Oorzaken en gevolgen

Oorzaken

Er wordt vanuit verschillende invalshoeken onderzoek gedaan naar de oorzaken van zelfverwondend gedrag bij jongeren. Onderzoeksresultaten verwerpen één enkele causale oorzaak, en stellen dat eerder een cumulatie van verschillende risicofactoren de kans op ZVG doet toenemen.

Internationale literatuur rapporteert verscheidende individuele risicofactoren (psychische, emotionele, cognitieve) en omgevingsfactoren, die de kans op ZVG in de adolescentie doen toenemen.

Op vlak van individuele risicofactoren worden temperaments-, emotionele en coping factoren besproken.

Ten eerste worden bepaalde temperamentskenmerken naar voren geschoven als risicofactor bij ZVG. Claes en Vandereycken (2007b) geven aan dat een impulsief temperament vaak een rol speelt in het ontstaan van ZVG in klinische populaties. Baetens, Claes, Willem et al. (2011) vonden in hun onderzoek dat een verhoogde ‘negatieve affectiviteit’ (negatief affect) en het ontbreken van ‘effortful control’ (gedragssturing) samenhangen met ZVG. Verder toont internationaal onderzoek (Klonsky & Muehlenkamp, 2007) aan dat mensen die zichzelf verwonden meer en intensere negatieve emoties ervaren dan zij die zichzelf niet verwonden. Hierbij wordt het belang van co-morbiditeit met zowel internalizerende als externalizerende problemen beklemtoond (Baetens et al., 2011). Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat er een sterk verband is tussen depressie en ZVG (Glassman, Weierich, Hooley, Deliberto, & Nock, 2007). Hiermee samenhangend toont internationaal onderzoek een sterk verband met een negatief zelfbeeld (Claes, Houben, Vandereycken, Bijttebier en Muehlenkamp (2010): adolescenten die zichzelf verwonden omschrijven zich vaak als minder intelligent en minder aantrekkelijk dan zij die zichzelf niet verwonden. Verder wordt door Klonsky en Muehlenkamp (2007) zelf-kritiek in verband gebracht met ZVG: adolescenten die zichzelf verwonden zijn vaak erg kritisch ten opzichte van zichzelf. Zij voelen ook vaak een sterke zelfhaat of woede die op zichzelf gericht is.

Wanneer er daarenboven nog problemen zijn met het reguleren   van negatieve emoties stijgt het risico op ZVG (Glenn & Klonsky, 2009). ZVG wordt gezien als een maladaptieve vorm van omgaan met emoties, stress en frustratie.

Naast individuele factoren spelen omgevingsfactoren een rol bij de ontwikkeling van ZVG in de adolescentie.
Een significant aantal jongeren die zichzelf verwonden rapporteren een ingrijpende gebeurtenis. Voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn verwaarlozing, fysiek en emotioneel misbruik, ernstige ziekte of overlijden binnen familie- of vriendenkring, zelfverwondend gedrag of suïcide in de omgeving, relatiebreuk. Deze ervaringen brengen gevoelens van angst, woede, machteloosheid en hulpeloosheid met zich mee. Deze ingrijpende gebeurtenissen kunnen leiden tot een verminderd welbevinden en een negatieve zelfbeeld. ZVG is voor sommigen een manier om met deze overweldigende gevoelens om te gaan. Verder worden – in de internationale literatuur - risicofactoren in het gezin gerapporteerd. Een van de risicofactoren binnen een gezinssituatie is de onderdrukken van het uiten van emoties (Klonsky & Glenn, 2009). Doordat emoties niet getoond mogen worden binnen het gezin leert een kind niet op een adaptieve manier omgaan met hevige emoties. Verder is het opgroeien in een gebroken gezin een risicofactor voor ZVG in de adolescentie (Sourander et al., 2006). Het verband tussen echtscheiding en ZVG wordt echter gemedieerd door een toename van psychopathologie bij de gescheiden ouders. Zo ook zijn gezondheidsproblemen van een ouder een mediërende risicofactor (Sourander et al., 2006).

Een andere risicofactor wordt gevormd door bepaalde relationele kenmerken van de opvoedingssituatie: een opvoedingssituatie waarin er een gebrek is aan ouderlijke warmte en een overdreven ouderlijke controle kan een rol spelen in de ontwikkeling van ZVG (Bureau, Martin, Freynet, Poirier, Lafontaine, & Cloutier, 2010).

Tot slot, zou ook een onveilige gehechtheid een risicofactor kunnen zijn voor ZVG. Deze onveilige gehechtheid kan ontstaan door factoren als verwaarlozing en misbruik. Voornoemde risicofactoren kunnen de kans op ZVG vergroten, maar zijn op zichzelf geen voldoende voorwaarden op ZVG tot stand te brengen.

Gevolgen

ZVG heeft op korte termijn en lange termijn gevolgen. Op korte termijn rapporteren jongeren die zichzelf verwonden overwegend positieve gevolgen. Zo daalt dadelijk na de act van zelfverwonding de mate van spanning, kwaadheid, en verwarring.

Echter op lange termijn zijn er voornamelijk negatieve gevolgen. ZVG induceert gevoelens van schuld en schaamte. De littekens herinneren de jongere permanent aan de moeilijke periode. Indien het gedrag verborgen wordt gehouden voor de omgeving, voelt men zich eenzaam en geïsoleerd. Wanneer ZVG wordt ontmanteld uit de geheimhouding, reageert de omgeving (familie, vrienden, hulpverleners) vaak emotioneel en afwijzend.

Bovendien kan het risico op herval en suïcide(-poging) stijgen (Joiner, 2005).