Medewerkers uit de bib en het Cultuurcentrum schreven een spannend verhaal, alle kinderen gingen daar helemaal in op, en we sloten af met een groot gezinsfeest in het Waalborre-park. Zo’n namiddag geeft veel energie. Soms gaan dingen traag en log, maar dan heb je die magische momenten om aan terug te denken.’ 

Nog een project waar ze bijzonder trots op zijn: de opening van de ruilwinkel, die samenviel met de officiële start van het huis, omdat die winkel zoveel facetten verenigt. ‘Het draait rond duurzaamheid, materiële ondersteuning van gezinnen die het moeilijk hebben, en het versterken van de sociale cohesie. Alle gezinnen maken gebruik van de aantrekkelijke winkel en voelen zich hier thuis.’ 

Enthousiasme bij de partners is vaak de sleutel tot succes, zeggen Joris en Carine in Erpe-Mere-Lede. ‘De plannen voor een spelotheek binnen ons Huis van het Kind lagen wat moeilijk, tot de bibliotheek mee in dit verhaal dook. Nu is er een mooie wisselwerking: de spelotheek draait goed, de bibliotheek heeft hierdoor 700 extra uitleningen per maand en het lokale Kind en Gezin-team biedt jonge ouders (voor)leestips rond onderwerpen als zindelijkheid, slapen, broertje of zusje op komst. Een win-win voor iedereen dus.’  

 ‘Soms bonst mijn hoofd van alle zaken waarin we betrokken kunnen worden’, zegt Greet Timmermans in Sint-Pieters-Leeuw. ‘Toch is het belangrijk om al die opportuniteiten te zien. Bij elke actie die iemand anders onderneemt, gaat dat belletje rinkelen: wat kunnen wij hier betekenen? We komen ook zelf naar buiten om deel te nemen aan andere activiteiten. Zo leren gezinnen je op een andere manier kennen en verlaag je de drempel om hier eens binnen te lopen. Tijdens de voorbereiding van de Week van de Opvoeding, brengen we partners rond de tafel om een divers programma vorm te geven. Daar werken we echt samen. Dat gevoel proberen we door te trekken doorheen het hele jaar.’ 

Een breed netwerk is de grote troef van Deurne-Noord, open sinds december 2014: ze werken nauw samen met organisaties als – onder meer - Kind en Gezin, Recht-Op vzw en Vormingplus. In het grotere netwerk zitten bijvoorbeeld de jeugddienst, de bibliotheek, het buurthuis en het sociaal restaurant, én ook de scholen, de sportdienst, de centra voor ontwikkelingsstoornissen. ‘Een holistische kijk op gezinnen is belangrijk’, zegt Dave Soetewey. ‘Een ouder die werkloos wordt, een scheiding, een verhuizing: alles wat binnen een gezin gebeurt, heeft invloed op een kind en zijn opvoeding. Je moet er wel over waken dat je het werkbaar houdt. Wij kunnen niet alles oplossen. Onze taak is mensen doorverwijzen, naar een plaats waar ze verder geholpen worden. Als ouders zonder werk zitten, dan leiden we ze toe naar de VDAB. Als mensen hier komen met papieren die ze niet begrijpen, verwijzen we naar het buurthuis, waar ze daar een dienst voor hebben. Omgekeerd kunnen onze partners naar ons doorverwijzen voor alle vragen die met kinderen en opvoeding te maken hebben.’ 

 

‘Soms bonst mijn hoofd van alle zaken waarin we betrokken kunnen worden. Toch is het belangrijk om al die opportuniteiten te zien: wat kunnen wij hier betekenen?’ 

 

Locatie, locatie - Is het echt een huis? 

Het woord ‘huis’ roept iets op: je denkt aan een gebouw, met een dak en een voordeur. Toch geldt dat voor de Huizen van het Kind niet altijd: soms zijn ze een virtueel netwerk, met diensten op verschillende locaties. Dat was bij de opstart bijvoorbeeld het geval in Sint-Pieters-Leeuw, vertelt Greet.  

‘In het begin bestonden we vooral virtueel: gezinnen moesten ons vinden via de website. Begin 2018 kregen we een nieuwe fysieke locatie, en dat maakt ons echt zichtbaar voor de burgers. Ze vinden hier het consultatiebureau, de ruilwinkel en de spel- en ontmoetingsruimte in één gebouw. Onder hetzelfde dak zitten heeft voordelen. Zo vinden sommige taalklassen van de dienst Integratie hier plaats. Anderstaligen die naar de ruilwinkel komen, kunnen we heel natuurlijk doorverwijzen naar de Nederlandse les. De lesgeefster is ook vrijwilliger in de ruilwinkel: zij vormt een warme schakel tussen beide diensten.’   

In Antwerpen zijn er zeventien fysieke Huizen van het Kind, wat meer is dan waar ook in Vlaanderen. Die Huizen moet het liefst centraal liggen, vlot toegankelijk én zichtbaar zijn, zegt Dave van de locatie in Deurne-Noord. ‘Wij hebben een vrijstaand gebouw in het hart van Deurne-Noord. In combinatie met een groot logo van het Huis van het Kind vallen we sterk op in de buurt. Een belangrijke taak van een coördinator is dan ook de bekendmaking van het Huis. Gezinnen moeten de weg kennen en weten wat we te bieden hebben.’  

‘Een fysieke locatie verlaagt de drempel voor ouders’, ondervinden ze in Lokeren-Moerbeke, waar het Huis van het Kind is ondergebracht in het stedelijk Sport- en Jeugdcomplex. ‘Ouders maken geen onderscheid tussen de verschillende partners, het is gewoon een plek waar ze terechtkunnen. Op deze site is altijd veel beweging. Mensen passeren spontaan op weg naar de markt of naar het zwembad en scholen komen hier sporten. Na school is dit ook een plek voor verenigingen en jongeren kennen de plek door de evenementen in de fuifzaal. Dit is een superlocatie om iedereen samen te brengen.’ 

Het Huis van het Kind in Poperinge-Vleteren, dat in het najaar van 2015 van start ging, is dan weer geen fysiek huis, omdat dat niet tot de mogelijkheden behoorde. Het is organisch gegroeid vanuit de believers van het bovenlokaal overleg opvoedingsondersteuning. Omdat Vleteren geen consultatiebureau Kind en Gezin had, kozen ze ervoor om een Huis van het Kind voor Poperinge en Vleteren uit te bouwen. Dat vroeg een iets andere aanpak, met antennepunten bij de kernpartners, zoals het OCMW, het Sociaal Huis, Kind & Gezin en het CLB. ‘Dit jaar wil de stuurgroep de werking evalueren‘, zegt Nele Theuninck. ‘We willen onder andere bekijken of er misschien minder antennepunten moeten zijn, zodat het allemaal duidelijker is voor de bewoners. We willen ook vermijden dat de antennepunten gezinnen vooral doorverwijzen naar het centrale punt.’ Overlappingen wegwerken is nog een uitdaging, klinkt het: ‘We vertrokken van het aanbod van de kernpartners, maar nu ga ik met de stuurgroep in dialoog, zodat er geen twee infoavonden rond hetzelfde thema in hetzelfde seizoen gepland worden.’ 

 

 ‘Op deze site is altijd veel beweging. Mensen passeren spontaan op weg naar de markt of het zwembad en scholen komen hier sporten. Jongeren kennen de plek door de evenementen in de fuifzaal. Dit is een superlocatie om iedereen samen te brengen’ 

 

Een visie uitwerken - Het doen & het denken 

De lijm tussen de verschillende diensten, dat zijn uiteraard de mensen zelf, maar ook een gedragen visie is belangrijk. Zo was het in Genk van bij het begin duidelijk dat het Huis van het Kind geen ‘bedrijvencentrum’ mocht worden, waar iedereen wel naast elkaar zit, maar geen thema deelt. ‘Iedereen moet als ultiem doel hebben dat kinderen gezond en veilig opgroeien, vanuit een gedeelde visie’, zeggen Nicole en Hilde. ‘Helaas kent onze sector een komen en gaan van werkkrachten. Je moet daarom kijken wie er nog mee is. Nieuwe vrijwilligers of professionals maken sowieso kennis met de visie tijdens verplichte introductiedagen. Zo leren ze de gebruiksaanwijzing van dit Huis kennen.’  

‘We streven er ook naar om samen met alle partners één gezamenlijk kindvisie op te bouwen’, zeggen ze in Asse. ‘Het is verleidelijk om tijd te investeren in de organisatie van activiteiten die de zichtbaarheid vergroten en waarnaar veel vraag is, maar het is belangrijk om blijvend aandacht te hebben voor een gedragen structurele aanpak.’ 

In het begin stonden ze in Poperinge-Vleteren niet zo stil bij hun visieontwikkeling: ze gingen ervan uit dat de partners min of meer op dezelfde lijn zaten, zegt Nele. ‘Gaandeweg merkte ik dat er toch verschillende meningen waren, bijvoorbeeld in het goedkeuren van subsidies voor organisaties en in het bepalen van acties. Bedoeling is om daar verder aan te werken. We inventariseerden al de bestaande visie-elementen. Met methodieken uit het boek Huis van het Kind In Zicht brengen we gelijkenissen en verschillen in kaart.’  

In Lokeren-Moerbeke zijn ze nog volop bezig met elkaar te verkennen en samen activiteiten op te zetten, maar het is wel een droom voor de toekomst om een gezamenlijk visie op te bouwen. Nele: ‘Het is een droom, maar ook een drempel want ik voel mij eerder een doe-mens. Gelukkig kan ik wel terecht bij een partner die visie-gedreven werkt. Ik moet gewoon wat meer lef hebben. Er moet een evenwicht komen tussen beleidsmatig en structureel werken, en de uitvoerende activiteiten.’  

 

 ‘Nieuwe vrijwilligers of professionals maken kennis met onze visie tijdens verplichte introductiedagen. Zo leren ze de gebruiksaanwijzing van dit Huis van het Kind kennen’ 

 

 

Over diversiteit op alle fronten - De kunst om er voor iederéén te zijn 

Een plek creëren voor alle ouders, met een publiek dat divers is, dat een andere culturele achtergrond en misschien een andere thuistaal heeft: het blijft altijd een beetje toveren. Of, zoals dat heet: het is een uitdaging.  

‘In een plattelandsgemeente is het moeilijker om kwetsbare gezinnen te bereiken’, klinkt het in Erpe-Mere-Lede. ‘In steden is er vaak een aanbod per wijk, en zijn er meer organisaties die daarop inzetten. Daarom is Welzijnsschakels zo’n belangrijke partner voor ons. Zij brengen de stem van de kwetsbare gezinnen in. Telkens als er een aanbod wordt ontwikkeld, denken we na over hoe we deze gezinnen kunnen bereiken. Via de Landelijke Kinderopvang is een opvoedingsconsulente zeven uur per week beschikbaar. Zij werkt ook sterk outreachend, via de scholen en Welzijnsschakels. Door haar low profile-aanwezigheid op bijvoorbeeld de fruit- en groenteverkoop komt ze in contact met ouders. Op het einde van de dag heeft ze een aantal afspraken op zak.’ 

In Genk organiseren ze zelfs een heuse bustour, ‘Genk binnenstebuiten’ waar je meegenomen wordt in de mijngeschiedenis van de stad. ‘Die achtergrond toont waarom kwetsbaarheid, armoede en migratie hier belangrijke thema’s zijn’, zeggen Hilde en Nicole. ‘Je gaat op die manier ook echt langs in die buurten. Er op af is ook zo’n moment waarop je naar je inwoners toegaat. We hebben nu afgesproken dat volgend jaar alle nieuwe medewerkers van de stad verplicht zijn om mee te doen aan dat programma. Je komt letterlijk binnen bij Genkse gezinnen en hun lokale context.’ 

De samenwerking met het consultatiebureau en de buitenschoolse opvang is een van de sterktes in Poperinge-Vleteren, vindt Nele: ‘Zo toon je dat het Huis van het Kind er is voor alle gezinnen. In het begin sprak men weleens over het huis van het probleemkind, maar dat is nu gelukkig niet meer zo. Ons aanbod is er voor iedereen, met acties op maat waar nodig. Ook de ruilwinkel is daar een mooi voorbeeld van. Bij de start hebben we ingezet op een uitbreiding naar leeftijd en materiaal met de pamperbank, de spelotheek en de fietsbib. Het is een vrolijke winkel en iedereen ervaart het als fijn. We verkennen nu hoe we spel en ontmoeting hier een plek kunnen  geven.’ 

Niet alleen diversiteit is een aandachtspunt, ook de vraag hoe je alle leeftijden bereikt: in principe zijn de Huizen van het Kind er voor jongeren tot 24 jaar. Maar hoe bereik je die tieners, zeker als je focus aanvankelijk op jonge kinderen lag? In Sint-Pieters-Leeuw is het consultatiebureau een partner in het Huis van het Kind, waardoor ze de jongste leeftijden te bereiken. Stilaan breiden ze nu uit. ‘Op onze maandelijkse workshops komen ook thema’s als faalangst aan bod. De jongeren zelf betrekken is niet eenvoudig. Ons gebouw met vrolijke kleuren en het bloemetjeslogo trekt hen niet spontaan aan. We lossen dat op door een goede samenwerking met de jeugddienst. We willen ook intensiever samenwerken met het JAC.’.’ 

In Asse hebben ze niet alleen ingezet op contact met de ouders, maar ook op de communicatie naar andere organisaties. ‘In een ideale wereld verwijst iedereen die in contact komt met gezinnen door naar het Huis van het Kind’, zeggen Lotte en Liesbeth. ‘Iedereen ambassadeur! Die bekendmaking is ook belangrijk om serieus genomen te worden door de overheid. Het is niet alleen leuk wat we doen. Ouders samenbrengen en koffiedrinken, daar zit veel meer achter.’ 

‘We hebben nog altijd niet de sleutel gevonden die maakt dat je alle mensen bereikt’, zegt Dave in Deurne-Noord. ‘We doen regelmatig bezoekersbevragingen om te zien wat de noden zijn in de buurt, en we hebben zelfs een gebruikersgroep waarbij we ons aanbod aftoetsen. Toch bereiken we soms maar weinig mensen voor een bepaalde workshop. We krijgen ook regelmatig vragen voor materiële hulp. We hebben een ruilboetiek waar mensen kleren kunnen ruilen, een pretloket waar mensen goedkoper tickets voor cultuur of cinema kunnen kopen. We bieden vanuit Kind en Gezin melkattesten aan waarmee mensen in de apotheek poedermelk kunnen krijgen, we gaan een luierbank starten… We doen dus veel aan materiële hulpverlening, maar we willen een Huis zijn voor iedereen, met een vergrote focus op de moeilijk bereikbare gezinnen.’ 

 

‘In het begin sprak men weleens over het huis van het probleemkind, maar dat is nu gelukkig niet meer zo. Ons aanbod is er voor iedereen, met acties op maat waar nodig’ 

 

Het belang van kritische vrienden - Pluim voor de vrijwilligers 

Tot slot nog even dit: in de Huizen van het Kind draaien vaak vele vrijwilligers mee. Ze staan in een ruilwinkel of op beurzen, stellen zelf activiteiten voor, helpen met de bekendmaking, bij uitstappen, binnen de spelotheek. Op die manier bepalen ouders zelfs een stuk het aanbod, zo klinkt het elders in die magazine. In Genk werken ze met vijftig professionals, en liefst honderd vrijwilligers. Die worden er begeleid door een opvoedingsconsulent en een vrijwilligerscoach. ‘Maar,’ zo zeggen Hilde en Nicole, ‘ze zijn vooral ook de stem van onze gezinnen, onze critical friends.’  

Hulde dus aan de ‘kritische vrienden’: als de Huizen van het Kind er voor iedereen zijn, dan komt dat zeker ook door hun enthousiasme. 

Zeven huizen, zeven stemmen 

  • Deurne-Noord: Dave Soetewey 

  • Genk: Hilde Haerden en Nicole Broucke 

  • Erpe-Mere/Lede: Joris Coppens en Carine De Meerleer 

  • Asse: Lotte Verbeyst en Liesbeth Jorissen 

  • Sint-Pieters-Leeuw: Greet Timmermans 

  • Poperinge – Vleteren: Nele Theunynck 

  • Lokeren - Moerbeke: Nele Bulens