Ondersteuningsbehoeften van vaders

De meeste vaders zijn – net als de moeders – tevreden over de opvoeding van hun kinderen. Zij vinden de opvoeding niet bijzonder belastend, ondanks dat het regelmatig zwaarder uitvalt dan van tevoren gedacht.

Onderzoek brengt aan dat de verdeling van taken tussen ouders, relatief nieuwe opvoedingstaken voor vaders, onzekerheid over hun zorgcapaciteiten kan meebrengen. Er zijn dan ook verschillende onderzoeken waarin men de ondersteuningsbehoeften van vaders heeft bevraagd.

  • Volgens o.a. Buyssee en Nienhuis (2007) zou bijna een kwart van de vaders meer kennis over opvoeden willen hebben. Dit zijn vooral vaders met jonge kinderen (0-4 jaar). Tot dezelfde bevinding komen de onderzoekers van Marketresponse (2010): vaders willen meer weten over de ontwikkeling van kinderen, gezonde voeding, het omgaan met emoties en het op gelijke voet communiceren met kinderen.
  • De onderzoekers van het Tympaaninstituut in Nederland (2007) onderzochten de behoefte aan opvoedingsondersteuning van vaders uit moeilijk bereikbare doelgroepen (migrantenvaders, vluchtelingenvaders, autochtone vaders en mannen die nog geen vader waren). Uit dit onderzoek kwam onder andere naar voor dat vaders geen grote behoefte hebben aan ondersteuning bij ‘kleine’ dagelijkse problemen zoals een kind dat niet luistert of niet wil eten. Dit soort problemen proberen ze voornamelijk zelf op te lossen. Ze hebben wel graag ondersteuning bij begeleiding in het onderwijs, met het aanpakken van problemen in en met het onderwijs.
  • Uit het literatuuronderzoek van Claessen (2006) bleek ook dat de school een belangrijk onderdeel is van het netwerk van vaders. Ze willen dat hun kind een goede opleiding krijgt. Verder kwam ook nog naar boven dat vaders vooral behoefte hebben aan doe-activiteiten met hun kind en ze hebben behoefte aan het uitwisselen van ervaringen met anderen, dit wel op een manier zodat er niet geoordeeld wordt. Vaders geven ook aan dat ze weinig behoefte hebben aan informatie over de aanpak van ‘kleine’ dagelijkse problemen en al zeker niet aan schriftelijke informatie zoals folders of informatie via de tv. Als laatste gaven deze mannen ook aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning die beperkt is in tijd. Door hun werk hebben ze vaak weinig tijd beschikbaar. Ze willen tevens dat de activiteit een meetbaar doel heeft. Als het doel bereikt is, dan is de activiteit bijgevolg ook afgerond.
  • Uit onderzoek van de Bernard van Leer foundation (2003) blijkt dat het vooral belangrijk is om als organisatie mannen te helpen op momenten dat zij het moeilijk hebben en geen andere netwerken bezitten. Dit gaat over momenten als de zwangerschap van hun partner, de geboorte, relatie en rolverandering, verliessituaties, veranderende werkomstandigheden, aanraking met het gerechtssysteem en veranderende levenssituaties (bv. veranderende schoolmomenten van het kind, verschillende stadia in ontwikkeling van het kind). - Specifiek onder vaders met een migratiegeschiedenis leven veel opvoedvragen over het opvoeden in twee culturen. Deze vaders vinden het belangrijk zich te richten op de toekomst van hun kind. Daarbij signaleren zij verschillende knelpunten zoals discriminatie in onderwijs en werk, groepsvorming onder jongeren, onvoldoende aansluiting tussen school en hun kinderen.