Waarom een proportioneel universele benadering?

Om gezondheids- en welzijnsongelijkheid aan te pakken kunnen verschillende uitgangspunten gekozen worden. Er kan gekozen worden voor een beleid met enkel interventies gericht op specifieke doelgroepen of specifieke vaak kansarme buurten. Deze benadering kunnen we zien als categoriale benaderingen, bijvoorbeeld enkel gericht op gezinnen met een migratiegeschiedenis. We kunnen ze ook zien als territoriale benaderingen, bijvoorbeeld enkel gericht op de meest achtergestelde buurten.

Louter territoriale en/of doelgroepgerichte (categoriale) benaderingen kunnen dan wel positieve gezondheids- of welzijnseffecten hebben voor een bepaalde groep, ze hebben ook een segregerend effect. Ze stigmatiseren en ontzeggen de toegang aan mensen die misschien wel nood hebben maar (net) niet aan de doelgroepomschrijving beantwoorden of (net) niet in het omschreven gebied wonen.
Deze benadering zet ook druk op de solidariteit tussen de bevolking, wat een belangrijke voorwaarde is om publieke voorzieningen te blijven financieren en steunen.
Tenslotte zal deze benadering zelden tot structurele veranderingen leiden omdat zij zich slechts tot een deel van de bevolking richt en andere organisaties en dienstverleners niet uitdaagt tot verandering op vlak van toegankelijkheid.

Tegenover een louter categoriale of territoriale benadering kan gekozen worden voor een beleid dat zich richt op de gehele bevolking. Deze kunnen we zien als universele benadering. Deze benadering vertrekt vooral vanuit een streven naar de realisatie van sociale rechten, zoals onderwijs, gezondheid, werk, wonen,…
Dit gebeurt vanuit de overtuiging dat het realiseren van sociale rechten bijdraagt tot de participatie van mensen aan de samenleving.
Het feit dat mensen ten volle kunnen participeren leidt tot gezondheids- en welzijnswinst. Het biedt de basis voor de uitbouw van algemeen beschikbare, toegankelijke en kwaliteitsvolle basisvoorzieningen. Het zijn voorziening voor iedereen zoals onderwijs, gezondheidszorg, gezinsondersteuning, maatschappelijke dienstverlening,…

Dienstverlening opzetten vanuit een universele benadering met het oog op het realiseren van sociale rechten biedt evenwel geen garanties dat deze beantwoordt aan de diversiteit aan noden waarmee en condities waarin mensen leven. 
Vaak gaat men er in een universele benadering verkeerdelijk van uit dat gelijke dienstverlening voor iedereen, ook een gelijke impact heeft.
Daarenboven ligt eén van die vaak beschreven uitdagingen van een universele benadering in het Mattheuseffect. Hierbij halen hogere inkomensgroepen relatief gezien meer voordeel uit sociale voorzieningen dan lagere inkomensgroepen.  

Een proportionele benadering binnen een universeel opzet houdt in dat men in wat men doet te variëren in intensiteit en schaal in functie van noden. Zo kan dit effect gecounterd worden en worden de diversiteit aan noden wel in rekening gebracht.
De proportionaliteit doet recht aan het verschil en is inclusief.

Elk gezin telt
Elk gezin telt