Hechting

Hechting is volgens Bowlby een wederzijds proces waarbij een persoon een duurzame en emotionele relatie opbouwt met iemand anders. Bij baby’s gebeurt dit bijvoorbeeld door te lachen, te huilen, het maken van geluiden, waardoor ouders ‘sensitief responsief’ reageren, zoals het oppakken en troosten van de baby wanneer hij huilt. Zo weet het kind dat het gehoord wordt en zal het zich veilig hechten, waardoor een basisvertrouwen opgebouwd wordt. Dat basisvertrouwen dient als fundament waaruit andere relaties zullen groeien.
Een veilige afhankelijkheid is de voorwaarde voor een gezonde onafhankelijkheid. Bovendien bestaat er een duidelijke link tussen die veilige gehechtheid en het zelfbeeld van een kind: “Als ik zo graag gezien word, dan moet ik wel de moeite waard zijn.” Het omgekeerde geldt jammer genoeg ook.

 

Hechtingspiramide

Zoals hierboven afgebeeld in de hechtingspiramide van Truus Bakker verloopt de hechting in verschillende stappen. Het beeld van de piramide staat voor het idee dat de onderste bouwsteen, basisveiligheid, er goed en stevig moet staan opdat de volgende bouwstenen zouden kunnen worden opgebouwd. Uit onderzoek blijkt dat de eerste zes maanden na de geboorte de belangrijkste fase is. Wanneer er een scheiding plaatsvindt tussen het kind en zijn ouder of belangrijkste opvoeder, kan dit schade aanrichten in het basisvertrouwen van het kind. Dat kan ervoor zorgen dat toekomstige relaties moeilijker tot stand komen.

Het is vanzelfsprekend dat deze theorie van belang is in het adoptieverhaal. Vaak kenden kinderen tijdens hun eerste levensjaren een of meerdere scheidingen (de biologische ouder(s), verschillende opvoeders in het weeshuis,…) en soms onverschillig of afwijzend is behandeld in zijn vorig milieu.

Bijna alle kinderen hechten zich aan iemand, alleen verschilt de kwaliteit van die gehechtheid sterk.
In welke mate wordt het kind geborgenheid, rust en voorspelbaarheid geboden of is de zorg die het kind krijgt ontoereikend en onvoorspelbaar? Adoptiekinderen zijn dus geen onbeschreven blad, de gehechtheidservaringen die ze opdeden met vroegere verzorgers bepalen mee hun huidig gedrag.

Een adoptiekind dat liefdevolle zorg van zijn verzorger(s) mocht ondervinden, erop kon rekenen wanneer nodig, erop kon terugvallen in stressvolle situaties… neemt deze blauwdruk mee naar zijn adoptieouders. Hij verwacht van hen ook steun en koestering en vertrouwt erop dat ze er zullen zijn wanneer nodig, al zal hij waarschijnlijk wel een fase van rouw doorlopen omwille van het verlies van die eerste band.

Een adoptiekind dat heeft ondervonden dat volwassenen weinig voorspelbaar waren in hun zorg en niet boden wat hij nodig had, neemt deze ervaring ook mee.

Een kind dat ondervond dat volwassenen steeds wisselden en geen constante zorg konden bieden neemt deze ervaring ook mee.

Voor adoptieouders die net ouder zijn geworden is het dan erg belangrijk om de signalen van hun kind te leren kennen zodanig dat ze kunnen ontdekken wat hun kind nodig heeft en welke bouwstenen er nog geheel of gedeeltelijk moeten worden opgebouwd.  Dit noemen we de  strategie van teruggaan en inhalen.