Wat is mediaopvoeding?

Mediaopvoeding is het onderdeel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het media-aanbod om te laten gaan en ervoor te zorgen dat ze media uiteindelijk zelfstandig kunnen gebruiken. Dat betekent dat kinderen en jongeren:

  • de inhoud van het media-aanbod begrijpen: kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten, en weten hoe media invloed kunnen uitoefenen
  • hun tijdsbesteding zelf in de gaten kunnen houden en begrenzen
  • kunnen overzien hoe zij zelf informatie uitdragen via de media en weten hoe die informatie door anderen kan worden gebruikt

Vaak focust men op de omgang met audiovisuele media (internet, gamen, film, televisie, social media), maar ook omgaan met radio, kranten, tijdschriften en boeken behoort tot mediaopvoeding.

Media spelen een steeds grotere rol in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Media kunnen leuk, leerrijk en verrijkend zijn, maar ook risico’s met zich meebrengen. Begeleiding door ouders en andere opvoeders is daarom van groot belang, zodat kinderen leren om bewust om te gaan met de media.

Ouders doen niet altijd bewust aan mediaopvoeding, maar wat ze doen en laten, heeft wel altijd invloed op het opgroeien van hun kinderen. Wel of geen Nintendo Wii Fit kopen, de tijd die ouders zelf aan internetten of lezen besteden, en het enthousiasme om te twitteren of via sms te stemmen bij tv-shows, zijn allemaal signalen voor hun kinderen hoe je met media omgaat.

Is mediaopvoeding dan zoveel anders dan ‘gewoon’ opvoeden?

Mediaopvoeding als aparte categorie is een relatief nieuw gegeven. De digitale revolutie zorgde immers voor een online wereld naast de offline wereld. Kinderen zijn de digital natives en zijn sneller en vertrouwder met deze wereld. Als opvoeders schrijven we momenteel een stukje nieuwe geschiedenis. De volgende generatie zal al heel wat kennis en vaardigheden op zak hebben om hun kinderen makkelijker te begeleiden in de toekomstige online wereld.

Voor kinderen en jongeren is de online wereld geen onderdeel van de wereld. Het is gewoon de wereld, de twee lopen naadloos in elkaar over. Ze worden wel eens de ‘heads down generation’ genoemd. Online tools zijn voor kinderen als de snoepwinkel van vroeger. Ze proberen, proeven en switchen naar het volgende als het niet bevalt. Ze zijn voortdurend virtueel omringd met heel veel personen met wie ze kunnen ‘sparren’ (van gedachten wisselen). Technisch zijn kinderen heel snel mee met de laatste nieuwe trends. Toch missen ze nog een gezonde terughoudendheid en hebben ze het moeilijk als het om het afbakenen gaat van grenzen in hun online gedrag en het bepalen van waarden en normen. Ze hebben volwassenen nodig om samen de grenzen te bepalen en kritisch te leren kijken.

Inzetten op bewustmaking en begeleiding

Als volwassene is het belangrijk om niet te oordelen. Contacten via Skype, Whatsapp en andere apps zijn voor kinderen evenwaardig met live sociaal contact. Door parallellen te trekken met hoe men zich gedraagt ‘in real life’ beseffen kinderen dat alles wat ze online doen, ook gedrag is maar dan met een digitaal sausje eroverheen. En dat de interacties online dus altijd door twee (of meer) partijen bepaald wordt. Als opvoeder kan je je kind sterker maken in zijn online gedrag. Door te praten, duidelijk te maken dat je kind bij je terecht kan, leren om de nare kanten van internet te herkennen en de deur daarnaartoe dicht te houden.

Je kan nooit alles afschermen en controleren. Beter is het om in te zetten op bewustmaking en begeleiding, en op een gezamenlijke ontdekkingstocht. Want wat geldt in het opvoeden in de offline wereld, gaat ook op voor mediaopvoeding: een autoritatieve opvoedstijl, waarin warmte en sensitief-responsief reageren gecombineerd worden met duidelijke en consequente regels, werkt het best. Autoritatieve ouders stellen samen met hun kind regels op die passen bij de ontwikkeling van hun kind, leggen uit waarom die regels nodig zijn en handhaven die regels consequent. Ze bieden structuur in een liefdevolle relatie. Deze opvoedstijl bevordert zelfcontrole bij een kind (= het vermogen om impulsen en verleidingen te weerstaan), een onmisbare competentie om zelfstandig om te gaan met mediagebruik.