INcH project

In het INcH project wordt volgend normatief kader aangereikt.

kader inch

Dit schema toont de dat er op 3 niveaus aan voorwaarden moet worden voldaan om geïntegreerde netwerken op te bouwen om kinderarmoede tegen te gaan. We halen hier een aantal kernpunten naar voren:

  • Op macroniveau: het lokale en nationale beleid dient armoede te zien als een multidimensioneel en structureel sociaal probleem, (kinder)armoede wordt duidelijke gezien als een schending van de mensenrechten. Dit impliceert een rechtenbenadering in plaats van een liefdadigheidsbenadering. Hier wordt ook gewaarschuwd voor de mogelijke risico’s die decentralisatie met zich meebrengt. 
  • Op mesoniveau: de rol van de netwerkcoördinator wordt in de verf gezet. Er worden hierbij in het INCh-project 3 rollen aangehaald, afhankelijk van de context en de noden van het netwerk: commissioner, facilitator, co-producer. De gepaste rol kiezen is dan ook uitermate belangrijk en structurele financiering voor netwerkcoördinatie is noodzakelijk. 
    Op niveau van het netwerk is het belangrijk dat de perspectieven en de rechten van de gezinnen het startpunt voor de netwerksamenwerking zijn; en dat er vertrokken wordt vanuit collectieve en individuele noden. Daarnaast wordt het netwerk ook gezien als een ‘reflectie tool’ waarbij onderliggende assumpties op niveau van het netwerk bevraagd worden.
  • Op microniveau: basismedewerkers bieden ondersteuning aan de gezinnen vanuit een rechtenbenadering. Deze ondersteuning is geen 1-richtingsverkeer maar start vanuit een dialoog met de gezinnen. Hierbij wordt zowel materiële als immateriële ondersteuning geboden, en dit steeds met respect voor de privacy en de autonomie van de gezinnen. 
     

Website

Het volledige rapport vind je op de website van de universiteit Antwerpen