Hoe omgaan met radicalisering?

In april 2015 maakte de Vlaamse regering een Vlaams actieplan op ter preventie van radicaliseringsprocessen die kunnen leiden tot extremisme en terrorisme. Het actieplan benoemt dat onder meer gezinsondersteuning en ouders een belangrijke rol kunnen spelen in de preventieve aanpak van radicalisering. Om radicalisering te voorkomen, bestrijden en bestraffen, kiest de Vlaamse regering voor een mix van preventieve en repressieve maatregelen. 

De rol van de opvoedingsondersteuner ligt in het ondersteunen en informeren van ouders en jongeren die vragen hebben over radicalisering. Daarnaast kan opvoedingsondersteuning via het creëren van ontmoetingskansen en het leggen van verbindingen tussen mensen, organisaties en sectoren de sociale cohesie versterken. Wie als professional in het brede werkveld van gezinsondersteuning geconfronteerd wordt met vragen van ouders of jongeren rond radicalisering, kan zich onzeker voelen. Je hoeft echter geen expert over het thema te zijn om een gesprek over radicalisering of islam aan te gaan. Het is belangrijk steeds te vertrekken vanuit vertrouwen en openheid, en zeker niet vanuit wantrouwen of vermoeden van schuld. In wat volgt, worden handvaten gegeven om een steunbron te kunnen zijn voor gezinnen.

Aanbod aan ondersteuning bekend maken

Ouders en jongeren die met vragen of bezorgdheden zitten rond radicalisering, moeten in de eerste plaats weten dat er plekken zijn waar ze met hun vragen terecht kunnen. Organisaties en diensten moeten inspanningen doen om hun aanbod bekend te maken bij ouders en om hun aanbod laagdrempelig en gemakkelijk bereikbaar te maken. De Huizen van het Kind moeten een herkenbaar en toegankelijk aanspreekpunt zijn voor ouders én jongeren. Opvoedingsondersteuners moeten kennis hebben van het aanbod aan hulpverlening en eventuele instanties die zich specifiek richten op (potentiële) situaties van radicalisering. Op die manier kunnen ze ouders wanneer nodig correct doorverwijzen.

Duidelijkheid bieden omtrent beroepsgeheim & signalisatieplicht

Ouders die mogelijke signalen van radicalisering bij hun kind opmerken, kunnen zich erg onzeker en bezorgd voelen. Ze vragen zich af of ze wel of geen reden hebben tot bezorgdheid, of hun kind met verkeerde dingen bezig is, en hoe ernstig de situatie is. De drempel om over deze bezorgdheden te spreken kan groot zijn. Ze kunnen bang zijn dat door het stellen van vragen of het bespreken van zorgen, hun kind met achterdocht bekeken zal worden of gesignaleerd zal worden, of dat zij als schuldigen aangewezen zullen worden. Het is dan ook belangrijk dat ouders met hun vragen en ongerustheden terecht kunnen in een omgeving die ze kunnen vertrouwen. Voor ouders en jongeren moet er een duidelijk onderscheid zijn tussen organisaties en diensten waar ze terecht kunnen voor ondersteuning enerzijds, en veiligheidsdiensten anderzijds. Binnen ondersteunende diensten moeten ouders en jongeren geïnformeerd worden over beroepsgeheim en meldingsplicht. Het moet voor ouders duidelijk zijn wat er wel of niet gaat gebeuren met wat ze vertellen aan een professional. Ook het delen en uitwisselen van informatie tussen diensten moet uitgelegd worden. Professionals moeten kunnen terugvallen op duidelijke handvatten over wat ze kunnen doen wanneer ze horen of vermoeden dat een jongere zijn eigen veiligheid of de veiligheid van anderen in gevaar kan brengen.

Aandacht voor gevoelens van ouders

Het is belangrijk om in het contact met ouders niet enkel te spreken over potentieel verontrustend gedrag bij de jongere, maar ook aandacht te geven aan hoe ouders zich voelen. Ouders die bezorgd zijn of hun kind bezig is met radicaal gedachtegoed, kunnen zich angstig, gefrustreerd, verward, triest, kwaad en machteloos voelen. Ze kunnen het gevoel hebben dat ze geen invloed meer uitoefenen op hun kind en er niet in slagen om contact te maken. Sommige ouders kunnen moeilijk geloven dat hun kind sympathie heeft voor radicaal gedachtegoed (‘toch niet mijn kind’).

Het is belangrijk om de groep ouders wiens kind vertrokken is naar Syrië, niet uit het oog te verliezen. Zij kunnen verteerd worden door hevige emoties. Ze kunnen zich afvragen waarom ze de situatie niet hebben zien aankomen of hebben kunnen voorkomen, wat ze anders hadden kunnen doen en of ze schuld treffen. Ze vragen zich af waar hun kind is en of hij/zij nog leeft. Zij kunnen bang zijn voor wat er zal gebeuren wanneer hun kind eventueel terugkeert. Zal hun kind nog hetzelfde zijn? Welke daden heeft hij/zij misschien gepleegd en zal hij/zij hiervoor bestraft of berecht worden? Wat moeten ze doen wanneer hun kind contact opneemt en welke ondersteuning bestaat er dan?

Informeren

Een van de functies van opvoedingsondersteuning is het informeren van gezinnen over diverse opvoedthema’s. Als het gaat over radicalisering, dan kunnen opvoedingsondersteuners in de eerste plaats informeren over de normale ontwikkeling van jongeren. Zoals eerder toegelicht moet radicaal gedrag bij pubers immers in de eerste plaats bekeken worden binnen hun ontwikkelingsopdracht om een eigen identiteit uit te bouwen. Vaak hebben deze ouders ook ‘normale’ opvoedvragen zoals hoe grenzen stellen, hoe omgaan met een puber en wat te doen als je kind niet luistert of regels negeert.

Daarnaast kunnen opvoedingsondersteuners ouders informeren over het proces van radicalisering: mogelijke signalen, fasen, … Opvoedingsondersteuners kunnen met ouders de beschermende functie van een autoritatieve opvoedingsstijl en het belang van hun voorbeeldfunctie bespreken.

Stimuleren van betrokkenheid

Vaak kampen deze ouders met vragen als ‘is mijn kind met verkeerde dingen bezig?’, ‘waar is mijn kind ’s avonds?’ of ‘wat steekt mijn kind uit op internet?’. Opvoedingsondersteuners kunnen ouders stimuleren om betrokken te blijven bij de jongere en zijn leefwereld. Ze kunnen 24 de bevestiging geven dat ouders weldegelijk een invloed kunnen uitoefenen op hun kind, ook tijdens de puberteit. Jongeren gaan zich dan weliswaar steeds meer richten op leeftijdsgenoten, maar aandacht van ouders blijft belangrijk. Zelfs als pubers regels overtreden en adviezen in de wind slaan, is het belangrijk dat ouders grenzen blijven stellen en tegenwind blijven geven. De boodschap is dus vooral dat ouders moeten proberen om in gesprek te blijven gaan met hun kind. Ouders kunnen hun kind duidelijk maken dat ze voor hem/haar klaar staan wanneer hij/zij bijvoorbeeld vragen heeft of met iets zit. Ze kunnen regelmatig interesse tonen, bijvoorbeeld door te vragen of hun kind iets leuks heeft gedaan die dag, hoe het op school loopt, of door vrienden uit te nodigen. Gespreksvaardigheden van ouders Ouders die op zoek zijn naar andere manieren om met hun kinderen in gesprek te gaan, kunnen daarin ondersteund worden. Opvoedingsondersteuners kunnen bijvoorbeeld het belang toelichten van een open en geïnteresseerde houding, interactie in plaats van eenrichtingsverkeer, erkenning geven voor emoties van de jongere, de jongere niet afbreken of veroordelen, … Ouders zijn vaak op zoek naar concrete tips of handvaten rond wat ze kunnen doen, of beter net niet kunnen doen. In dat geval kunnen opvoedingsondersteuners gebruik maken van de elementen die toegelicht worden in het hoofdstuk ‘wat kunnen ouders en opvoedingsfiguren doen’ dat terug te vinden is in het volledige Dossier Radicalisering van EXPOO.

Samenwerking

Opvoedingsondersteuners kunnen het pedagogisch partnerschap tussen ouders en school proberen versterken. Bij vermoedens of bezorgdheden kunnen opvoedingsondersteuners ouders stimuleren om contact te leggen met de school en de leerkracht om zo het gedrag van de jongere samen op te volgen of te bespreken. Op die manier kunnen ouders en school afstemmen over de aanpak en krijgt de jongere uit verschillende hoeken dezelfde boodschap. Het is een meerwaarde als opvoedingsondersteuners sectoroverschrijdend kunnen werken en de brug kunnen slaan naar onderwijs, cultuur, jeugdhulpverlening, … Door verschillende personen en organisaties te betrekken wordt een betere opvolging en een holistische aanpak mogelijk.

Cultuursensitief werken

Ouders die deel uitmaken van een etnisch-culturele minderheid worden geconfronteerd met specifieke uitdagingen. Het is belangrijk dat opvoedingsondersteuners cultuursensitief werken. Dat betekent dat opvoedingsondersteuners een open en niet veroordelende houding hebben ten opzichte van andere denkkaders, waarden en normen, gebruiken, … Het betekent ook dat ze rekening houden met de specifieke uitdagingen waarmee ouders met een migratieachtergrond geconfronteerd worden en inspelen op vragen en noden hierover. Het is een meerwaarde als de groep opvoedingsondersteuners bestaat uit een mix van personen van diverse achtergrond, religie, cultuur, … De huizen van het Kind kunnen als lokaal samenwerkingsverband het aanbod aan opvoedingsondersteuning aanpassen aan de specifieke noden en behoeftes in een bepaalde wijk.

Ontmoetingskansen creëren

Via het organiseren van activiteiten en ontmoetingsmomenten kan opvoedingsondersteuning kansen creëren voor ouders om met elkaar in gesprek te gaan en ervaringen uit te wisselen. Ouders kunnen aansluiting vinden bij elkaar en hun sociaal netwerk uitbreiden. Door samen te werken met lokale organisaties, vrijwilligers en burgers wordt de sociale cohesie in de buurt versterkt. Participatief en interactief werken mag geen doel zijn, maar moet een uitgangspunt vormen. Er moet aandacht zijn dat er naast formele diensten ook voldoende informele aanspreekpunten zijn, waar de drempel voor sommige ouders lager kan zijn om een vraag over radicalisering te stellen of om bezorgdheden te bespreken. Opvoedingsondersteuning moet dan ook ruimte geven aan initiatieven die vanuit ouders zelf ontstaan om elkaar te ondersteunen (bottum-up).

Ondersteunen van jongeren

De preventieve aanpak mag zich niet enkel richten op ‘hoe vermijden dat jongeren radicaliseren’. Het is zeer belangrijk dat mogelijke signalen van radicalisering opgepikt worden, dat deze jongeren opgevolgd worden en dat er actief aan de slag gegaan wordt. Opvoedingsondersteuning en preventie draait in de eerste plaats om ondersteuning bieden. Alle jongeren, en zeker jongeren die aangetrokken worden tot radicaal gedachtegoed, hebben ondersteuning nodig om een positieve identiteit te ontwikkelen en hun plek te vinden in de maatschappij. Ze hebben waardering, bevestiging en erkenning nodig voor zichzelf als persoon en voor de vragen en uitdagingen waar ze mee worstelen. Het contact met deze jongeren moet in de eerste plaats gestuurd worden door een open, positieve en ondersteunende houding en zeker niet door een van argwanen en beschuldiging.

Aandacht voor broers en zussen

Ook broers en zussen van de radicaliserende jongere hebben vaak heel wat vragen en bezorgdheden. Opvoedingsondersteuners kunnen tijd en ruimte vrijmaken voor de betekenis die zij geven aan het radicaliserende gedrag van hun broer/zus en welke effecten ze ervaren op hun eigen leven. Het is belangrijk dat ouders naast het opvolgen van radicaliserende zoon of dochter ook aandacht blijven hebben voor de broer(s) en/of zus(sen) en ook hun ontwikkeling opvolgen.