Tips om gezinnen met een migratiegeschiedenis beter te bereiken

In de literatuur vinden we verschillende strategieën en aandachtspunten terug om gezinnen met een migratiegeschiedenis beter te bereiken. Volgende aandachtspunten worden regelmatig benoemd:

Bekendheid is een eerste vereiste. Onbekendheid maakt de drempel hoog. Allochtone gezinnen vinden het niet vanzelfsprekend binnen te lopen of te bellen naar een organisatie. Werken aan bekendheid kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bestaande, door succesvolle activiteiten die al veel allochtone ouders bereiken.

Gerichte communicatie. Om de toegankelijkheid van de organisatie te vergroten, is het bijv. van belang om het promotiemateriaal en je openingsuren te laten beoordelen door de doelgroep zelf. Aanpassingen in taal en communicatie kunnen nodig zijn: bijvoorbeeld door het inzetten van tolken of professionals met dezelfde culturele achtergrond of van vertaalde en aangepaste materialen. Letterlijke vertaling van materialen is overigens niet voldoende. Het is belangrijk gebruik te maken van woorden en uitdrukkingen die passen binnen de cultuur van een groep.

Een open outreachende benadering. Het is belangrijk dat professionals outreachend werken en de groep  actief benaderen. Ze moeten er rekening mee houden dat de opvattingen van allochtonen over een gezonde ontwikkeling, opvoeding en zorggebruik kunnen afwijken van de westerse standaard. Ook zijn veel allochtonen eerder geneigd hun opgroei- en opvoedproblemen als lichamelijke klachten te formuleren dan autochtone cliënten. Alleen met een open en onbevooroordeelde houding kunnen professionals effectieve ondersteuning bieden. Een mogelijkheid is ook om ondersteuning te bieden op plekken waar mensen zich veilig voelen en met gelijkgestemden onder elkaar kunnen zijn, bijvoorbeeld bij inburgering- of taalcursussen. Belangrijk is dat de jongeren en ouders die van een aanbod gebruik willen maken hier ook snel terecht kunnen.

Contacten met migrantenorganisaties. Het verlagen van drempels kan ook door het leggen van contacten met migrantenorganisaties en sleutelfiguren, vindplaatsgericht werken, zo mogelijk met intermediairs.

 

Locatie en uitstraling. Het is belangrijk dat de uitstraling niet probleemgericht is. De dienst moet een positief en multicultureel imago hebben waarbij iedereen zich thuis voelt. Het liefst zien allochtone ouders een voorziening waar gezelligheid en het dienstverleningsaanbod aan elkaar gekoppeld zijn. Optimaal wordt gekozen voor een gekende omgeving: school, buurthuis, CLB, zelforganisaties, …

Bejegening. Het succes van de hulp zit niet zozeer in het inhoudelijk kunnen beantwoorden van de vragen. Het zit in de bejegening van ouders:  Ouders benaderen vanuit een probleemvisie wordt best vermeden.

Intercultureel vakmanschap. Professionals moeten bepaalde competenties hebben: een open, respectvolle houding, aandacht voor de eigen ‘culturele bril’ en kennis van verschillende culturele achtergronden zonder daarbij te generaliseren.