Op zoek naar het fundament: Huis van het Kind Asse

Interview met Lotte Verbeyst, coördinator Huis van het Kind Asse en Liesbeth Jorissen, intersectorale medewerker Opgroeien

Vertrekken van wat er al is 

“De start van het Huis van het Kind kent een lange voorgeschiedenis. Al voor de subsidieaanvraag waren er verkennende gesprekken met het OCMW rond een nieuwe locatie voor het consultatiebureau. Er was ook al het Platform Opvoedingsondersteuning, een netwerk dat partners bijeenbracht. Dat was ons vertrekpunt. We gingen op zoek: wat is er al, wat ontbreekt nog, welke partners hebben we nog nodig? 

We kregen iedereen makkelijk mee in het verhaal: het OCMW, de gemeente, CM, CLB, CAW en het lokaal team van Kind en Gezin. Je kan er moeilijk tegen zijn, tegen het principe van het Huis van het Kind. Er bestonden al mooie voorbeelden: een centraal aanmeldingssysteem voor scholen, een samenwerking tussen Kind en Gezin en de bib, een samenwerking met de dienst Integratie om gezinnen te informeren die vastlopen op de basisrichtlijnen… Samenwerken brengt meer op, dat had iedereen rond de tafel al ondervonden.” 

Altijd in beweging 

“De vijf werkgroepen van het begin zijn gaandeweg veranderd. Als je inspeelt op nieuwe noden, komen ook andere organisaties op de voorgrond. Bij de start waren vooral partners betrokken die focussen op zwangerschap tot de leeftijd van twaalf jaar. We zijn ons ervan bewust dat we daardoor mogelijke partners niet aantrekken, bijvoorbeeld secundaire scholen. Door na te denken over wat we voor hen kunnen betekenen en dat te promoten, verbreden we nu stilaan onze focus. Dat merk je ook in de veranderende samenstelling van onze stuurgroep, waar we streven naar een vertegenwoordigers uit alle levensdomeinen. Als je een netwerk natuurlijk laat evolueren, moet je waakzaam zijn voor mogelijke blinde vlekken.” 

We have a dream 

“Bij de start hebben we gewerkt aan een missie en visie, vanuit de geest van het decreet. De droom is: elk gezin kent ons, en durft binnenkomen als ze een vraag of nood hebben. 

Toch vertrokken we vooral uit concrete acties die enthousiaste mensen samenbrengen. We toetsen die visie niet constant af bij iedereen. Op momenten dat je daar dan wel bij stilstaat, kan het wel eens botsen.” 

De mooiste realisatie? 

“De opening van de ruilwinkel, die samenviel met de officiële start van het Huis. Omdat die winkel zoveel facetten verenigt: duurzaamheid, materiële ondersteuning van gezinnen die het moeilijk hebben, en het versterken van de sociale cohesie. Alle gezinnen maken gebruik van de mooie, aantrekkelijke winkel en voelen zich hier thuis. 

Ook al is een ruilwinkel starten best ingewikkeld, hier verliep dit super vlot: een fijne samenwerking, enthousiaste vrijwilligers en reacties van de gezinnen. Het was ook een mooi voorbeeld om te tonen wat een Huis van het Kind kan zijn.” 

Magische momenten 

“Keer op keer ben ik verwonderd over wat mogelijk wordt door samen te werken . Tijdens de Week van de Opvoeding in mei organiseren we een groot gezinsevenement. Dit jaar speelde het Cultuurcentrum met het idee van een familiefestival. We sloegen de handen in elkaar: een groep wild enthousiaste mensen, een pak zotte ideeën, veel goesting, met als resultaat het magische festival Waalborria. Medewerkers uit de bib en het Cultuurcentrum schreven een spannend verhaal, in een versie voor kleuters en eentje voor de lagere school. Alle kinderen gingen helemaal op in het verhaal, dat afgesloten werd met een groot feest in Waalborria. Gezinnen kwamen in een fictieve wereld terecht in het park van Asse. Alle stukken vielen zo mooi in elkaar! Zo’n namiddag geeft veel energie. Soms gaan dingen traag en log, dan heb je die magische momenten om aan terug te denken.” 

Werk aan de winkel 

“Uit de werkgroep ‘ontmoeting voor ouders’ leerden we dat ouders elkaar willen ontmoeten en ervaringen uitwisselen, zeker de thuisblijfmama’s. Daaruit is Kinderbabbels ontstaan. Dat is een oudergroep die een donderdagochtend in de maand samenkomt. Vanaf de start bereikten we maar moeizaam ouders. Het huidige groepje bestaat uit drie enthousiaste ouders: dat is een klein groepje tegenover een grote investering. We onderzoeken wat anders kan: een nieuw moment op woensdagvoormiddag, inspiratie zoeken in theorie en andere praktijken. Daarna evalueren we terug. 

Outreachend werken 

“Een aandachtspunt voor ons Huis. We hebben een werkgroep die probeert om het nabijgelegen Zellik beter te bereiken. Het vraagt een voortdurend bewustzijn van je blinde vlekken en de bereidheid om daarop in te spelen. 

In Zellik is een doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners, waaronder veel gezinnen met kinderen. Daar zou je als Huis van het Kind veel kunnen betekenen. Maar soms zijn de hogere structuren zo ingewikkeld, dat je de dienstverlening niet georganiseerd krijgt. Met alle goeie wil van de wereld, kan je niet doen wat je zou willen doen. Net voor die gezinnen die het heel erg nodig hebben. Dat gaat dan traag en log, en dat ligt niet aan ons enthousiasme (lacht).” 

Iedereen ambassadeur 

“We hebben hard ingezet op communicatie naar andere organisaties. Door een campagne die elke dienst op de hoogte bracht van wie we zijn en wat we doen. In een ideale wereld verwijst iedereen die in contact komt met gezinnen, door naar het Huis van het Kind. Iedereen ambassadeur! 

Ook naar het beleid is die bekendmaking belangrijk om serieus genomen te worden. Het is niet alleen leuk wat we doen. Ouders samenbrengen en koffiedrinken, daar zit veel meer achter. Dat ziet het beleid wel meer dan vroeger. 

In de communicatie naar ouders houden we zo veel mogelijk rekening met de gezinnen met een andere culturele achtergrond en talen. We werken nauw samen met de dienst Integratie, die onze flyers en info nalezen op begrijpbaarheid. Ook op de website proberen we ervoor te zorgen dat iedereen zich erin herkent. Via de Facebook-pagina hebben we een groot bereik, maar toch missen we een deel van de ouders. Het is zoeken hoe we die wel kunnen bereiken. Een goed kanaal is via de scholen. Voor de opening van het Huis bezorgden we de kinderen stoepkrijtjes via de scholen, om het bloemetjeslogo te tekenen op het schoolplein of de stoep. We werkten ook hard aan een huisstijl. Die beginnen de partners nu ook systematisch te gebruiken. Dat maakt de verbinding tussen partners zichtbaarder.”