De taalontwikkeling

Voor het eerste woordje

Al van voor de geboorte communiceert een kind met zijn omgeving. Communiceren is meer dan enkel praten. Lichaamstaal, huilen, oogcontact, … zijn allemaal belangrijke vormen van communicatie.  Er kan al tijdens de zwangerschap met een baby gecommuniceerd worden: praten, zingen, zachtjes met de handen over de buik wrijven,…  Vanaf de geboorte is direct contact met een baby enorm belangrijk. Vooral huidcontact geeft hem een geborgen gevoel. Maar baby’s vinden het ook nu al heel fijn wanneer er tegen hen gepraat wordt. De gesprekjes tussen volwassenen en baby helpen het contact versterken en zijn positief voor zijn taalontwikkeling.

 

Leren praten

Leren praten is een fascinerende stap in de ontwikkeling van een kind. Het begint met geluidjes en evolueert tot het eerste woordje en uiteindelijk tot volledige zinnen. Een kind leert een taal best al doende, op een natuurlijke en ongedwongen manier. Taal is een middel om in contact te komen met andere mensen. Het kind kan met taal zijn eigen wensen - en die van anderen - beter verwoorden, begrijpen en eventueel verkrijgen. Zijn eigen kleine wereld is het oefenmateriaal bij uitstek. Wat hij interessant vindt, zal hem meer aanspreken. En vaak zullen zijn eerste woordjes personen of dingen zijn die hij heel waardevol vindt: ‘mama’, ‘papa’, ‘auto’, ‘choco’, ‘pop’,… Leuke activiteiten helpen hem daarbij.  De eerste 3 levensjaren zijn heel belangrijk voor de taalvaardigheid in zijn hele verdere leven.

  • Elk kind op zijn tempo

Het tempo waarop een kind een taal leert verschilt sterk van kind tot kind. Sommige kinderen zullen pas hun eerste woordjes spreken op 2 jaar. Anderen doen dit al op eenjarige leeftijd. De taalontwikkeling van kinderen verloopt ook grillig en is heel beïnvloedbaar. Daarom willen we niet te sterk focussen op strikte leeftijdsgrenzen. Maar er zijn wel een aantal fasen die elk kind doorloopt.
De grote ontwikkelingsfasen in de ontwikkeling van taal:

  • de voortalige fase: van comfortgeluidjes naar brabbelen
  • de vroeg talige fase: van één-woordzinnen naar tweewoordzinnen
  • de differentiatiefase: langere en complexere zinnen, uitspraak verfijnen, explosie woordenschat, uitbreiding van communicatieve functie van taal met niet-talige communicatie
  • de voltooiingsfase​
  • Taalontwikkeling bij baby’s

Een baby communiceert in het begin vooral door te huilen.
De eerste sociale glimlach verschijnt als een baby tussen de 6 à 8 weken is. Dit zorgt voor intense contacten tussen ouder en kind.
Rond 2 maanden maakt een baby comfortgeluidjes als een teken van welbehagen.
In de maanden erna wordt dit een spelletje, waarbij de baby gedeelten van tong en mond laat meebewegen en gaat tateren. Hierdoor ontstaan nieuwe klanken zoals rrrrr en gggg. Een kind probeert van alles uit: verschillende toonhoogtes en volume zoals roepen, grommen, krijsen, fluisteren, …
Het kind gaat brabbelen: een opeenvolging van dezelfde lettergrepen: ‘da-da-da’, ‘ma-ma-ma’… 

  • Taalontwikkeling bij peuters

Rond 1 jaar kan een kind kan al hele verhalen vertellen vol onbegrijpelijke woorden, maar wel in de juiste intonatie. Dit is ‘sociaal brabbelen’.
Sommige kinderen leren nu hun eerste woordjes. Een kind begrijpt meer woordjes, dan het zelf al kan spreken.
De eerste tweewoordzinnen worden gemiddeld rond de leeftijd van 18 maanden gebruikt. Dit gaat meestal gepaard met een ware woordenschatexplosie: van 50 naar 600 woorden in 2 jaar! In deze fase wordt het kind zich bewust dat alles een naam heeft. Een kind gebruikt langere en complexere zinnen.
De uitspraak van woorden, zinsbouw, woordvorming wordt nadien verfijnd. De woordenschat neemt toe. Een kind vraagt en vertelt veel.