Gevolgen van genderstereotypen

Genderstereotypen stellen limieten aan de ontdekkingstochten van kinderen en jongeren. Soms verhinderen ze dat bepaalde activiteiten uitgeprobeerd worden. Hierdoor worden jongens en meisjes onbewust in een bepaalde richting geduwd en missen ze kansen om hun eigen potentieel ten volle waar te maken. Een genderbewuste opvoeding helpt kinderen en jongeren keuzes te maken gebaseerd op hun persoonlijkheid, los van de heersende stereotypen.

Het genderbewust opvoeden van kinderen en jongeren is uiteraard een doel op zich. Jongens en meisjes verdienen gelijke kansen en moeten ook zo behandeld worden. Dat kinderen en jongeren vandaag zich nog erg laten leiden door vastgeroeste ideeën en verwachtingen blijkt ondermeer uit:

Studiekeuze

Op alle onderwijsniveaus zijn er ‘typische’ jongens- en meisjesrichtingen.
Er zijn duidelijke uitschieters die zo goed als uniseks zijn zoals autotechnieken, elektromechanica, verzorging of schoonheidszorg. Maar er zijn ook nogal wat richtingen die minder uitgesproken zijn en toch aanzienlijk meer meisjes (kunsthumaniora, onthaal en pr, sociale wetenschappen) of jongens (boekhouden, informatica, hotel) aantrekken. Ook in het algemeen secundair is dat het geval. Zo volgen er drie keer meer meisjes dan jongens de richting humane wetenschappen, terwijl in de richting wiskunde wetenschappen dubbel zoveel jongens zitten.

Ideeën en verwachtingen

Al is de dagdagelijkse realiteit voor vele jongeren er één van tweeverdieners en betrokken vaders, toch blijven jongeren er erg stereotiepe ideeën en verwachtingen op na houden. Het zijn dergelijke ideeën en verwachtingen die bestaande genderongelijkheden in onze maatschappij verder mee in stand houden.

29% (!) van de jongens vindt buitenshuiswerkende vrouwen geen goede moeders. 
15% van de jongens zou het vervelend vinden om onder een vrouwelijke baas te werken.
25% van alle jongeren vindt dat het zorgen voor een gezin voor een vrouw belangrijker is dan een baan buitenshuis.
25% van de jongens vindt dat je jongens vrijer kan opvoeden dan meisjes, 9.5 % van de meisjes is het daar mee eens.
Nog 32% van de jongens en 22% van de meisjes vindt dat mannen en vrouwen niet even geschikt zijn om kinderen op te voeden.
86% van de meisjes ziet zichzelf met een partner die het huishouden met hen deelt, 26% van de jongens vindt het nog steeds logisch dat een man minder doet in het huishouden

(bron: Humo’s jongerenenquête 2010)