Op zoek naar het fundament: Huis van het Kind Sint-Pieters-Leeuw

Interview met Greet Timmermans, coördinator Huis van het Kind Sint-Pieters-Leeuw

 

Het vertrekpunt: strijd tegen kinderarmoede 

“Eerst was er het Welzijnsplatform, als antwoord op de stijgende kinderarmoedecijfers in de gemeente. Kind en Gezin was daar een belangrijke partner. Vanuit die combinatie ging het lokaal bestuur verder op zoek. Samen met partners OCMW, de gemeentelijke kinderopvang, Landelijke Kinderopvang en een Vereniging voor mensen in armoede ging het Huis van het Kind van start. Het was een hele zoektocht: wat moet er komen, en welke gezinnen zijn onze focus? De oorspronkelijke aanleiding, de stijgende kinderarmoede, maakte het lokaal bestuur bang dat we er enkel voor kwetsbare mensen zouden zijn. Die verenging hebben we niet gemaakt. We zijn er echt voor iedereen, en daar zijn we trots op.” 

Van focus op de allerjongsten naar oudere kinderen 

“Het consultatiebureau als partner in het Huis van het Kind, maakt het makkelijk om de jongste leeftijden te bereiken. Ik denk dat dat bij veel Huizen zo loopt. Stilaan breiden we uit: op onze maandelijkse workshops komen ook thema’s als faalangst aan bod. De jongeren zelf betrekken is niet eenvoudig. Ons gebouw met vrolijke kleuren en het bloemetjeslogo trekt hen niet spontaan aan. We lossen dat op door een goede samenwerking met de jeugddienst. We willen ook intensiever samenwerken met het JAC: wij met de focus op welzijn, zij op vrije tijd.” 

Van virtueel naar een echt Huis 

“In het begin bestonden we vooral virtueel: gezinnen moesten ons vinden via de website. De ruilwinkel en het dienstencentrum waren plekken waar mensen echt konden binnenlopen. Net als op het spreekuur van Kind en Gezin. De nieuwe fysieke locatie begin 2018 betekende een tweede start. Het maakt ons echt zichtbaar voor de burgers. Ze vinden hier al het consultatiebureau, de ruilwinkel en de spel- en ontmoetingsruimte in één gebouw. In de toekomst willen we uitbreiden met een aantal zitdagen door partners, zoals het CLB met het eerste kleuterconsult. Ik hoop dat dit realiteit wordt! 

Onder hetzelfde dak zitten heeft voordelen. Zo vinden sommige taalklassen van de Dienst Integratie plaats in het Huis van het Kind. Anderstaligen die naar de ruilwinkel komen, kunnen we op die manier heel natuurlijk doorverwijzen naar de Nederlandse les. De lesgeefster is ook vrijwilliger in de ruilwinkel. Dus zij vormt een warme schakel tussen beide diensten.”   

Het mooiste moment? 

“De opening van het Huis van het Kind, dat samenviel met de start van het VONK-project (nvdr: VONK staat voor Vrijblijvend Ondersteuningsnetwerk voor gezinnen met jonge kinderen, en bestaat uit begeleidingstrajecten aan huis en ouderbijeenkomsten voor en door gezinnen in kansarmoede). Het was zo fijn om te kunnen zeggen waar we zitten, en we bereiken ook steeds meer mensen.” 

Kijken door dezelfde bril 

“Ons gemeenschappelijk doel is er zijn voor iedereen. We kenden elkaar al door het welzijnsplatform. Iedereen is bereid om van elkaar te leren. We zien ook wat we kunnen betekenen voor elkaar.  

De samenwerking met de scholen loopt soepel. Door het VONK-project gaan we met ouders mee naar de school. Dat zorgt voor een beter contact en meer samenwerking. We kennen elkaar goed en de scholen verwijzen vlot door.” 

Kansen zien en grijpen 

“De link met andere levensdomeinen wordt belangrijker. Dat dwingt ons ertoe om prioriteiten te stellen. Je kan niet alles doen. Tegelijk is die breedheid wel nodig om jezelf te profileren als belangrijke partner.  

Soms botst mijn hoofd van alle zaken waarin we betrokken kunnen worden. Toch is het belangrijk om al die opportuniteiten te zien, en niet in je Huis te blijven zitten. Bij elke actie die iemand anders onderneemt, gaat dat belletje rinkelen: wat kunnen wij hier betekenen? We komen ook zelf naar buiten om deel te nemen aan andere activiteiten. Zo leren gezinnen je op een andere manier kennen en verlaag je de drempel om hier eens binnen te lopen.” 

Werken met vrijwilligers 

“Vrijwilligers bieden zich eerder aan voor de ruilwinkel. Dat is zeer duidelijk, daar zien ze snel hun taken. In de spel- en ontmoetingsruimte draait het meer om gesprekken op gang brengen, het Nederlands op een spontane manier binnen brengen. Als coördinator investeer ik daar wel in: vrijwilligers coachen om hun rol te verbreden en uit hun comfortzone te komen. Het is fijn als je ziet dat vrijwilligers hun weg vinden in de organisatie.” 

De stem van de gezinnen 

“Input krijgen we op heel wat manieren. Je zet zelf je voelsprieten op. Ook scholen geven signalen over wat leeft bij ouders en kinderen. Onze Facebookpagina is zeer actief. Een oproep daar levert altijd reactie op. We zijn afgestapt van de vele flyers. De ouders die we moeilijk bereiken op deze manier, spreken we rechtstreeks aan. Dat werkt prima.