Wat weten we over de behoeften van ouders omtrent opvoedingsondersteuning?

De meeste ouders zijn tevreden

De meeste ouders vinden opvoeden een positieve uitdaging met meer voor- dan nadelen. De grote meerderheid van de gezinnen geniet van de aangename en intense tijd die ze samen beleven. Ouders willen hun kinderen graag goed opvoeden. Ze streven naar een warm en veilig nest waar de kinderen genoeg ruimte krijgen om hun talenten te ontwikkelen.
Ouders ervaren zichzelf als:

  • competente opvoeders die regels uitleggen en zelfstandigheid stimuleren;
  • warm en kindgericht.

Ieder gezin is anders en uniek.
Er is een brede diversiteit aan gezinnen. Ze verschillen op vlak van samenstelling, cultureel-etnische achtergronden, taakverdeling binnen gezinnen, hoe tevreden ze zijn over het opvoeden en hoe belastend ze hun opvoedingstaak ervaren.

Veel ouders zijn wel eens bezorgd en stellen zich vragen.


Dat ouders meestal tevreden zijn over de opvoeding, betekent niet dat ze geen vragen hebben. Ook al stellen ze die niet rechtstreeks. Veel ouders zijn wel eens bezorgd over de opvoeding of over de ontwikkeling van hun kind. Het gaat daarbij zelden om langdurige twijfels of om een combinatie van verschillende zorgen.
Kleine vragen en opvoedingsgerelateerde zorgen zijn normaal. Ze komen bij elke ouder voor. En ze zijn van alle tijden. Er wordt nogal eens verondersteld dat er de laatste decennia meer opvoedingsonzekerheid is. Of dit werkelijk zo is, kunnen we echter niet beantwoorden vanuit de geraadpleegde onderzoeksgegevens. Misschien is de opvoedingsonzekerheid niet toegenomen maar is de behoefte aan informatie wel gestegen?

Hoeveel ouders hebben behoefte aan informatie en steun?
Dat is moeilijk in één zin te verwoorden. De onderzoeken verschillen immers qua opzet.

  • Volgens de oudste onderzoeken heeft 80 tot 93% van alle ouders vragen.
  • Volgens recentere onderzoeken heeft 30 tot 50%  van alle ouders vragen.
  • En ongeveer 20 tot 25% van alle ouders heeft behoefte aan extra informatie en/of steun.

Stellen ouders hoge eisen aan zichzelf en aan hun opvoedingstaak?
Dat 20 tot 25% van de ouders behoefte heeft aan bijkomende informatie en/of steun is niet per se negatief. We kunnen hieruit immers ook concluderen dat ouders hoge eisen stellen aan zichzelf en aan hun opvoedingstaak. In dit geval gaat het om gezonde twijfel of interesse en maakt het deel uit van verantwoord of betrokken ouderschap. Het feit dat ouders vragen hebben of zich zorgen maken, betekent  dus niet noodzakelijkerwijs dat er sprake is van (ernstige) problemen.
Problemen worden vandaag vaak uitvergroot, het betekent niet dat ze zijn toegenomen. Het publieke debat, de media en het aantal speciale voorzieningen accentueren vaak de problemen bij de jeugd. Toch is er volgens de epidemiologische cijfers geen toename van problemen.

Vaak voorkomende vragen van ouders

Een top tien samenstellen met de meest gestelde vragen is moeilijk. De opzet en de categorisering die gebruikt werd in de onderzoeken is te verschillend.
We  geven een aantal  belangrijke vaststellingen weer.
Ouders hebben vooral vragen over:

  1. de ontwikkeling van hun kind en de sociaal-emotionele ontwikkeling in het bijzonder;
  2. schoolgerelateerde topics;
  3. hun rol als ouder en de aanpak van de opvoeding in het algemeen;
  4. moeilijk of storend gedrag van het kind.

Ouders stellen zich in de eerste plaats vragen over de ontwikkeling van hun kind. Het valt meteen op dat dé belangrijkste vraag niet over problemen gaat. Het is ook een feit dat onze ouders en grootouders decennia geleden al vragen hadden over dezelfde thema's. In dat opzicht zijn sommige vragen of onzekerheden gewoon inherent aan het opvoeden. Ze reflecteren dus eerder de betrokkenheid van de ouders dan een probleem.

Steun uit de omgeving

Veel ouders hebben behoefte aan praten over opvoeden.
Ouders mogen dan tevreden zijn over hun rol als opvoeder, dat sluit niet uit dat ze soms onzeker zijn en vragen hebben. Dit betekent niet dat alle ouders behoefte hebben aan hulp bij de opvoeding. Wat wél blijkt, is dat veel ouders nood hebben aan praten over opvoeden.
Ouders moeten de mogelijkheid hebben om op verschillende manieren steun te vinden bij de opvoeding van hun kinderen. A. Buysse zegt immers: 'Wat voor de ene ouder een steun is, kan door een andere ouder als druk ervaren worden'.

Ouders krijgen liefst steun of informatie van iemand uit hun buurt (informele steun).
Het is duidelijk dat ouders steun uit de eigen omgeving het belangrijkst vinden. Ze verlangen doorgaans zowel informatie als andere vormen van steun van iemand uit hun onmiddellijke omgeving. 

Veel ouders wensen ook informatie of hulp van een dienst (formele steun).
Heel wat ouders zeggen ook dat ze informatie of hulp verlangen van een dienst: een laagdrempelig en inzichtelijk aanbod. Opvoedingsondersteuning door een specialist blijkt minder in trek.


Ouders krijgen in de praktijk voornamelijk steun van:

  • familie en vrienden
  • de kinderopvang
  • het consultatiebureau
  • de school

Wat de samenhang tussen informele en formele steun betreft, blijkt uit verschillende onderzoeken dat ouders die steun krijgen uit hun eigen omgeving óók officiële instanties raadplegen.
Verder blijkt dat er ook een groep ouders is die opvoedingsvragen niet bespreekt met derden (mensen buiten het gezin). Praten over opvoedingsgerelateerde zorgen is dus niet altijd evident.

Ouders zoeken vaak herkenning en bevestiging van hun eigen opvoedstrategieën.
Veel ouders halen opvoedinformatie uit tv-programma’s, uit tijdschriften of op internet. Folders en internet zijn het meest gewenst als informatiedrager.
Ouders hebben verder behoefte aan een overzichtelijk aanbod van basisvoorzieningen en zien deze als belangrijke plek voor informatie en advies. Anderen geven aan liever anoniem gebruik te maken van informatie en advies.

Er zijn verschillende redenen waarom ouders niet over opvoedingsvragen praten. Enkele Nederlandse publicaties verdiepen zich in de redenen waarom ouders geen gebruik maken van (in)formele steun. Uit deze onderzoeken blijkt dat voor ouders de situatie problematisch genoeg moet zijn om op zoek te gaan naar informatie en steun. Sommige onderwerpen zijn nog steeds taboe en komen ook niet aan bod in het informeel netwerk. Ten slotte heeft jeugdzorg in Nederland een negatief imago. Of deze vaststellingen ook opgaan voor Vlaanderen is op basis van de geraadpleegde onderzoeken niet te bevestigen of te ontkennen.

De rol van de buurt als mede-opvoeder.
Recent is er veel aandacht voor de rol van de buurt als mede-opvoeder. Het gaat dan niet zozeer over de netwerken van individuele personen maar over de effectieve woon- en leefomgeving van het gezin. De buurt kan praktische steun en advies geven en een socialiserende rol vervullen. Maar ook de inrichting van de buurt is een belangrijke factor bij het opvoeden van kinderen en jongeren. Over de mate waarin de buurt als pedagogische hulpbron wordt ervaren, is tot op vandaag slechts weinig onderzoek gevoerd.  

Behoeften onderzoeken

Je kan veel kennis halen uit bestaand onderzoek om je beleid vorm te geven: de behoeften van ouders aan opvoedingsondersteuning zijn vrijwel overal gelijkaardig. Zelf een onderzoek organiseren, is dus zeker niet altijd nodig. De tips hieronder helpen je om informatie te verzamelen voor je beleidsplanning opvoedingsondersteuning.  

TIP: Gebruik demografische gegevens om je doelgroep in kaart te brengen
In Vlaanderen en in Brussel worden er heel wat demografische gegevens verzameld. Het is een boeiende oefening om deze gegevens te consulteren en ze te vertalen naar de gevolgen voor opvoedingsondersteuning in je eigen regio.

  • Het Nationaal Instituut voor de Statistiek verzamelt gegevens op Belgisch niveau. Onder de rubriek 'Bevolking'vind je o.a.: de structuur van de bevolking met een onderverdeling in leeftijdsgroepen, info over geboorten, vruchtbaarheid, huwelijken, echtscheidingen, enz.
  • De studiedienst van de Vlaamse Regering geeft inzicht in de leefsituatie van kinderen in Vlaanderen. Sommige bevolkingsgegevens zijn te raadplegen tot op gemeenteniveau. Op de site van de studiedienst kan je ook de lokale statistieken van elke gemeente terugvinden: lokaal sociaal beleid plus cijfers over leeftijdsgroepen, geboorten, ... .
  • Op vraag van de minister van Armoedebestrijding ontwikkelde de Studiedienst van de Vlaamse Regering de Vlaamse Armoedemonitor: die brengt de armoedesituatie en -evolutie in Vlaanderen op een bevattelijke, overzichtelijke manier in kaart en houdt er ook toezicht op.
  • Kind en Gezin publiceert rapporten met relevante informatie. De organisatie publiceert jaarlijks ‘Kind in Vlaanderen’, een rapport over de leefsituatie en het welzijn van jonge kinderen. Met gegevens over de kinderbevolking, gezinnen, tewerkstelling, welvaart en armoede, externe opvoedingsmilieus, enz.
  • Het provinciebestuur verzamelt ook cijfergegevens en beleidsplannen inzake jeugdbeleid, sociaal beleid, ….

TIP: Analyseer bestaand materiaal samen met je overlegpartners
De som van de gegevens die je zelf verzamelde, de vaststellingen die deze publicatie aanhaalt en bestaande cijfergegevens vormen een interessant uitgangspunt voor een analyse in je (boven)lokaal overlegplatform. 
Je analyse is gebaat met nieuwe invalshoeken. Nodig bijvoorbeeld ook eens actoren uit andere beleidsdomeinen of een gemeentemandataris uit. De ervaringen van de verschillende deelnemers brengen cijfers tot leven. Iedere aanwezige leert zo de doelgroepen, de klanten en de behoeften beter begrijpen.
Sta bijvoorbeeld eens stil bij vragen als:

  • Hoe denken wij, professionals, dat ouders kijken naar opvoeding? Hebben we het gevoel dat ze tevreden zijn? Wat vangen we op? Waarmee hebben ouders het moeilijk? Wat kan er ondersteunend aangeboden worden?
  • Wat vinden ouders van het regionale aanbod opvoedingsondersteuning? Kennen ze het? Vinden ze het toegankelijk genoeg? Sluit het aan bij hun behoeften?
  • Hebben we in de regio bepaalde specifieke doelgroepen? Wat zijn de ervaringen van de verschillende netwerkpartners?

TIP: Zelf een behoeftenonderzoek organiseren in je regio
Om de behoeften van ouders inzake opvoedingsondersteuning écht te kennen, lijkt het evident de ouders zelf aan te spreken. De praktijk leert echter dat dit niet altijd nodig is. En dat het ook niet makkelijk is. Wil je toch een meerwaarde creëren door een bevraging te organiseren of een regionaal onderzoek te doen? Dan ga je best niet over één nacht ijs. Onderzoek doen, is een vak apart. Vlaanderen en Brussel kennen heel wat onderzoeksinstellingen. Ook universiteiten en scholen zijn vaak bereid je bij te staan. 

Aandachtspunten:

  • Ga na welke informatie er al beschikbaar is vooraleer je ouders bevraagt. De informatie die je op die manier verzamelt bij de verschillende collega’s aan de overlegtafels brengt je vaak al ver.
  • Check of je onderzoek niet in een bredere context past. Misschien kan het deel uitmaken van een ruimer onderzoek.
  • In sommige organisaties is ouderparticipatie structureel voorzien. Raadpleeg deze organisaties en/of de ouders. Zij kunnen vertellen over kansen en successen. Werk je met een vragenlijst? Dan zijn zij de ideale personen om die uit te testen.
  • Hou het kleinschalig: baken je onderzoeksvragen goed af. Geef de voorkeur aan praktijkgerichte onderzoeksvragen.
  • Zorg voor een draagvlak bij de verschillende actoren en bij je verantwoordelijken. Informeer hen regelmatig en betrek hen waar nodig zolang het onderzoek loopt.
  • Overweeg zorgvuldig welke onderzoeksmethode je wil hanteren: zet de voor- en nadelen op een rij. Is een enquête het meest geschikt voor je onderzoeksvraag? Of ga je werken met interviews of focusgroepen, …
  • In het methodiekenboek ‘Onder collega’s’’ en in de materiaalpakketten opvoedingsondersteuning vind je suggesties voor gesprekken met ouders.
  • Kies voor zo min mogelijk belastende instrumenten. Voorzie eventueel een kleine beloning voor de deelnemers aan het onderzoek.
  • Denk na over de diversiteit in je doelgroep, en voorzie een plan B voor het geval dat de respons laag blijkt.

 

 

 

Actueel: Gezinsenquête
Gezinsenquete
Themabundel

De afgelopen tien jaar is er veel onderzoek verricht naar de behoeften aan opvoedingsondersteuning bij ouders. Zowel groot- als kleinschalig onderzoek. Telkens met een verschillende methodologie. Dit maakt het vergelijken en interpreteren van de resultaten niet eenvoudig.
Daarom zet EXPOO in dit rapport de belangrijkste vaststellingen uit een 20-tal algemene Vlaamse en Nederlandse onderzoeken op een rij, gekoppeld aan bruikbare tips om zicht te krijgen op de behoeften van ouders in jouw regio.