Stimuleren van de taalontwikkeling

Ouders en andere opvoeders spelen een belangrijke rol in de taalontwikkeling. Je vindt hier heel wat tips om die ontwikkeling te stimuleren.
Het is heel belangrijk dat dit op een natuurlijke, spontane manier gebeurt. Kinderen leren geen taal door ‘taallesjes’ te geven. Wel doorheen dagdagelijkse bezigheden zoals tijdens het eten, verzorgingsmomenten, een wandeling samen,...Dit kan door te verwoorden wat er gebeurt, wat een kind ziet en door te reageren op wat het zelf zegt. Taal leren gebeurt ook spelenderwijs, zoals bijvoorbeeld door liedjes te zingen, rijmpjes op te zeggen of met klankspelletjes.

Baby's stimuleren

Baby’s praten nog niet in de enge betekenis van het woord, maar ze reageren wel op taal. Ze vinden het heerlijk als je tegen hen praat. Dit kan de hele dag lang, maar zeker ook tijdens het eten en verzorgingsmomenten. Door te vertellen wat je ziet en doet leert een baby luisteren naar taal. Door middel van klankspelletjes, liedjes, rijmpjes, verhaaltjes… speel je samen met taal.

Gesprekjes voeren

Het is belangrijk om een kind kansen te geven om te spreken. Enkele tips:

  • Kom op ooghoogte met het kind.
  • Stimuleer het kind om te spreken, maar dwing het nooit.
  • Sluit aan bij de belangstelling van het kind.
  • Wacht! Geef het kind tijd om te reageren. Neem het woord niet te snel over.
  • Toon oprechte aandacht voor wat het kind zegt en doet.
  • Reageer spontaan en zorg onmiddellijk voor nieuwe spreekkansen.
  • Lok spontane reacties uit door zelf iets ‘geks’ of ‘fouts’ te zeggen

Vragen stellen

Door vragen te stellen, krijgt een kind spreekkansen. De vragen bepalen hoe het gesprek verder verloopt. Zo zijn open vragen moeilijker, maar wel meer stimulerend dan gesloten vragen.

  • Bv. ‘ Speel je met blokken?’ (gesloten vraag) in plaats van ‘ Waarmee speel je? (open vraag)’
  • Bv: ‘Hoe wil je die doos dichtmaken?’ (procesvraag)
  • Bv: ‘Heb jij al eens een brandweerwagen gezien?’ (ervaringsvraag)
  • Bv: ‘Welk dier legt eitjes?’ (kennisvraag)

Ook aan baby’s kan je vragen stellen. Las een pauze in zodat het kan reageren door een ‘uh’, een glimlach, een beweging met de handjes, … Antwoord zelf ook eens om het gesprekje verder te kunnen zetten. Tips:

  • Stel vaak genoeg vragen om een kind spreekkansen te geven.
  • Stem de vraag af op wat je kind aankan, maar daag een kind ook uit.
  • Stel natuurlijke vragen, vragen die voortvloeien uit waar een kind mee bezig is of over iets wat het kind boeit.

Inspelen op wat kinderen zeggen en reageren op fouten

Als een kind spontaan iets zegt of antwoordt op een vraag, is het van groot belang om daar positief op te reageren. Dat kan je door op zeer verschillende manieren reageren:

  • Vraag naar meer details of nieuwe aspecten. Zo worden de spreekkansen groter en merkt het kind dat er interesse is in wat hij vertelt.
  • Is het onduidelijk wat een kind bedoelt, herhaal dan wat het vermoedelijk zegt. Doe dit op een vraagtoon om bevestiging te krijgen.
  • Daag een kind uit door te reageren op een speelse, plagende of uitdagende manier op wat het doet en zegt.
  • Met doorvragen kan je meer informatie achterhalen over wat het kind doet/denkt/voelt.
  • Bij een kind heeft het zeer weinig effect om fouten expliciet te verbeteren. Reageer op foutjes door in het antwoord de juiste vorm aan te bieden. Dit ‘terugkaatsen’ is erg goed voor de taalverwerving. Bijvoorbeeld: Kind: ‘Been gebreekt!’ Papa:’Oei oei! Dat popje heeft haar beentje gebroken!’ (terugkaatsen)

Een rijk taalaanbod aanbieden

Tijdens het praten met baby’s en kinderen, is de verleiding vaak groot om de taal te vereenvoudigen. Bv. door voorwerpen aan te wijzen en er de aandacht op te vestigen met woordjes als ‘dat’, ‘hier’, ‘kijk’, ‘zo’,... Het is echter belangrijk om op een rijke, niet vereenvoudigde manier tegen hen te spreken. Vertrek vanuit concrete ervaringen die zich hier en nu voordoen. Praat op een natuurlijke manier met het kind, zonder de taal te beperken. Het jonge kind leert klanken, woorden en intonatie door gewone, dagdagelijkse situaties te verwoorden. Tips:

  • Praat spontaan en natuurlijk over wat het kind doet en beleeft.
  • Gebruik een rijke en gevarieerde taal.
  • Spreek in korte, maar volledige zinnen.
  • Praat rustig.

Een begrijpelijk taalaanbod aanbieden

Als je praat met een kind, is het onvermijdelijk om woorden en uitdrukkingen te gebruiken die hij nog niet (actief) beheerst. Rijke taal loopt vooruit op wat je kind al zelf kan zeggen. Nieuwe woorden moeten wel begrijpelijk gemaakt worden. Een kind leert het best wanneer ze het onbekende kunnen vasthangen aan iets bekends. Je gaat hierbij best na of het kind de boodschap begrepen heeft. Tips:

  • Maak nieuwe taal zichtbaar en tastbaar door ze visueel te ondersteunen door prenten, gebaren, voorwerpen, aanwijzen,…
  • Bied nieuwe taal aan tijdens activiteiten (bv: ‘rijden’: met een echt autootje), tijdens ervaringen (bv: ‘brrrr’ als het koud is). Je kan het ook koppelen aan wat een kind al kent (bv: ‘de auto rijdt op de stoel’).
  • Spreek niet te snel en articuleer goed.
  • Gebruik ook je gezichtsuitdrukking, wijs dingen aan, gebruik gebaren en prenten.
  • Herhaal waar nodig.
  • Ga na of het kind alles begrijpt.

Kinderrijmpjes, prentenboeken en verhaaltjes

Baby’s en peuters houden van boeken. Al van jongs af aan kan je kinderen laten kennismaken met boekjes in alle vormen, kleuren en materialen.