Wat is opvoedingsondersteuning?

Definitie

Hoewel ouders doorheen de geschiedenis altijd al konden rekenen op personen die hen bijstonden met raad bij de opvoeding of een helpende hand boden, is de term ‘opvoedingsondersteuning’ pas sinds de jaren ’90 echt doorgedrongen in ons dagelijks taalgebruik.  

Wat is dat nu eigenlijk, opvoedingsondersteuning? 

Vraag het aan de gemiddelde Vlaming en hij staart je met een mond vol tanden aan. Tja, ondersteuning bij de opvoeding van kinderen zeker? Vraag het aan tien mensen uit ‘het veld’ en ze zullen je allemaal iets anders vertellen. Het lijkt iets heel logisch en eenvoudigs, maar het is toch een stuk gelaagder en genuanceerder dan je op het eerste gezicht zou denken. En doorheen de jaren is het begrip natuurlijk ook geëvolueerd. Gefinetuned, om het met een hip woord te zeggen. Een reis door de tijd: van 1992 tot nu.

1992
Opvoedingsondersteuning bestaat uit al die activiteiten die tot doel hebben de opvoedingssituatie van kinderen te verbeteren. Deze activiteiten richten zich niet op het kind, zoals bijvoorbeeld het onderwijs vooral doet, maar richten zich op de situatie waarin het kind wordt opgevoed.
In deze situatie zijn opvoedingsondersteunende activiteiten gericht op de opvoeders, maar ook op de context waarin de opvoeding plaatsvindt: het gezin, de kinderopvang, de buurt, de media, enzovoort. Kort samengevat heeft opvoedingsondersteuning tot doel de opvoeders te helpen opvoeden.
HERMANNS, Jo, Het sociaal kapitaal van jonge kinderen, Utrecht (SWP), 1992.

1999
Opvoedingsondersteuning is het geheel aan maatregelen, voorzieningen, structuren en activiteiten die erop gericht zijn de mogelijkheden van het (primaire) opvoedingsmilieu aan te spreken, te verrijken en/of te optimaliseren ten einde kinderen en jeugdigen optimale opvoedings- en ontwikkelingskansen te bieden.
VANDEMEULEBROECKE, Lieve, Gezins- en opvoedingsondersteuning in Vlaanderen: naar een geïntegreerd aanbod?, Provinciale studiedag Kind en Gezin, Limburg, 1999.

2000
De activiteiten die gezinsleden ervaren als ondersteunend of aanvullend bij de opvoeding. Ze zijn een onderdeel van de maatschappelijke dienstverlening aan ouders en kinderen, uitgaande van de erkenning van het recht van ouders op respect voor hun privé- en gezinsleven, en de erkenning van het recht van kinderen op respect voor hun privé- en gezinsleven.
BOUVERNE-DEBIE, Maria, Opvoedingsondersteuning en jeugdzorg, Gent (Academia Press), 2000.

2007
Opvoedingsondersteuning is de laagdrempelige, gelaagde ondersteuning van ouders en opvoedingsverantwoordelijken bij de opvoeding van kinderen.
Decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning (www.juriwel.be).

2008
Opvoedingsondersteuning is datgene wat ouders ondersteunend vinden.
BUYSSE, An, Opvoedingsondersteuning. Ondersteuning van gezinnen vandaag: een onderzoek in opdracht van de Gezinsbond, 2008.

Vandaag
Een brede waaier van praktijken, die ouders en opvoedingsverantwoordelijken steunen bij het opvoeden en opgroeien van kinderen en jongeren. 

En wat is dan gezinsondersteuning?

Gezinsondersteuning zijn al die activiteiten die tot doel hebben het welzijn van alle gezinnen en hun gezinsleden te bevorderen. Men richt zich hierbij op de verschillende domeinen van het gezinsfunctioneren, namelijk opvoeding en verzorging, financiën en huishouden, partnerrelaties, arbeid,... ( Vandemeulebroecke, 1995).

Opvoedingsondersteuning is een onderdeel van de totale gezinsondersteuning.

In de concepttekst 'organisatie van de preventieve gezinsondersteuning' wordt de term preventieve gezinsondersteuning als volgt omschreven:
Onder de preventieve gezinsondersteuning verstaan we het domein dat zich richt op preventieve ondersteuning van gezinnen met kinderen op vlak van opvoeding, gezondheid en psychosociale ondersteuning. Dit is te onderscheiden van de hulpverlening door de laagdrempeligheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en lagere intensiteit. Op het vlak van gezondheid onderscheidt het zich van de curatie.

Doelgroep 

Opvoedings- en gezinsondersteuning richt zich tot alle ouders en opvoedingsverantwoordelijken of tot iedereen die (mee) instaat voor de opvoeding. Daarmee bedoelen we zowel ouders, pleegouders, grootouders maar ook professionelen zoals leerkrachten, opvangpersonen, …

De nood aan ondersteuning kan heel verschillend zijn voor gezinnen.
Kousemaker & Timmers-Huigens (1985) onderscheiden vier types van gezinssituaties, afhankelijk van de ernst van de vragen van ouders m.b.t. de opvoedingssituatie: 

  • Gezinnen met een gewone opvoedingssituatie: het opvoedingsproces verloopt harmonieus. Vragen waarmee ouders worden geconfronteerd kunnen op een bevredigende manier worden opgelost door de ouders.
  • Gezinnen met een opvoedingsspanning: de ouders ervaren ongerustheid en onzekerheid over het eigen handelen. De opvoeding is onder druk komen te staan.
  • Gezinnen met een opvoedingscrisis: het handelen van de opvoeder is niet toereikend en ouders nemen in toenemende mate hun toevlucht tot noodoplossingen. Zij zijn ontevreden over de situatie en hebben ambivalente gevoelens over het kind.
  • Gezinnen met opvoedingsnood: er worden ernstige opvoedingsproblemen ervaren. De balans tussen risico- en protectieve factoren is ernstig verstoord. Er is intensieve hulp nodig om uit de impasse te geraken.

Progressief universalisme
Opvoedings- en gezinsondersteuning richt zich tot alle gezinnen onafhankelijk de gezinsvorm of situatie.   
Dit omvat een basisaanbod voor elk kind en voor elk gezin (universeel), met aansluitend en geïntegreerd een supplementair aanbod (progressief) voor gezinnen met specifieke noden.
Een progressief universeel aanbod staat dus voor een aanbod voor iedereen, wat betekent dat je niet hetzelfde zal doen voor iedereen, maar je aanbod zal aanpassen naargelang de noden.

De focus van preventieve gezinsondersteuning ligt ook niet enkel op het gezin als leefomgeving in de enge betekenis van het woord. Ook andere leefsituaties waar kinderen en jongeren opgroeien spelen immers een belangrijke rol.

Uitgangspunten

Belangrijke uitgangspunten van opvoedings- en gezinsondersteuning zijn:

  • Laagdrempelige ondersteuning: dit betekent dat er hulp wordt geboden die makkelijk te bereiken is. Verschillende elementen dragen hiertoe bij, bijvoorbeeld gemakkelijk bereikbaar, een vrijwillig toegankelijk aanbod, goedkoop, niet-stigmatiserend contact, cultuursensitief,…
  • Ouders centraal: als ouders centraal staan in je werking, werk je vraaggericht en op maat. Je neemt elke vraag van ouders serieus en houdt rekening met hun behoeften, wensen en noden. Je gaat in dialoog met de ouders op zoek naar een gepast antwoord op hun vraag.
  • Van en voor alle gezinnen: opvoedingsondersteuning wil er voor alle ouders zijn. Voor de ene ouders is dit soms, voor de andere heel vaak. Door gezinnen te laten participeren en meer inspraak te geven in het aanbod en de dienstverlening, kan je de noden beter inventariseren en de kwaliteit van de dienstverlening verhogen.
  • Vanuit een groeimodel: vanuit een groeimodel werken (empowerment) betekent dat je een attitude aanneemt en acties onderneemt die gericht zijn op het vergroten van de autonomie van ouders.
  • Een positief beleid: het is belangrijk te vertrekken vanuit een positieve visie op opvoeding en opvoedingsondersteuning. Dit betekent tdat de kracht en de mogelijkheden van ouders en kinderen centraal staan. Wie ouders en opvoeders wil ondersteunen bij een positieve opvoeding, moet ook werken aan een positief kind- en gezinsbeleid.
  • Methodisch werken: methodisch werken betekent dat je de vraag van de ouder goed beluistert en analyseert met wat de vraag te maken heeft, je daarna doelen bepaalt en je een strategie of strategieën kiest om dit doel te bereiken.
Online leermodule
intro webcursus