Scheiding bij gezinnen met een migratieachtergrond

Gebaseerd op ‘Scheiden in een vreemd land maakt dubbel kwetsbaar’ – Koning Boudewijnstichting

 

Een relatie waar een einde aan komt, is ook vandaag nog voor de meeste betrokkenen een pijnlijk en moeilijk proces. Echtscheidingen in een migratiecontext krijgen af te rekenen met een aantal extra moeilijkheden. De situatie van de betrokkenen zijn zeer divers en vaak complex, de verschillen tussen de partners zijn meervoudig en de gevolgen van de echtscheiding – voor de partners en voor hun kinderen - zijn vaak zwaarder op financieel en op sociaal vlak. De hulpverlening kan op deze complexe situaties momenteel vaak nog niet een afdoend antwoord formuleren: de hulpverlening is enerzijds te weinig gekend bij de diverse doelgroepen en anderzijds te weinig ingesteld op de specifieke problemen en vragen rond echtscheiding in een migratiecontext.

 

De complexiteit van de situatie

Het gaat bij de problematiek van ‘Echtscheiding en migratie’ niet om één maar om vele soorten relaties die kunnen stuk lopen:

• huwelijken tussen migranten van de tweede en derde generatie die hier in België zijn opgegroeid;

• gemengde huwelijken tussen partners in België met een andere culturele achtergrond;

• huwelijksmigranten die met een partner in België huwden.

Voor migranten van de tweede en de derde generatie is echtscheiding steeds minder een taboe. Het blijft nog een moeilijk gegeven, ook omdat de economische gevolgen van een echtscheiding vaak zwaarder zijn voor deze groepen. Het is ook een nog vrij nieuw gegeven en dus ook nog relatief onbekend. Er is geen duidelijk referentiekader voor echtscheiding en er zijn maar weinig constructieve voorbeelden en rolmodellen. Families weten meestal niet waar ze zich aan kunnen verwachten. Men is het niet gewoon om over relaties en relatieproblemen te praten en vaak ontbreken letterlijk de woorden in de verschillende talen om te spreken over echtscheiding en de gevolgen ervan. De aanpak van relationele problemen binnen deze groepen wordt voor een stuk ook bemoeilijkt door het bestaan van de mogelijkheid van huwelijksmigratie. De partner die problemen aankaart en wil aanpakken, staat zwak ten opzichte van een partner die er vanuit gaat dat in plaats van toegevingen te doen, hij of zij altijd opnieuw kan proberen met een andere huwelijkskandidaat uit het land van herkomst.

Gemengde huwelijken tussen partners in België met een andere culturele achtergrond kunnen ook zeer complex en kwetsbaar zijn omwille van de andere verwachtingen, ideeën en mentale modellen die de partners koesteren over het huwelijk. Ook de diverse verwachtingen van de schoonfamilies over het huwelijk, het krijgen van kinderen en de rolverdeling binnen de relatie, kunnen druk zetten op het huwelijk.

De meest kwetsbaren zijn ongetwijfeld de huwelijksmigranten. Deze kwetsbaarheid hangt samen met andere factoren: de economische positie, het scholingsniveau, etc.

De verhoogde kwetsbaarheid van huwelijksmigranten

 

Huwelijksmigranten – vrouwen én mannen - hebben een zeer kwetsbare positie omwille van een hele reeks potentiële moeilijkheden:

• ze zijn economisch, sociaal en juridisch voor een groot stuk afhankelijk van de huwelijkspartner en vaak ook de schoonfamilie;

• ze hebben meestal een zwakke socio-economische positie binnen de Belgische samenleving;

• ze kennen de taal vaak niet of slechts heel gebrekkig;

• er zijn grote cultuurverschillen zowel met de Belgische samenleving als met de migrantengemeenschappen en de schoonfamilies waar ze in terecht komen;

• echtscheiding heeft ook vaak een ander effect op mannen als op vrouwen.

Migratiehuwelijken creëren een heel speciale omgeving waarin de ongelijkheid tussen de partners veel groter is dan in het gemiddelde huwelijk. De verwachtingen van de partners kunnen bijvoorbeeld heel grondig verschillen. Huwelijksmigranten komen van over de hele wereld en elke cultuur heeft haar eigen ideeën over relaties, huwelijken en echtscheiding. Er is in elk huwelijk een vermenging van praktische overwegingen en romantische verwachtingen. En in huwelijken waarbij de partners een andere culturele achtergrond hebben, kunnen de verwachtingen heel erg verschillen, zoals aangetoond in het vooronderzoek dat ter voorbereiding van de projectoproep werd uitgevoerd. De Belgische partner – al dan niet met een andere afkomst – verwacht wellicht een volgzame echtgenote of een trouwe echtgenoot. De huwelijksmigrant zelf verwacht misschien een moderne huwelijksrelatie en economische zelfstandigheid. Jammer genoeg worden deze verschillende verwachtingen voor het huwelijk niet uitgesproken en uitgeklaard; daar is meestal geen tijd en op dat moment geen belangstelling voor. Als de toekomstige partners op voorhand kennis maken, is dat op afstand – vaak via internet – eenmaal ter plaatse moet het allemaal snel gaan.

De realiteit voor de huwelijksmigrant is vaak een groot isolement omwille van taal en culturele barrières en een zeer grote economische afhankelijkheid die kan leiden tot allerlei vormen van uitbuiting: vrouwelijke huwelijksmigranten dienen te vaak als een soort huisslaafje voor de schoonfamilie, mannelijke huwelijksmigranten worden te vaak onderbetaald en in het zwart aan het werk gezet. Door het inwonen bij de schoonfamilie kennen veel jonge koppels te weinig intimiteit en ervaren ze veel druk vanwege de schoonfamilie. Mannelijke huwelijksmigranten zijn vaak te laag opgeleid om aansluiting te vinden op onze arbeidsmarkt en zo de rol van kostwinner die van hen toch verwacht wordt, op te nemen. Vrouwelijke huwelijksmigranten zijn vaak te hoog opgeleid en te ambitieus om met een louter huiselijk bestaan voldoening te nemen. Er is bovendien een duidelijk machtsverschil tussen de partners: de huwelijksmigrant verliest de verblijfsvergunning indien het huwelijk binnen de wettelijke minimum-termijn stuk loopt (momenteel 3 jaar). Een migratiehuwelijk lijkt daarom vaak een soort test in het begin voor beide partners: een moeilijke situatie waar zelfs kleine misverstanden makkelijker kunnen ontaarden in wantrouwen, misbruik en partnergeweld.

De gevolgen van een echtscheiding

De gevolgen van een echtscheiding in een migratiecontext kunnen op drie vlakken bijzonder zwaar wegen: sociaal, economisch en juridisch.

De juridische gevolgen van een echtscheiding in een context van migratie kunnen ronduit dramatisch zijn: indien het huwelijk de minimum termijn niet overleeft, verliest de huwelijksmigrant haar of zijn verblijfsrecht. Een bijzonder pijnlijke situatie ontstaat in het geval van intrafamiliaal geweld: de huwelijksmigrant die uit een gewelddadige relatie stapt, moet kunnen bewijzen dat er sprake was van intrafamiliaal geweld om hun verblijfsrecht niet te verliezen. Dit bewijs is zeer vaak heel moeilijk te leveren. Bovendien kunnen slachtoffers van partnergeweld maar aanspraak maken op een plek in het vluchthuis indien ze verblijfspapieren hebben. Veel betrokkenen hebben weinig of geen relevante of correcte informatie over hun rechten. Naast fysiek geweld gaat het ook om psychologisch geweld. Mannelijke huwelijksmigranten zijn vaak slachtoffer van deze vorm van geweld vanwege de echtgenote en de schoonfamilie waar ze op alle mogelijke manieren van afhankelijk zijn. Deze vorm van geweld op mannen hangt nog in de taboesfeer omwille van diepgewortelde genderstereotypen. Psychologisch geweld wordt ook nog niet op een consequente manier als reden aanvaard door de bevoegde instanties om het verblijfsrecht niet te verliezen. Helemaal complex wordt de situatie in geval van een internationaal verschillend juridisch kader: je statuut als gehuwde hangt dan af van waar je getrouwd bent en onder welke voorwaarden. Echtscheidingen en hun hoederegelingen volgens het Belgisch recht worden in andere landen niet altijd erkend, etc.

De sociale en economische gevolgen wegen vooral voor vrouwelijke huwelijksmigranten zwaar door na een echtscheiding. Ze zijn vaak niet voorbereid – niet op professioneel vlak, maar ook niet op emotioneel vlak - op de rol van kostwinner en gezinshoofd. Ze zijn meestal erg geïsoleerd van de Belgische samenleving en vaak ook van de allochtone gemeenschap van de echtgenoot. Bovendien hebben ze erg moeilijk toegang tot de arbeidsmarkt. Vele gezinnen in deze situatie leven op of onder de armoedegrens. Indien ze de nodige steun en begeleiding krijgen, dan evolueren de meeste vrouwen en kan de echtscheiding in veel gevallen een constructief verhaal worden, waarbij de vrouw van een op alle vlakken afhankelijke situatie evolueert naar een situatie waar ze zichzelf realiseert en onafhankelijk wordt op allerlei vlakken. Dat proces kan lang duren: culturele bemiddelaars en maatschappelijke werkers die met de doelgroep werken - zeker de huwelijksmigrantes - hebben het over een proces van 3 tot 5 jaar. Soms lukt het ook niet, sommige vrouwen worden dan bijvoorbeeld afhankelijk van de oudste zoon die de mannelijke rol in het gezin op zich neemt.

Volgens de getuigenissen uit het vooronderzoek, maar ook uit de interactie tussen de projectverantwoordelijken op de bijeenkomsten, bleek dat ook mannen het moeilijk hebben bij echtscheidingen. Voor velen komt de echtscheiding onverwacht. Zeker huwelijksmigranten hebben het moeilijk met de manier waarop vrouwen in België eenzijdig kunnen overgaan tot een echtscheiding. Bij hen leeft de indruk dat in België mensenrechten vrouwenrechten zijn. Heel veel mannen hebben dan ook psychologische problemen in geval van echtscheiding. Ze kunnen erg gefrustreerd zijn en ze vinden voor die frustratie niet zomaar een gepaste uitlaatklep. Huwelijksproblemen en echtscheiding zijn een privézaak en worden in de meeste culturen niet besproken. Bovendien zorgen ideaalbeelden rond mannelijkheid in alle culturen er voor dat mannen moeten volhouden dat zij geen problemen hebben. Ook mannelijke huwelijksmigranten worden dus geconfronteerd met verlies in geval van een echtscheiding: een status verlies in de eigen gemeenschap, eventueel een verlies van verblijfsrecht en bij terugkeer naar het land van herkomst een schaamtevolle ontvangst met het etiket van mislukking. Bovendien zijn er bijzonder weinig initiatieven of diensten die zich richten op of openstaan voor een mannelijk publiek zodat de verwerking van de echtscheiding geheel ten rekening komt van het individu.

Heel wat problemen na de echtscheiding hebben te maken met de kinderen. In culturen waar echtscheiding moeilijk ligt, verbreken ex-partners na een echtscheiding helemaal het contact. Bij heel wat echtscheidingen in een migratiecontext is dat momenteel ook nog het geval. Meestal wordt het hoederecht aan de moeder gegeven, wat betekent dat de kinderen hun vader niet of nauwelijks meer te zien krijgen. Bovendien neemt het risico toe dat deze kinderen in een context van armoede opgroeien. De onderhoudsverplichting en het bezoekrecht liggen allemaal erg gevoelig indien de communicatie tussen de ex-partners problematisch is. Co-ouderschap staat in deze context nog in de kinderschoenen. Vaders met een andere afkomst krijgen af te rekenen met grote vooroordelen: het lijkt onmogelijk voor een allochtone vader om serieus te worden genomen door de reguliere dienstverlening en ook in de eigen gemeenschap denkt men dat hij het vaderschap niet aan kan.

 

Het gebrek aan informatie en kennis bij de doelgroep

Huwelijksmigranten spreken de taal niet of gebrekkig. Het moet ons dan ook niet verbazen dat ze slechts met veel moeite de weg naar de hulpverlening vinden. Ze zijn maar beperkt op de hoogte van echtscheidingsprocedures, de verschillende vormen van echtscheiding en hoederecht, de mogelijkheden tot bemiddeling, hun rechten en plichten, etc. Er is te weinig informatie beschikbaar in hun taal en de beschikbare informatie is niet altijd erg toegankelijk voor een – vaak laaggeschoold - anderstalige publiek. Spreken over echtscheiding is bedreigend in een context van huwelijksmigratie. Daardoor kunnen er ook heel wat culturele mythes over echtscheiding blijven voortleven in bepaalde groepen, naast ook mythes en stereotypen over de Belgische hulpverlening en de mogelijkheden die ze al dan niet zouden bieden.

Het gebrek aan informatie en kennis bij de hulpverlening

De hulpverlening kent op haar beurt niet altijd voldoende de specifieke context van de huwelijksmigranten waar ze mee geconfronteerd worden. Daarom is het vaak moeilijk om de precieze behoefte en vraag van de hulpvrager juist te kunnen inschatten. In deze context kunnen taal- en culturele misverstanden gemakkelijk ontstaan en vult stereotypering vaak een leemte in: de hulpverlener gaat dan onbewust een oordeel vellen op basis van vooroordelen in plaats van op correcte informatie over dit specifieke geval. In deze dynamiek ontstaan veralgemeningen en worden bijvoorbeeld mannen automatisch als daders en vrouwen automatisch als slachtoffers gezien in het echtscheidingsverhaal, wat natuurlijk een invloed zal hebben op de bemiddeling en begeleiding door de hulpverlening.

De verschillende hulpverleningsinstanties kennen elkaar vaak niet voldoende: politie, OCMW, advocaten, CAW’s, de vluchthuizen, Ngo’s en zelforganisaties zijn allemaal actoren die een rol spelen. Deze actoren kennen nog te weinig elkaars rol en elkaars grenzen, waardoor ze niet duidelijk genoeg weten wat ze van elkaar kunnen en mogen verwachten. Ze staan vaak ook in een concurrentiële positie ten opzichte van elkaar, waardoor een constructieve samenwerking niet altijd evident is.

Een moeizame hulpverleningsrelatie

Deze mix maakt de relatie tussen hulpverlener en hulpvrager bijzonder complex. De hulpvrager en hulpverlener spreken vanuit zo’n verschillende contexten met elkaar, dat wederzijds begrip van de echte hulpvraag, de mogelijkheden binnen het bestaande wetgevende en hulpverlenende kader en het vinden van een constructieve oplossing tijd vergt. En tijd en middelen zijn beperkt, te beperkt vaak om naast de meest urgente medische, economische en juridische ondersteuning, ook nog de nodige emotionele ondersteuning te kunnen bieden en de hulpvragers te kunnen ondersteunen bij het verwerken van het echtscheidingsproces en het zoeken naar de best mogelijke regeling - zeker voor de kinderen - om terug een nieuw leven op te bouwen. Een extra belastende factor is de realiteit van de grenzen aan de hulpverlening: sommige hulpvragers kunnen binnen het bestaande wettelijke kader niet geholpen worden. Dat is een frustratie voor zowel hulpvrager als hulpverlener