Mattheuseffect in de kijker

Mattheuseffect uit de tekst 'proportioneel universalisme in de praktijk' versus de video van Wim Van Lancker over 'Ongelijkheid in de vroege kindertijd en daarbuiten: hoe moet het nu verder?':

Wat betekent mattheuseffect?

Het mattheuseffect is de sociologische vakterm voor het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen. Hierbij halen hogere inkomensgroepen relatief gezien meer voordeel uit sociale voorzieningen dan lagere inkomensgroepen.  

Mattheuseffect in de kijker in de tekst 'proportioneel universalisme in de praktijk':

Dienstverlening opzetten vanuit een universele benadering met het oog op het realiseren van sociale rechten biedt evenwel geen garanties dat deze beantwoordt aan de diversiteit aan noden waarmee en condities waarin mensen leven.  Vaak gaat men er in een universele benadering verkeerdelijk van uit dat gelijke dienstverlening voor iedereen, ook een gelijke impact heeft. Daarenboven ligt eén van die vaak beschreven uitdagingen van een universele benadering in het Mattheuseffect. Hierbij halen hogere inkomensgroepen relatief gezien meer voordeel uit sociale voorzieningen dan lagere inkomensgroepen.  

Mattheuseffect in de kijker in de video van Wim Van Lancker 'Ongelijkheid in de vroege kindertijd en daarbuiten: hoe moet het nu verder?':

  • Monopoly spel: iedereen vertrekt gelijk maar na het gooien van de dobbelsteen start de ongelijkheid.
  • In het echte leven start niemand gelijk en alles hangt af van de toeval waar en in welk land je geboren bent.
  • Mattheuseffect in de praktijk: diegenen die een voorsprong hebben bij de geboorte krijgen meer voorsprong en diegenen die geboren worden met een achterstand krijgen meer achterstand. Dit door de toeval en geen eigen keuze.
  • Manier van samenleving, hoe vorm geven, structuren en beleid kunnen mattheuseffect versterken of tegengaan.
  • Mattheuseffect in kinderarmoede groot bij:
    • gezinnen waar niemand werkt
    • alleenstaande ouders en ouders met migratieachtergrond
    • laaggeschoolden
    • geld tekort
    • speelt op meerdere dimensies (gezondheid, wonen, werk, opleiding, opvoeding)

    ---> context waarin voorzieningen voor gezinnen moeten opereren 

  • Ongelijkheid en organisatie van voorschoolse diensten zijn niet los van elkaar te zien. Maar voorschoolse diensten kunnen de ondeliggende ongelijkheid niet zomaar oplossen.
  • Proportinoneel universalisme in de kinderopvang: meer plaatsen voorzien + betaalbaar voor iedereen afhankelijk van inkomen + meer in de wijken waar nodig.
  • Proportioneel universalisme als leidraad voor dienstverlening:
    • belang van fysieke aanwezigheid
    • belang van proactief werken
    • vermijden van stigma
    • toekennen van sociale rechten
    • vermijden van complexiteit
    • belang van goede indicatoren (dit gebruiken om diagnose te stellen)
  • Afsluitende overwegingen:
    • proportioneel universalisme is niet vrijblijvend + zal de ongelijkheid niet oplossen
    • maar die ongelijkheden bepalen wel de context waarin wordt gewerkt.
    • hoe voorschoolse voorzieningen worden georganiseerd kan wél de mattheuseffect tegengaan
    • maar op dit moment zélf onderhevig aan mattheuseffecten
    • en intussen staat de armoedebarometer in het rood