Op zoek naar het fundament: Huis van het Kind Erpe-Mere/Lede

Interview met Joris Coppens, coördinator Huis van het Kind Erpe-Mere/Lede en Carine De Meerleer, intersectorale medewerker Opgroeien

 

Een Huis van het Kind bouwen vraagt tijd 

“De start van het Huis van het Kind was een nieuw en spannend verhaal. Enerzijds was er de ervaring van Joris, die als coördinator van het lokaal sociaal beleid ook de coördinatierol van het Huis van het Kind opnam. Dat mandaat en de tijd die hij daarvoor kreeg, waren onontbeerlijk om een goede start te maken. We hadden ook een goede samenwerking met onderwijs via het LOK, het begin van een netwerk.   

Anderzijds was er de sprong in het onbekende. Ter voorbereiding hebben we een opleiding rond samenwerking gevolgd. Daarnaast hebben we twee keer een individuele coaching gehad. We richtten een stuurgroep op. Verder bracht een bezoek aan het Huis van het Kind in Zottegem ons heel wat inspiratie.”  

De eerste stappen 

“Omdat het consultatiebureau van Kind en Gezin al in dit gebouw een plaats had, hebben we ons eerst op gezinnen met jonge kinderen gericht. Je moet gebruik maken van het publiek dat al komt. Want het is niet zo evident om mensen hier te krijgen, daar moeten we geen doekjes rond winden. 

We kozen voor de inrichting van een ontmoetingsmoment, een spelotheek en een spreekuur opvoedingsondersteuning. Het vroeg behoorlijk wat overtuigingskracht om het lokaal bestuur mee te krijgen. Elk aanbod dat je uitbouwt, kost geld en de middelen zijn nu eenmaal schaars.” 

De kracht van samenwerking 

“Enthousiasme bij de partners, dat is vaak de sleutel tot succes. De plannen voor een spelotheek binnen ons Huis van het Kind lagen wat moeilijk tot de bibliotheek mee in dit verhaal dook. Nu is er een mooie wisselwerking: de spelotheek draait goed, de bibliotheek heeft hierdoor 700 extra uitleningen per maand en het lokale Kind en Gezin team biedt (voor)leestips rond onderwerpen als zindelijkheid, slapen, broertje of zusje op komst aan jonge ouders. Een win-win voor iedereen dus.  

Ook bij de ontmoetingsmomenten verzorgt iemand van het Sociaal Huis het onthaal en de koffie. Het is fijn om dat engagement te voelen.  

Toch is het niet altijd evident. Wat de brug tussen gemeentelijke diensten betreft: met sport en cultuur werken we goed samen. De huur van een nieuwe locatie (voormalig schoolgebouw), waar de buitenschoolse opvang, speelpleinwerking en kinderatelier nu samenzitten, zorgde voor een nieuwe drive. Tijdens de zomer vangt een extra sportaanbod het tekort in speelpleinwerking nu op, dat is een hele stap vooruit. 

Samenwerken vraagt tijd, dat is een proces van jaren. Maar na een tijdje ken je mekaar, en dat loont.” 

Ogen en oren open voor signalen 

“De sterkte van ons Huis van het Kind is dat we snel inspelen op signalen van de partners. Coördinator Joris is de geknipte man om af te stemmen, mensen samen te brengen, het lokaal bestuur te overtuigen,… Om het aanbod te realiseren, kopen we expertise in of zoeken we een partner die het aanbod uitwerkt. Voor veel zaken is het efficiënter om intergemeentelijk te werken. Je kan dan iemand aanwerven die in een ruimere regio werkt.  

Zo gaven de scholen en Welzijnsschakel de nood aan huiswerkbegeleiding aan. Hiervoor hebben we een Katrolwerking opgestart. De financiering haalden we binnen via een subsidie voor plattelandsontwikkeling. Op die manier konden we ook een medewerker aanwerven.”   

Gezinnen in kwetsbare situaties 

“In een plattelandsgemeente is het moeilijker om kwetsbare gezinnen te bereiken. In steden is er vaak een aanbod per wijk, en zijn er meer organisaties die daarop inzetten. Daarom is Welzijnsschakels zo een belangrijke partner voor ons. Er werkt ook een beroepskracht, wat een voordeel is naar continuïteit. Welzijnsschakels brengt de stem van de kwetsbare gezinnen in. Telkens er aanbod wordt ontwikkeld, denken we na hoe we deze gezinnen kunnen bereiken.” 

Laagdrempelige opvoedingsondersteuning 

“Via Landelijke Kinderopvang is een opvoedingsconsulente zeven uur per week beschikbaar. We hadden het geluk om samen te werken met een heel gemotiveerd en flexibel persoon. Ze werkte ook sterk outreachend, via de scholen en Welzijnsschakels. Door haar low profile aanwezigheid op bijvoorbeeld de fruit- en groenteverkoop kwam ze in contact met ouders. Op het einde van de dag had ze een aantal afspraken op zak. Dit aanbod is gratis. Het gaat om korte begeleidingen, meestal een of twee gesprekken. Vorig jaar kreeg het spreekuur opvoedingsondersteuning de trofee voor laagdrempeligheid van Welzijnsschakels.”