Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: belevingen van ouders over inclusieve kinderopvang

Door Hanne Vandenbussche, assistent vakgroep orthopedagogiek, UGent samen met Arlette Mattheeuws van CIK Brugge en mama Githa Knockaerts

Korte omschrijving

Binnen deze thematafel worden een aantal inzichten aangehaald naar aanleiding van een onderzoek over inclusieve kinderopvang. Ouders van kinderen met bijzondere noden werden over heel Vlaanderen gevraagd om hun ervaringen te delen. Deze ouders worden dikwijls geconfronteerd met heel wat uitdagingen om opvang te vinden die aan de slag kan en wil met hun kind. We staan stil bij die beleving, met oog voor sterktes en met oog voor knelpunten.

Doelgroep

Deze thematafel richt zich naar zowel ouders, als mensen werkzaam binnen de kinderopvang.

Link met congresthema

Kinderen met bijzondere noden ervaren al van kleins af aan uitsluiting of voelen zich net welkom. Kinderen die met hun specifieke noden terecht kunnen op een plaats waar ze erbij horen, waar ze graag gezien worden om wie ze zijn, worden gesterkt in weerbaarheid en veerkracht. Uit de verhalen van ouders blijkt ook dat zij als ouder vooral zochten naar een plaats waar hun kind uitgedaagd werd, kansen kreeg, graag gezien werd en waarvan ze zagen dat hun kind zich goed voelde. Voor ouders maakt het een groot verschil om te mogen en kunnen samenwerken met mensen uit de opvang die helpen zoeken in wat hun kind nodig heeft en hoe daaraan kan worden tegemoet gekomen. We zien dat transitie daar eveneens een belangrijk thema in beslaat. Het kind gaat over naar school na de opvang en krijgt van daaruit al heel wat bagage mee. Wie is dit kind binnen dit gezin, staat centraal.

Hoe inspireert jouw bijdrage de collega's?

Het onderzoek is inspirerend voor mensen uit de kinderopvang omdat er handvatten worden aangereikt om met ouders op een verbindende manier samen te werken. Het ouderperspectief werd uitgebreid bevraagd, er is echt nood aan partnerschappen waarbij ouders met hun onzekerheid ook bij de kinderopvang terecht kunnen. Ouders worden daarnaast vooral in hun sterktes gezien waar zij veel te bieden hebben aan de kinderopvang zelf om met hun kind aan de slag te gaan. Inclusie begint van bij de geboorte. Kinderopvang maakt hier echt een verschil en kan de toon zetten voor verdere kansen en mogelijkheden die zich voor een kind ontsluiten. Daarnaast is het voor ouders inspirerend om het gevoel van ‘alleen staan’ en ‘alleen moeten zoeken’ enerzijds erkend te zien, en dat tegelijk ook blijkt dat er velen zijn met zorgen die zij kennen. Ouders leren van elkaar. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, slaat op dit samen zoeken en de noodzaak om net de verschillende perspectieven te beluisteren en samen te brengen. Wat een ouder ziet, speelt zich thuis af, in een andere context, wat een kinderverzorger ziet speelt zich af binnen de kinderopvang. Iedereen ziet waardevolle dingen om het welbevinden van elk kind te ondersteunen en na te streven.

Verslag

In deze sessie doken we in de ervarings- en belevingswereld van ouders van een kindje dat specifieke zorg nodig heeft en gebruik maken van kinderopvang. Wetenschapster Hanne leidde ons door de resultaten van een recent onderzoek van de UGent en mama Ghita maakte die informatie heel persoonlijk en levensecht door te getuigen over haar persoonlijke zoektocht. Onder het publiek waren ook twee inclusiecoaches (CIK= centrum voor inclusieve opvang) aanwezig die af en toe een verduidelijking of aanvulling deden of reflecties gaven vanuit het oogpunt van de kinderopvang.

Belangrijke highlights:

• ouder zijn van een kindje met specifieke zorg is zeer intens en zet je wereld op z’n kop. ‘Je bent omringd door experten en dit maakt dat je je als ouder heel onzeker gaat voelen. Zij weten wellicht beter wat goed is voor mijn kind.’

• verwachtingen naar kinderopvang evolueren van ‘oef, blij dat ik een kinderopvang gevonden heb die het ziet zitten’ naar ‘het verlangen om je kind te zien als elk ander kind en kansen tot verdere ontplooiing zoveel mogelijk te benutten’ en de ‘wens om heel eerlijk en open te zijn in de communicatie’. ‘Bij de start van de opvang heb ik er heel bewust voor gekozen om te doseren in de informatie die ik gaf…ik zocht naar een balans om de start goed te laten verlopen, maar hen toch niet te overdonderen uit schrik dat dit hen zou ontmoedigen’ ‘Er zijn een aantal moeilijke momenten geweest. Zo merkten we dat ons dochtertje vaak vastgebonden zat in een stoel als we haar gingen ophalen. We begrepen wel dat ze dit deden om haar te beschermen, maar toch waren we ontgoocheld dat ze met ons het gesprek niet aangingen over hoe ze dit anders konden aanpakken’.

• contacten met andere kinderen kunnen zo’n mooie interacties geven ‘Toen ons dochtertje naar school begon te gaan, vernamen we op een dag dat de kinderen van de derde kleuterschool spontaan een fanclub hadden opgericht. Elke speeltijd was er een ander kind dat zich heel speciaal om ons dochtertje bekommerde’.

• het is een enorme verademing voor ouders als therapie kan plaatsvinden in de opvang en het voordeel is dat kinderopvang op die manier ook zelf kan leren hoe ze bepaalde zaken beter kunnen aanpakken • uitgangspunt zou moeten zijn ‘elk kind, ook al heeft het een beperking, kan leren. Het is aan ons als ouders en professionelen om te ontdekken op welke manier we dat specifieke kind zoveel mogelijk kunnen stimuleren. ‘Ik heb liever dat ze ondernemend zijn en van alles uitproberen dat desnoods mislukt, dan dat ik werkjes meekrijg naar huis waarvan ik zie dat ze gemaakt zijn door de kinderbegeleider en niet door mijn dochter’

• voor de opvang is het zoeken naar de balans tussen wanneer zijn we in staat om aanpassingen te doen en wanneer gaat het om extra zorg die wij als opvang niet kunnen geven. Zolang een kindje zich goed voelt kan het naar de opvang, maar als het echt gaat om chronisch zieke kindjes, valt dit duidelijk buiten de kinderopvang. Vragen: • Waar kinderopvang regelmatig mee geconfronteerd wordt, is de situatie waarbij men vaststelt dat er ontwikkelingsproblemen zijn bij een kindje en men het gesprek hierover moet aangaan met de ouders. Het gesprek hierover aangaan met de ouders is delicaat. Hoe pak je zoiets aan ? Tip van de inclusiecoach: breng dit niet aan vanuit de positie van de expert, maar vanuit je bezorgdheid om het kindje en de wens om samen met de ouders op zoek te gaan. Inclusiecoaches kunnen kinderopvang ondersteunen in het voorbereiden van dit soort gesprekken.

• Als professioneel zie je het als je taak om mee te kijken op welke extra zorg ouders beroep kunnen doen ? Maar wat als ouders hier niet voor openstaan of dit niet aanvaarden ? Hoe ver gaat mijn mandaat als inclusiecoach om dit aan te kaarten bij ouders ?

Contact

Naam: Universiteit Gent, Henri Dunantlaan 2, 9000 Gent  

Website: https://www.ugent.be/pp/orthopedagogiek/nl 

Mail: elisabeth.deschauwer@ugent.be en hanne.vandenbussche@ugent.be

Telefoon: 09 331 03 10