Theoretische referentiekaders spel en ontmoetingsplaatsen

Verschillende theoretische referentiekaders zijn inspiratiebron voor spel- en ontmoetingsplaatsen.

Reggio Emilia - Loris Malaguzzi

De grondlegger van de pedagogiek van Reggio Emilia is de Italiaan Loris Malaguzzi ( 1920-1994), een psycholoog, pedagoog en filosoof met zeer vooruitstrevende ideeën over onderwijs aan jonge kinderen, die hij met eigen ideeën en ervaringen combineerde tot een eigen pedagogiek.
Na enkele jaren te hebben gewerkt met door de oorlog getraumatiseerde jongeren, ontdekte Loris Malaguzzi hoe belangrijk diverse uitingsvormen zoals beeld, theater, bewegng, enz. waren voor deze jongeren om te kunnen communiceren over wat er in hen omging.  Deze ervaringen vormden mee het vertrekpunt van zijn Reggio-Emiliabenadering.  Het is een pedagogiek die voornamelijk wordt toegepast binnen de kinderopvang.

Vier centrale concepten:
 

  • Een krachtig kindbeeld. Een kind is krachtig, creatief, vol mogelijkheden, competent, intelligent, uit op ontdekking, nieuwsgierig, leergierig, sociaal en uit op communicatie.  Kinderen hebben in potentie alles in zich wat ze nodig hebben om te kunnen ontwikkelen.  Het zijn zelf constructeurs en regisseurs van hun ontwikkeling.
  • De honderd talen van kinderen. Kinderen beschikken over honderd talen om zich in uit te drukken en om te communiceren: via woorden, in hun crativiteit, in hun fantasie, in hun bewegingen, enz.  Al deze vormen van communicatie zijn van belang, omdat elke vorm zijn eigen zeggingskracht en mogelijkheden heeft.  
  • De pedagogiek van het luisteren. Om van de kinderen zelf te leren hoe zij zich ontwikkelen en met welke strategieën zij leren, is het belangrijk om zorgvuldig naar hen te kijken en te luisteren.  Wat houdt kinderen bezig?  Wat hebben zij nodig om een stap verder te kunnen gaan in hun spel? Hoe kunnen kinderen verder worden uitgedaagd en gestimuleerd? 
  • De 3 pedagogen. Kinderen leren het meest van elkaar, voor elkaar zijn zij de eerste pedagoog.  Volwassenen zijn de tweede pedagoog die inspelen op de diverse uitingsvormen van kinderen door hen een aanzet te geven om verder te ontwikkelen.  De omgeving en al zijn aspecten ( ruimtelijk, visueel, geluiden, geuren en kleuren) vormen de derde pedagoog.  
     

Maisons Vertes - Francoise Dolto

De eerste Maisons Vertes ( de naam werd bedacht door de eerste jonge bezoekers, die het zo noemden omwille van de groene rolluiken) werden opgericht door Francoise Dolto ( 1908 - 1988), een Franse kinderarts en psychoanalyticus.  Het zijn huizen waar ouders en hun kinderen onder de drie jaar elkaar ontmoeten en ze fungeren als intermediaire ruimten tussen het gezin en de kinderopvang of de school.  Ouders leren er naar hun kinderen te luisteren en hen als volwaardige subjecten te erkennen.

De theorie achter 'la Maison Verte' stelt dat ondersteuning van de vroegkinderlijke ontwikkeling psychische en sociale problemen kan voorkomen.  Centraal staat het inzicht dat het spreken met en luisteren naar baby's en peuters hun psychosociale ontwikkeling ondersteunt en bevordert. Daarnaast is een Maison Verte een veilige omgeving waar jonge kinderen leren omgaan met en experimenteren met sociale regels.  Het is een ruimte dat vrije confrontatie met anderen mogelijk maakt.

Principes: 

  • De volwassene die het kind begeleidt, dient in de ruimte te blijven en blijft verantwoordelijk voor het kind.
  • De kinderen blijven administratief anoniem ( enkel voornaam en leeftijd worden genoteerd bij het binnenkomen).
  • Er wordt een kleine symbolische bijdrage gevraagd.
  • Er zijn een aantal regels die moeten gerespecteerd worden, waaronder het niet overschrijden van de symbolische rode lijn.

 

Het kleine ontmoeten - Ruth Soenen

Ruth Soenen is antropologe van opleiding en onderzoeker aan het Onderzoekscentrum voor Interculturalisme, Migratie en Minderheden.  Via etnografisch onderzoek verkent zij alledaagse relaties in de stedelijke omgeving.  Ze verrichtte onderzoek in volkswijken, scholen en collectieve ruimtes in de stad in het kader van het denken over diversiteit, leren, gemeenschap en publieke ruimte.  In plaats van de diepgaande en duurzame relaties werden de kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekende mensen bestudeerd.

Het kleine ontmoeten is ene belangrijke inspiratiebron bij het ontwikkelen van onze spel- en ontmoetingsruimtes.  De wetenschappelijke anlayse van dit kleine ontmoeten bleek inspirerend voor een andere kijk op diversiteit, gemeenschap en interventies binnen een open ruimte zoals spel- en ontmoetingsruimten.

De wereld van kortstondige en vluchtige contacten tussen onbekenden is kenmerkend voor een spel- en ontmoetingsruimte.  Via small talk vinden de bezoekers elkaar en één kleine interactie kan een serie van kleine contacten in gang zetten waardoor er een bepaald sociaal klimaat wordt gecreëerd waarin alles kan en niets moet.  Zo kan een spel- en ontmoetingsruimte gezien worden als een overdrekte bank in het park die kansen biedt en het kleine ontmoeten mogelijk maakt.

Bron: Visietekst spel en ontmoetingsruimte Huis van het KInd Leuven