Steun in de omgeving

Veel ouders hebben behoefte aan praten over opvoeden.
Ouders mogen dan tevreden zijn over hun rol als opvoeder, dat sluit niet uit dat ze soms onzeker zijn en vragen hebben. Dit betekent niet dat alle ouders behoefte hebben aan hulp bij de opvoeding. Wat wél blijkt, is dat veel ouders nood hebben aan praten over opvoeden.
Ouders moeten de mogelijkheid hebben om op verschillende manieren steun te vinden bij de opvoeding van hun kinderen. A. Buysse zegt immers: 'Wat voor de ene ouder een steun is, kan door een andere ouder als druk ervaren worden'.

Ouders krijgen liefst steun of informatie van iemand uit hun buurt (informele steun).
Het is duidelijk dat ouders steun uit de eigen omgeving het belangrijkst vinden. Ze verlangen doorgaans zowel informatie als andere vormen van steun van iemand uit hun onmiddellijke omgeving. 

Veel ouders wensen ook informatie of hulp van een dienst (formele steun).
Heel wat ouders zeggen ook dat ze informatie of hulp verlangen van een dienst: een laagdrempelig en inzichtelijk aanbod. Opvoedingsondersteuning door een specialist blijkt minder in trek.


Ouders krijgen in de praktijk voornamelijk steun van:

  • familie en vrienden
  • de kinderopvang
  • het consultatiebureau
  • de school

Wat de samenhang tussen informele en formele steun betreft, blijkt uit verschillende onderzoeken dat ouders die steun krijgen uit hun eigen omgeving óók officiële instanties raadplegen.
Verder blijkt dat er ook een groep ouders is die opvoedingsvragen niet bespreekt met derden (mensen buiten het gezin). Praten over opvoedingsgerelateerde zorgen is dus niet altijd evident.

Ouders zoeken vaak herkenning en bevestiging van hun eigen opvoedstrategieën.
Veel ouders halen opvoedinformatie uit tv-programma’s, uit tijdschriften of op internet. Folders en internet zijn het meest gewenst als informatiedrager.
Ouders hebben verder behoefte aan een overzichtelijk aanbod van basisvoorzieningen en zien deze als belangrijke plek voor informatie en advies. Anderen geven aan liever anoniem gebruik te maken van informatie en advies.

Er zijn verschillende redenen waarom ouders niet over opvoedingsvragen praten. Enkele Nederlandse publicaties verdiepen zich in de redenen waarom ouders geen gebruik maken van (in)formele steun. Uit deze onderzoeken blijkt dat voor ouders de situatie problematisch genoeg moet zijn om op zoek te gaan naar informatie en steun. Sommige onderwerpen zijn nog steeds taboe en komen ook niet aan bod in het informeel netwerk. Ten slotte heeft jeugdzorg in Nederland een negatief imago. Of deze vaststellingen ook opgaan voor Vlaanderen is op basis van de geraadpleegde onderzoeken niet te bevestigen of te ontkennen.

De rol van de buurt als mede-opvoeder.
Recent is er veel aandacht voor de rol van de buurt als mede-opvoeder. Het gaat dan niet zozeer over de netwerken van individuele personen maar over de effectieve woon- en leefomgeving van het gezin. De buurt kan praktische steun en advies geven en een socialiserende rol vervullen. Maar ook de inrichting van de buurt is een belangrijke factor bij het opvoeden van kinderen en jongeren. Over de mate waarin de buurt als pedagogische hulpbron wordt ervaren, is tot op vandaag slechts weinig onderzoek gevoerd.