Uitgangspunten en werkingsprincipes

Ontmoetingsplaatsen vertrekken van een aantal uitgangspunten zoals het opvoedkundig weten, kindgerichtheid, autonomie en verbondenheid. 

  • Opvoedkundig weten
    Ontmoetingsplaatsen vertrekken van een opvoedkundig weten dat uniek is voor elk kind en zijn/haar opvoeder(s) in hun context. Dit wil zeggen dat men niet vertrekt van een vooropgestelde definitie van positief ouderschap. Er wordt uitgegaan van een weten dat in ontwikkeling is en deels onbewust is.
  • Gerichtheid op het kind
    Door de aanwezigheid van het kind in de ontmoetingsplaats zal het kind vaak spontaan aanleiding zijn van de gesprekken. Het blijkt ook dat opvoedingsverantwoordelijken vaak gebruik maken van een ontmoetingsplaats omwille van de kansen dat dit biedt voor de kinderen. De sterke gerichtheid op het kind en haar/zijn relaties komt op verschillende manieren tot uiting in de werking (zie verder). Een voorbeeld is dat bij het binnenkomen de naam van het kind wordt genoteerd. Op deze manier krijgt het kind een eigen plaats, die ook zichtbaar is voor anderen.
  • Autonomie en verbondenheid
    De ontmoetingsplaats biedt jonge kinderen de ruimte om autonomie te verwerven. Een kind zet in de ontmoetingsplaats als het ware een stap in de wereld, stappen los van de ander maar in diens bijzijn. Tegelijkertijd gaat autonomie steeds gepaard met verbondenheid. Het is in relatie tot anderen dat we ons ontplooien. In die zin is de ontmoetingsplaats een plaats waar het samenleven centraal.

In de werking van ontmoetingsplaatsen komen een aantal principes vaak terug: aandacht voor taal, vrije confrontatie, de ruimte en het alledaagse.

  • Taal en verhalen
    Binnen het “gezellig spreken” over kinderen, koetjes en kalfjes, toerisme, enkele bezorgdheden, de koffie … vallen er “waarheden.” In het spreken met andere ouders en het “schrijven” van het eigen verhaal, stelt zich de vraag naar wat we belangrijk vinden in de opvoeding en wat we aan onze kinderen willen doorgeven. Ontmoetingsplaatsen zijn in die zin ‘places where parents are trying to find out who is willing to share their voice, and also, importantly, to find out which voice is theirs” ( Ramaekers & Suissa, 2010). Ook kinderen drukken hun “verhalen” uit op een verbale en non-verbale manier: via gedrag, spel, gebrabbel. Het is aan de medewerkers om taal te hebben voor het hypothetisch verlangen van het kind en om de openheid van dialoog te bewaren. Zij zorgen ervoor dat er ruimte voor open confrontatie gecreëerd wordt zodat ouders zelf en via elkaar een weg vinden bij het opvoeden van hun kinderen.
  • Vrije confrontatie
    De medewerkers en de ruimte faciliteren “confrontatie” tussen ouders zonder dat dit intentionele, rationele processen zijn. Door de ontmoeting met andere ouders worden opvoeders geconfronteerd met verschillende opvoedingswaarden en stijlen. Kortom: via de ontmoeting komt men in aanraking met een diversiteit aan relaties en opvattingen. Deze confrontatie is niet vrijblijvend omdat het verschil hoe dan ook confronterend werkt. Dit leidt ook tot confrontatie met jezelf. Maar deze confrontatie overstijgt ook het individuele niveau. Men voelt zich opgenomen in de groep van “ouders”, binnen de gemeenschap, de samenleving.
  • De ruimte
    De fysieke en psychische ruimte spelen een belangrijke rol in de ontmoetingplaats. De fysieke ruimte voor het kind heeft betrekking op de aantrekkelijke spelomgeving omdat kinderen via het spel in de wereld staan. Daarnaast maakt de wijze waarop de ruimte gestructureerd is het exploreren en verbreden van relaties mogelijk. (bijv. de organisatie van de zithoeken, zal er op een “ongedwongen” manier toe leiden dat opvoedingsverantwoordelijken mekaars aanwezigheid kunnen opzoeken, indien zij dit wensen). Ouders krijgen ook ruimte om tot rust te komen, zich afzijdig te houden of juist met andere opvoeders te praten als ze daar zin in hebben. Ten slotte is de ruimte een weerspiegeling van de kinderen en ouders die er aanwezig zijn. Zo is de inrichting van de ruimte en het aanbod van materialen afgestemd op de onderwerpen die kinderen bezighouden.
  • Het alledaagse
    De concrete interacties die op het moment zelf plaatsvinden, zijn vaak het onderwerp van gesprek. Verder betekent dit dat bij elk nieuw contact met eenzelfde ouder of kind eenzelfde soort van openheid wordt getoond. Vanuit de medewerkers wordt er niet verwezen naar voorgaande gesprekken of volgende.