Nieuwe organisatievormen, nieuwe uitdagingen: het evalueren van samenwerking via netwerken.

Auteur :

D. Verlet en J. Decorte

Jaar van publicatie :

2018

Thema :

 

Type :

Document


Korte beschrijving:

 

Overheden zijn vandaag actief binnen een netwerkomgeving. Dit hangt samen met de toegenomen erkenning van het feit dat vele beleidsuitdagingen uiterst complex zijn en dat de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk moeten worden ingezet. Een netwerkcontext verwijst naar de groeiende verwevenheid tussen publieke, semipublieke of private actoren en ook (groepen van) burgers. Zij worden partners die elkaar nodig hebben om de eigen ambities te realiseren of samen het hoofd te bieden aan complexe uitdagingen waarmee ze ook elk apart worden geconfronteerd. Zeker vanuit het perspectief van de publieke organisatie is zo’n breed partnerschap een aangewezen instrument om haar maatschappelijke meerwaarde te realiseren. Publieke organisaties nemen diverse rollen op binnen zo’n samenwerking. In sommige gevallen is de overheid duidelijk de initiatiefnemer. Het netwerk statistiek Vlaanderen (www.statistiekvlaanderen.be) is hiervan een treffende illustratie. Als initiator zit de overheid mee in de cockpit om de gezamenlijke ambities te formuleren en de operationele werking in de gewenste richting te sturen: beslissingen over welke actoren worden betrokken (en welke niet), de verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden, de timing die men hanteert, etc. Daarnaast zijn er ook heel wat andere netwerken waarin overheden betrokken zijn maar zonder daarom uitdrukkelijk de ‘lead’ te nemen. Hierbij denken we aan netwerken die voor (al dan niet beginnende) ondernemers worden opgezet, maar even goed aan initiatieven uit de zorgsector (bv. http://www.netwerklevenseinde.be). Het mag dan ook niet verbazen dat netwerkvorming als coördinatievorm de laatste jaren een plaats heeft verworven naast de klassieke sturing via hiërarchie of het bieden van ruimte voor marktwerking (cf. Provan & Kenis, 2008; Bouckaert e.a., 2010). Dit betekent uiteraard niet dat deze traditionele bestuursvormen zomaar zouden verdampen. We zien wel dat de rol en positie van de publieke organisaties deels verschuift. De overheid bedient zich hierbij van een mix van instrumenten: een combinatie van aansturing via regels, het spel van vraag en aanbod op een vrije markt en dus ook de uitbouw van diverse partnerschappen via horizontale relaties (Koliba, et.al., 2011). Het uiteindelijke doel is om met inbreng van andere actoren de eigen doelstellingen te realiseren en het beleid vorm te geven (cf. McGuire & Agranoff, 2011). Dit vereist vooral een open, naar buiten gerichte en co-creërende opstelling. Het is een overheid die zich ook pragmatisch toont en het vraagstuk durft te laten primeren op het denken vanuit de bestaande structuren, denkkaders en oplossingen. In deze bijdrage vertrekken we vanuit een bestuurskundige realiteit waarin steeds meer aandacht wordt besteed aan netwerkvorming in zowel beleid, praktijk als onderzoek. Dit neemt niet weg dat er een ook aantal uitdagingen opduiken voor overheden die in deze netwerkcontext opereren. In eerdere themanummers van VTOM werd bijvoorbeeld gefocust 2 op de types van netwerken en op de link met zelfsturing (cf. bijdrage van Verlet e.a., 2017). Daarnaast is er ook het relevante vraagstuk van de coördinatie, regie of aansturing van partners en de specifieke positie die publieke organisaties hierbij innemen (McGuire, 2006; Voets, 2013). Via deze bijdrage willen we beleidsmakers, leidinggevenden en veldwerkers die actief zijn in netwerken een aantal kapstokken aanreiken die verband houden met het evalueren van netwerken. Elke vorm van samenwerking is immers gestoeld op het engagement van de betrokken partners om een deel van hun tijd, energie en middelen te investeren. Dit betekent dat er ook blijvende aandacht moet zijn voor de vraag naar de effectiviteit van deze netwerken. We erkennen dat dit een complex vraagstuk is. We verwijzen hiervoor naar het feit dat de doelstellingen van een netwerk op verschillende niveaus worden geformuleerd en dat deze ambities bovendien niet noodzakelijk op elkaar aansluiten. De complexiteit van het evaluatieproces wordt daarnaast ook gevoed door de verschillende soorten criteria en parameters die men kan hanteren om deze evaluatie uit te voeren. Vooraleer we dieper ingaan op deze vraagstukken, zoomen we dieper in op de achtergrond van deze trend tot netwerkvorming en zoeken we naar een gepaste omschrijving om deze samenwerkingsverbanden te typeren. Op die manier krijgen we zicht op de grote diversiteit aan samenwerkingsverbanden en kunnen de lezers zich beter positioneren in de veelheid aan netwerken waarin ze zelf actief zijn.

Waar te verkrijgen?