De pedagogische visie van Tom Hodgkinson

Lui opvoeden is niet hetzelfde als niet opvoeden

Veel ouders doen vandaag aan hyper-opvoeden. Ze willen het zo perfect doen dat hun kinderen te weinig vrijheid krijgen en overstressd raken door een te druk weekschema boordevol stimulerende activiteiten. ‘Laat kinderen gewoon doen,’ adviseert Hodgkinson. ’Relax en geniet!’  Die ideeën passen binnen een bredere stroming van ontspannen opvoeden. In een Huis van het Kind is het goed om te weten dat die stroming leeft. 
 


 

 
 

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

paspoort pedagogische visie

VISIE

Levensloop

Tom Hodgkinson wordt geboren in 1968. Hij gaat naar de Westminster School en later, in Cambridge, naar het Jesus College waar hij voornamelijk basgitaar speelt in zijn eigen punkband. Begin jaren ’90 werkt hij bij de onafhankelijke muziekketen Rough Trade Records in Londen. In diezelfe periode richt hij als 25-jarige een tijdschrift op. The Idler gaat over goed en traag leven.

Wanneer hij samen met zijn vrouw Victoria Hull drie kinderen krijgt, wordt het leven toch te hectisch. Hodgkinson beschrijft in zijn boeken hoe ze allebei lange dagen maken. Alleen zo kunnen ze een appartement in het dure Londen betalen en een nanny om de kinderen tijdens lange werkdagen op te vangen.

Hogdkinson vraagt zich af waarom hij zo druk bezig is en of het wel zo’n goed idee is om ook zijn kinderen in die hele prestatiecultuur mee te sleuren. Het wordt een onhoudbare situatie en het gezin beluit het roer radicaal om te gooien. In 2002 verhuist het gezin naar een boerderij in North Devon. Hodgkinson doet er alleen nog maar waar hij zelf zin in heeft. Hij speelt ukelele, drinkt zijn glas, schrijft goed verkopende boeken en geeft lezingen over de kunst van luiheid.

Maar na een paar jaar is het platteland niet meer zo romantisch. Kippen worden dood gebeten door vossen, regenbuizen vriezen dicht en ze rijden hun kinderen kilometers met de auto in het rond. In 2011 verhuist het gezin weer naar londen. Samen met zijn vrouw opent Hodgkinson een boekenwinkel waar hij ook The Idler Academy huisvest, met een aanbod van on- en offline cursussen over goed en traag leven.

Theorie

In zijn boek Luie ouders hebben gelijk stelt Hodgkinson dat kinderen de meeste tijd best wel goed voor zichzelf kunnen zorgen. Als opvoeders daar meer op vertrouwen en meer tijd voor zichzelf uittrekken, zullen ze gelukkiger zijn. En dat komt uiteindelijk het kind weer ten goede. Hodgkinson pleit dus niet voor luie opvoeders in de zin van “opgeven” of “aanmodderen”, maar eerder in de zin van “loslaten”: zit niet te dicht op de kinderen en geniet zelf alsjeblief ook van het leven.

Die vorm van afstand nemen is allesbehalve passief. Hodgkinson gooit de televisie en alle plastic speelgoed buiten, want ‘dat staat  gelijk aan geld, aan arbeid, aan troep’. Hij raadt ook alle vormen van georganiseerd sport en spel af en wil kinderen in plaats daarvan zoveel mogelijk vrije tijd geven. Kinderen moeten wild kunnen doen, hun eigen speelplekken en -regels verzinnen. Hij bant ook voorgekauwde uitstapjes. Stook samen een vuurtje, laat kinderen buiten rennen of onder tafel kampen bouwen. Liever dat dan een middag in een steriele binnenspeeltuin.

Verder wil Hodgkinson kinderen opnieuw aan het werk zetten: laat hen helpen in de keuken, met de was, in de tuin. Kinderen hoeven daar zelfs geen dikke duim voor te krijgen, helpen vinden ze leuk en vanzelfsprekend. Kortom, lui opvoeden is eigenlijk heel bewust opvoeden: je zit niet bovenop de kinderen maar denkt wel na over wat voor hen waardevol kan zijn. Of zoals Hodgkinson zelf zegt: ‘Er is een verschil tussen onzorgvuldig en zorgeloos.’ Hij staat voor dat laatste, voor opvoeders die kinderen hun gang laten gaan en zelf blij in het leven staan. 

Realisaties

Hodgkinson is een veel gevraagd spreker, schreef verschillende boeken over de kunst der luiheid in het algemeen en lui opvoeden in het bijzonder. Over deze thema’s geeft hij ook een tijdschrift uit met filosofische gedachten en praktische tips.  In 2006 riep hij 1 november uit tot de jaarlijkse National Unawareness Day: een feestelijke “onbewustheidsdag” waarbij we het allemaal wat minder geforceerd en gestresseerd aandoen.

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

De ideeën van Tom Hodgkinson  over relaxed opvoeden passen binnen een bredere stroming van “good enough parenting”. Het is één van de opvoedingstendensen die vandaag bij ouders leven – maar natuurlijk niet de enige – dus is het goed om hier als Huis van het Kind zicht op te hebben en rekening mee te houden.

Traag en goed genoeg

Hodgkinson surft mee op actuele maatschappelijke tendensen. Denk maar aan de Week van de Opvoeding: in 2016 was het thema nog Af en toe eens diep ademhalen. Omdat opvoeden vandaag competitief en obsessief gebeurt – er zijn sportlessen, kunstateliers, educatieve computerspellen en muziek om baby’s hersenontwikkeling in de baarmoeder alvast te stimuleren; we helikopteren boven onze kinderen om alle risico’s en mogelijk kinderverdriet te vermijden; ouders worden haast paranoide – komen er tegenreacties. Een internationale bloemlezing:

  • Binnen de slow movement heeft Carl Honoré het over slow parenting : een nieuwe balans die opvoeders moeten zoeken tussen te weinig en te veel controle.
  • De Britse psychoanalist Winnicott pleit voor good enough parenting: met gezond verstand en liefde komen de meeste vaders en moeders in het dagelijks opvoeden al een heel eind.
  • De New Yorkse columniste Skenazy die haar 9-jarige alleen de metro laat nemen, vertelt over free range parenting. Laat kinderen ook buiten scharrelen zonder het voortdurende toezicht van volwassenen.
  • In zijn boek ‘The Antropology of Childhood’ zegt de Amerikaanse antroploog David Lancy dat Westerse ouders hun kinderen teveel, niet alleen materieel maar vooral op emotioneel-pedagogisch vlak. Ook hij pleit voor een beetje meer afstand. Laat de kinderen wat meer op zichzelf, met vallen en opstaan.

Al deze pleidooien voor traag en goed genoeg of zelfs “lui” opvoeden zijn niet hetzelfde als niet opvoeden. Vaders en moeders die deze principes hanteren, zijn wel degelijk betrokken op hun kinderen. Ze begeleiden hun kind tot wanneer die alleen kan rondscharrelen en vallen dan terug op de onderlinge vertrouwensband waarin ze jarenlang geïnvesteerd hebben. Ze plannen de vrije momenten van hun kinderen niet vol met hobby’s en activiteiten, maar zorgen wel dat ze op die momenten zelf beschikbaar zij. Enzovoort. Binnen de stroming van het “lui opvoeden” gaat er nog steeds heel veel tijd en aandacht naar de kinderen.

Verhoog de druk niet

In onze contreien gaan de meeste vaders en moeders al bij al relaxed om met opvoeden. Ze willen het graag heel goed doen maar niet krampachtig. Omdat het met dat “hyperopvoeden” hier wel meevalt, is ook de tegenreactie van “goed genoeg” opvoeden minder extreem. Toch verschijnen ook in ons taalgebied soortgelijke boeken. Denk maar aan The Gentle Mom of Perfecte moeders bestaan niet. De populariteit van deze boeken bewijst dat opvoeden vandaag een zoektocht is. Er bestaan geen heldere pedagogische stromingen meer, er zijn geen eenduidige adviezen die je kunt volgen, elke ouder zoekt.

Ook de Huizen van het Kind staan in een spreidstand. Wanneer de vader van een peuterzoon vraagt naar het zindelijkheidsproces, zoekt hij dan een zeer concreet antwoord of iets anders. Idem voor de moeder die haar tienerdochter veilig online wil hebben. Directe informatie kan precies het antwoord zijn dat de ouder zoekt. Tegelijk kan het ouders het gevoel geven dat ze zelf falen. Ook al doen ze vreselijk hun best om goed op te voeden, blijkbaar is het toch niet goed genoeg: de medewerker van het Huis van het Kind weet wél het juiste antwoord (en zij niet).

Natuurlijk wil je ouders met een opvoedingsvraag in een pedagogisch adviesgesprek graag zo concreet mogelijk adviseren. Maar is een concreet antwoord altijd de oplossing? Soms is het goed om opvoedingsvragen open te trekken, zelfs de meeste concrete kwesties zoals veilig online en zindelijkheid gaan over achterliggende principes. Moet ik het tempo van mijn kind volgen of kan ik een klein zetje geven? En als ik een zetje geef, wat is de grens tussen stimuleren en forceren? Kan ik mijn kind vertrouwen en waar / wanneer heeft het nog wat begeleiding of controle nodig? Het is altijd dezelfde evenwichtsoefenening waarbij ook steeds waarden en normen meespelen: ideeën over ‘goed opvoeden’ die  niet juist of fout zijn. Als je een concrete vraag op die manier kunt opentrekken, haal je bij ouders alvast wat druk van hun schouders.

De Huizen van het Kind staan voor de uitdaging om samen met ouders nog steeds heel concreet op zoek gaan naar de beste zorgen voor een huilbaby of goede buitenschoolse activiteiten voor een kind met leerproblemen én tegelijk mee te geven dat elke ouder tussen verschillende grote opvoedingsprincipes balanceert, dat er geen juiste antwoorden bestaan. Als pedagogische adviesgesprekken die richting uitgaan, kunnen ouders dat aanvoelen als echte ondersteuning. Want ook dat blijkt uit de praktijk: als vaders en moeders ook waardering krijgen voor al hun trial and error lukt goed (genoeg) opvoeden zoveel beter.

 

 

Meer weten?