Doelgroep en doelen

Voor wie?

De ontmoetingsplaatsen zijn gericht op alle ouders of opvoedingsverantwoordelijken én kinderen van 0 tot 3 - 4 jaar / 6 jaar (de zogenaamde voorschoolse leeftijd).

Uitzonderlijk worden ook kinderen tot acht jaar toegelaten maar uit de ervaring blijkt dat dit niet evident is. De leeftijdsverschillen zijn dan zeer groot waardoor het soms moeilijk is kinderen van 0 tot 8 jaar op een zelfde openingsmoment te onthalen.

In sommige documenten wordt er heel expliciet aangegeven dat ook vaders welkom zijn.
Dit wordt benadrukt omdat de meeste opvoedingsondersteunende activiteiten enkel of vooral moeders bereiken. Achterliggende visie is het erkennen van vaders in hun rol in de opvoeding. Het bereiken van vaders vraagt een doordachte en consequente aanpak waarbij de wijze van bekendmaking, openingsuren en samenstelling van het team (mannelijke en vrouwelijke medewerkers) belangrijk zijn.

Doorheen de beschrijvingen van de verschillende werkingen vinden we voor wat betreft de doelgroep diverse klemtonen:
- universele gerichtheid ( zich open stellen voor “alle gezinnen” vanwaar deze ook komen)
- weerspiegeling van de sociale mix van de buurt
- gerichtheid op maatschappelijk kwetsbare gezinnen

De verschillende klemtonen tonen de variatie aan binnen de ontmoetingsplaatsen. Zeker voor wat betreft het laatste punt leeft deze topic heel erg binnen de ontmoetingsplaatsen. 

Bekijk de praktijkbeschrijving voor voorbeelden in verband met de doelgroep.

Doelen

Doorgaans worden drie doelstellingen of functies voorop gesteld bij de ontmoetingsplaatsen, met name:

  • het aanbieden van opvoedingsondersteuning;
    De OP willen ouders ondersteunen in de opvoeding door een plaats voor ontmoeting te creëren. Ontmoeting wordt ten eerste gezien als vorm van sociale steun: ouders wisselen tips uit, kunnen hun verhaal doen, stellen vragen aan elkaar, vinden (h)erkenning bij elkaar of kunnen samen een aangename tijd doorbrengen.
    Ontmoeting als antwoord op toenemende individualisering en aantasting van sociale netwerken, is terug te vinden in alle OP.
    Ontmoeting wordt ten tweede gezien als vorm van vrije confrontatie. De kinderen en ouders vormen de ontmoetingsplaats, maar tegelijkertijd worden kinderen en ouders ook zelf door de ontmoetingsplaats gevormd. In de ontmoeting construeren immers ouders hun identiteit als opvoeder.
  • het verrijken van de ontwikkeling en de verbreding van het opvoedingsmilieu;
    Ten tweede willen de ontmoetingsplaatsen ouders de kans bieden om het opvoedingsmilieu van jonge kinderen te verbreden. Het gaat hierbij niet louter om een steun bij wat ouders als een tekort van zichzelf zouden beschouwen, maar eerder als een verbreding van de thuisopvoeding. Concreet betekent dit dat kinderen in de ontmoetingsplaats de mogelijkheid krijgen om via exploratie van de vele spelmogelijkheden te leren op alle domeinen van de ontwikkeling. Ze worden uitgedaagd in hun sociale ontwikkeling door de aanwezigheid van leeftijdsgenoten. Anderstalige kinderen krijgen de mogelijkheid om in contact te komen met de Nederlandse taal. In sommige ontmoetingsplaatsen staat ook heel uitdrukkelijk het bevorderen van de kwaliteit van hechten en loslaten binnen de ouder-kindrelatie centraal. De ontmoetingsplaatsen kunnen op deze manier een brugfunctie vervullen tussen het thuismilieu en de kinderopvang of de kleuterklas.
  • het leveren van een bijdrage tot gemeenschapsvorming
    Ten derde willen de ontmoetingsplaatsen een plaats zijn waar gezamenlijkheid kan ervaren worden over socio-economische en etnisch-culturele grenzen heen. Ervaringen leren dat kinderen een belangrijk sociaal bindmiddel kunnen zijn door de gemeenschappelijkheid van heel wat opvoedingsvragen. Enerzijds kunnen ouders in een OP herkenning vinden, identificatie, zich verbonden voelen met anderen waarmee ze een gelijkenis ervaren (bijv. het ‘ouder’ zijn, een kind van dezelfde leeftijd hebben, dezelfde taal spreken, in dezelfde buurt wonen, …); anderzijds worden ze door diversiteit (qua origine, taal, sekse, leeftijd, interesses, opvoedingsstijl, …) in een OP ook uitgedaagd om de grenzen van hun eigen ‘groep’ of gemeenschap te overstijgen. Er worden bruggen gebouwd naar anderen. In sommige bronnen (zie bijvoorbeeld de projectaanvragen van de Speelbrug) wordt uitdrukkelijk stilgestaan bij het preventief neveneffect van de ontmoetingsplaats. Door het verrijkend aanbod van een ontmoetingsplaats en/of het uitdrukkelijk benoemen van aspecten m.b.t. de ouder-kind relatie, de beleving van het kind, de ouder … worden mogelijke spanningen en conflicten vroegtijdig voorkomen.