De pedagogische visie van Paulo Freire

‘Verander de wereld niet. Verander de mensen die de wereld zullen veranderen’

Soms zijn pedagogen eerder revolutionair dan pedagoog. Paulo Freire bijvoorbeeld werd voor zijn ideeën zelfs verbannen. In deze ‘Pedagogische visie van…’ lees je hoe je zijn kritische methode voor de alfabetisering van volwassenen kunt vertalen naar volwaardige participatie. In Huizen van het Kind is dat voor de ‘gebruikersparticipatie’ van ouders en kinderen zeker welkom.


 

 
 

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

paulo freire paspoort

VISIE

Levensloop

Paulo Freire wordt in 1921 geboren in het Noordoosten van Brazilië, tussen arme boeren en arbeiders. Op jonge leeftijd kent hij honger en armoede. En hij heeft last met spelling. ‘Het was niet dat ik dom of ongeïnteresseerd was’, zegt hij later, ‘ik begreep niets omdat ik honger had.’ Op 15-jarige leeftijd slaagt hij met moeite voor de toelatingsproef voor het middelbaar onderwijs. Op de Rechtsfaculteit van de Universiteit in Recife ontmoet hij zijn vrouw, Elza Maia Coast de Oliveira, met wie hij later vijf kinderen krijgt. Zij is onderwijzers en helpt hem zijn rechtendiploma te behalen. In 1946, op 25-jarige leeftijd, legt hij zich toe op volwasseneneducatie. Zijn inzichten over de kloof tussen elitaire onderwijsmethodes en de echte behoeften van de werkende lagere klasse bundelt hij in 1959 in zijn doctoraat ‘Hedendaagse opvoeding in Brazilië’.

Aan de universiteit van Recife wordt hij professor in de pedagogiek en directeur van het departement Cultuurspreiding. Vanaf 1962 coördineert hij het nationale plan voor alfabetisering van volwassenen: met Freire’s methode leren 300 landarbeiders op 45 dagen tijd lezen en schrijven. De Braziliaanse regering besluit meteen duizend van dergelijke culturele kringen met Freire’s methode op te zetten. Maar door de militaire coup in 1964 komt hieraan abrupt een einde en wordt hij verbannen. In die tijd schrijft hij ook zijn wereldberoemde boek ‘Pedagogie van de onderdrukten’. Na 15 jaar kan hij terugkeren naar Brazilië. In 1988, wordt Freire aangesteld als Minister van Onderwijs. In 1991 wordt in Sao Paulo het Paulo Freire instituut opgericht. Freire overlijdt in 1997 in Rio de Janeiro op 75-jarige leeftijd aan een hartkwaal.

Theorie

Taal is nooit neutraal, zegt Paulo Freire. Terwijl hij volwassenen leert lezen en schrijven, wil Freire dat ze ook nadenken over de betekenis van woorden. Daarom werkt hij met de woordenschat die hen zelf het meeste interesseert. Bijvoorbeeld de bron die door de landeigenaar is afgesloten of de schuld die de politie int.

In de “culturele kringen” van Freire discussiëren de volwassen leerlingen bijgevolg over moeilijke arbeidsomstandigheden, conflicten met grootgrondbezitters, corruptie, enzovoort. Zo start de kritische bewustwording, in het Portugees heet dat conscientização. Voor Freire betekent onderwijs immers niet ‘volgieten met kennis’. Dat doen de machthebbers om de armen ook op school dom te houden. Neen, onderwijs moet een dialoog zijn waarin zowel leerkracht als leerlingen van elkaar leren door elkaar te bevragen. Via volksontwikkeling ofte educação popular maakt Freire van de onderdrukte klasse dus door en door kritische denkers. Via deze alfabetiseringsmethode leren volwassenen niet alleen in korte tijd lezen en schrijven, ze zien ook in dat je allerlei structuren en beslissingen van hogerhand in vraag kunt stellen.

Realisaties

Het boek ‘Pedagogie van de onderdrukten’ dat Freire in 1970 schreef, is in verschillende talen verschenen en geldt nog steeds als een standaard werk. Freire is voor zijn werk wereldwijd erkend. Hij ontving talloze eredoctoraten, verschillende prijzen en in 1986 ook de UNESCO-prijs voor Vredeseducatie. Vlak voor zijn dood werkte Freire nog aan een boek over ecopedagogiek.

De invloed van Freire reikt verder dan alfabetiseringswerk in ontwikkelingsgebieden: de protestbeweging in mei ’68, talloze culturele centra, vormingsorganisaties, de hulpverlening en het welzijnswerk en zelfs de milieueducatie hebben zich door Freire laten inspireren. Een concreet voorbeeld uit Vlaanderen zijn de Verenigingen waar armen het woord nemen: samen pluizen zij de oorzaken van armoede uit en formuleren zij voorstellen om dit te veranderen.

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

Als we met de bril van Freire kijken naar de ‘gebruikersparticipatie’ die in elk Huis van het Kind plaatsheeft, zou hij dat zeker opentrekken. Op welke manier zou hij gebruikersparticipatie verdiepen? Bij Freire gaat het om mensen een stem geven, dat wil zeggen dat ze zich mogen of beter zelfs: moeten inlaten met de regels en het kader dat hun leven mee bepaalt, met het beleid dat hun leven beïnvloedt. Hoe kun je dat concreet realiseren in jouw Huis van het Kind?

Freiriaanse participatie

Een Huis van het Kind heeft de expliciete opdracht om rekening te houden met de mening van gezinnen – ouders en kinderen – die van de dienstverlening gebruik maken. Dat is uiteraard zinvol: als je weet wat de gebruikers ervan vinden, kun je je aanbod beter op hen afstemmen. Maar vanuit Freire’s visie is participatie die gezinnen benadert als “gebruiker” een beetje te eng. De stem van gezinnen inbrengen, betekent voor Freire meer dan polsen naar wat ze van de vooraf bepaalde, vastomlijnde dientsverlening vinden. Het is meer dan hen uit het activiteitenprogramma laten kiezen wat ze het liefste doen en ook met een ideeënbus kom je er niet.

Voor Freire heeft participatie alles te maken met kritisch denken: inzicht krijgen in de wereld rondom, zodat je in die wereld kunt opkomen voor jezelf en zaken veranderen. Korczak vond dat ook van tel voor kinderen: ze moeten niet participeren om dit te oefenen ‘voor later’, maar omdat ze wel degelijk iets te zeggen hebben over de wereld – thuis, op school, in de opvang, … – waarin ze nù leven. En wàt ze te zeggen hebben, gaat niet over details, maar over zaken die echt van tel zijn.

Met andere woorden: als je een thema-avond wil organiseren, vraag ouders dan niet om te kiezen tussen vijf titels maar vraag hen of een thema-avond voor hen een goede manier is om over opvoeding te praten. Hoe zien zij dat? Wat verwachten zij? Idem bij een bevraging: pols niet alleen naar de tevredenheid over de openingsuren, vraag ook eens ‘wat wil je dat het Huis van het Kind doet in je gemeente?’ Het wil niet zeggen dat je nooit meer thema-avonden moet organiseren, dat je nooit moet polsen naar hoe ouders hun bezoeken aan het Huis van het Kind ervaren: dat is voor jouw organisatie wel degelijk belangrijke informatie. Maar Freire indachtig kun je telkens ook een stapje verder gaan. Na een debatavond over buiten spelen, kun je met een groepje ouders ook naar de gemeente stappen om te ijveren voor meer groene speelplekken.

Twee speldozen

In Huis van het Kind Zuid-Limburg werden – met de steun van Provincie Limburg en Europa – twee concrete methodieken ontwikkeld: Ouders in Huis en Kids in Huis. Twee dozen met pionnen, gesprekskaarten, dobbelstenen en uitbreidingen. Twee tools om in dialoog te gaan, om van elkaar te leren door elkaar te bevragen. De methodieken helpen je om in de leefwereld van ouders, kinderen en jongeren te duiken.

Met Ouders in Huis kun je je eigen focus kiezen. De tool bevat namelijk twee methodieken. Allebei helpen ze om samen met ouders het aanbod en de sfeer in jouw Huis van het Kind te screenen en uit te bouwen.

  1. Thematisch toetsen. Op een doek staat het logo van Huis van het Kind afgebeeld. Elk bloemblaadje heeft een andere kleur, elke kleur is een thema. De deelnemers rollen een gekleurde dobbelsteen, daarna trekken ze een kaart met die kleur. Afhankelijk van de kleur, gaat de vraag op de kaart over thema ’s zoals ontmoeten, gezondheid, vrije tijd, kinderopvang, onderwijs … De vragen zijn altijd gekoppeld aan het aanbod en de algemene sfeer binnen je Huis van het Kind. Op die manier kun je met een groep ouders praten over wat leeft bij hen en tegelijk in kaart brengen waar nood aan is. Het gebeurt bovendien op een waarderende manier. Elke deelnemer heeft kaartjes met dikke duimen. Als iemand een leuke suggestie heeft ,een goed idee inbrengt of een interessante gedachte opwerpt, kunnen de ouders elkaar daarvoor complimenteren. Bijvoorbeeld: de deelnemers komen bij het thema gezondheid. Vaders en moeders vertellen over hun eigen ervaringen, maar brengen ook voorstellen in. Wat vinden ze belangrijk in gezondheidsbevordering? Iemand oppert het idee van een kookworkshop. De begeleider vraagt door, in functie van het aanbod: moet zo’n kookworkshop gratis zijn? Neen, zegt een vader, koken kost geld. Waarop een moeder voorstelt dat elke deelnemer een ingrediënt meebrengt. Sfeerbevorderend en praktisch. Het voorstel krijgt heel wat dikke duimen. Kortom, deze werkvorm helpt je om in een gemoedelijk kader heel concreet de vinger aan de pols te houden.
  2. Screenen op toegankelijkheid. Het doek bestaat nu uit een rooster. In elk vak moet een kaartje komen dat iets vertelt over de negen toegankelijkheidscriteria. Je kiest zelf hoe je die kaartjes over de rijen en kolommen verdeelt. Ofwel evalueer je één aanbodsvorm van je Huis van het Kind: de toegankelijkheidscriteria komen alle negen aan bod. Dit gebeurt heel grondig. Ofwel kies je verschillende aanbodsvormen van je samenwerkingsverband, die je meer oppervlakkig toetst aan verschillende criteria, zonder dat ze telkens alle negen besproken worden. De toegankelijkheidscriteria zijn vertaald naar pictogrammen. Er is een euro-teken voor betaalbaarheid, een klok voor tijd en planning van activiteiten. Een kop koffie peilt naar de sfeer. Was je hier de eerste keer op je gemak? Wat maakt dat je je hier wel / niet welkom voelt? Sommige pictogrammen peilen naar praktische zaken zoals de duidelijkheid van procedures: weet je wat het Huis van het Kind organiseert, wanneer en voor wie? Weet je wat het Huis van het Kind registeert? Bereikbaarheid: is er voldoende parking? Zijn de activiteiten goed bereikbaar met het openbaar vervoer? Kunnen kinderen het Huis van het Kind op een veilige manier zelfstandig bereiken? Bekendheid: Hoe heb je het Huis van het Kind leren kennen? Via welke kanalen? Heb je suggesties om dat te verbeteren? Kindvriendelijkheid: is er plaats voor buggy’s? Hoe reageren de medewerkers als je met je kinderen komt? Worden je kinderen aangesproken? Veiligheid: heb je het gevoel dat je hier dingen in vertrouwen kunt vertellen? Bij elk van deze negen criteria kunnen de spelers een groene, oranje of rode smiley leggen. Dit is pas het begin van het gesprek. De ouders verduidelijken waarom ze deze kleur kozen, de spelbegeleider vraagt door: wat zou helpen om van een rode smiley een oranje te maken? Wat heb je nodig om een oranje smiley in een groene te veranderen? Ook een groene smiley geeft aanleiding om vragen te stellen. Wat zijn de succesfactoren? Hoe kan het samenwerkingsverband een goede score op toegankelijkheid voor een aanbodsvorm doortrekken naar het ruimere aanbod van het Huis van het Kind? Ook in dit spel ligt de nadruk op waardering: de kaartjes met een dikke duim betekenen ‘goed idee!’ De positieve en welkome sfeer die zo belangrijk is in een Huis van het Kind wordt doorgetrokken tijdens het gesprek met vaders en moeders.  

Kortom, de methodiek Ouders in Huis polst niet alleen naar wat gezinnen van de openingsuren vinden, het gaat verder. Wat ontbreekt er in het aanbod? Wat hebben we nodig in deze buurt? Precies omdat de werkvorm inzet op structurele participatie, adviseren de makers dat je op voorhand het lokaal bestuur op de hoogte brengt. Want terwijl je met deze methodiek werkt, komen er bij de deelnemers onvermijdelijk verwachtingen naar boven, denk aan ‘meer groene speelplekken’ bij het thema vrije tijd. Je kunt niet beloven dat je het Huis van het Kind alles zal waarmaken, maar je moet wel afspreken hoe je gaat terugkoppelen naar de ouders. Wie wil graag op de hoogte blijven van de mogelijke resultaten? Zijn er misschien vaders of moeders die nadien als ambassadeur verder willen meedenken?

Kids in Huis doorloop je samen met kinderen en jongeren. Ook deze doos bevat twee methodieken.

  1. Reflectie voor de medewerkers. Wat vind je als professional van inspraak door kinderen? Als je de mening van kinderen vraagt, hoe hou je er dan effectief rekening mee? De methodiek die medewerkers aan het denken zet, kun je in kleine teams spelen of in het ruimer samenwerkingsverband van jouw Huis van het Kind. Vraagkaarten openen het gesprek. Bijvoorbeeld: je wordt uitgenodigd bij de minister om over de organisatie te spreken. Wat heb jij nodig om tot evenwaardig gesprek te komen? Als dat de randvoorwaarden zijn, hoe kun jij die dan realiseren om zelf met kinderen tot een  evenwaardig gesprek te komen? Een andere oefening gaat over de eigen kindertijd. Herinner je je een goed gesprek met een volwassene? Wat was er voor jou belangrijk in dit gesprek? Hoe verliep het op een evenwaardige manier? Op het einde kun je de antwoorden op al deze vragen bundelen in conclusies. Hoe kijken jullie nu in het team of in het samenwerkingsverband naar kinderparticipatie? Wat zijn jullie wensen en voornemens om dit waar te maken?
  2. Gesprek met kinderen & jongeren. Het spelbord bestaat opnieuw uit de bloemblaadjes van Huizen van het Kind. Elke kleur verwijst naar een thema dat de kinderen samen uitdiepen. De deelnemers (6 tot 12 jaar) komen vaak met verrassend veel voorstellen. Soms gaat het over de inrichting van het Huis van het Kind, dan weer over communicatie. Hoe willen ze benaderd worden? Jongeren vragen naar digitale communicatie, en het mag niet kinderachtig zijn. Zij wijzen ook op het verschil tussen afspraken en regels: als iets eenzijdig wordt beslist, noem het dan geen afspraak.

Gelukstotem. Een andere werkvorm is meer filosofisch van aard. Wat is het gelukkigste kind? Wat doet dat kind? Waar denkt die aan? Waar mag die naartoe? In dit soort groepsgesprekken geven kinderen bijvoorbeeld aan hoe belangrijk ze het vinden dat volwassenen voor het aanbod naar hen luisteren. Ze willen zelf vrij spel kunnen kiezen, maar ook dat er een volwassene aanwezig is die optreedt wanneer het spel onrechtvaardig verloopt of wanneer er ruzie is. Dan moet er iemand zijn die luistert en hen ernstig neemt.

Civil Society

Herinner je je nog dat de allereerste “pedagogische visie van Micha de Winter"? De cirkel is rond. Micha de Winter zegt dat opvoeden moet gebeuren in de civil society. Paulo Freire zegt: opvoeden staat niet los van de samenleving, daar moet je kritisch over nadenken. Het is de kerngedachte van Huizen van het Kind: opvoeden is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen gezinnen, organisaties en beleid. Als opvoeden gebeurt in de brede maatschappelijke structuren en Huizen van het Kind plaatsen zich daar middenin, dan kan een Huis van het Kind helpen om de verschillende ideeën en het dominante gedachtegoed over opvoeding in onze samenleving kritisch te bekijken. Een Huis van het Kind mag opvoeden niet verengen tot een techniek, het moet een baken zijn om te spreken over waarden en veronderstellingen die bij opvoeden komen kijken. Een plek waar ouders dingen in vraag kunnen stellen. Wie wil ik zijn als ouder? Wat wil ik doorgeven aan mijn kind? Hoe kunnen we dit als samenleving, als civil society samen doen? Kritisch en verbonden met de lokale samenleving rondom, zo werkt een Huis van het Kind op zijn best.

 

 

Meer weten?

  • Van Paulo Freire verschenen volgende boeken in het Nederlands:

  • Paulo Freire, Pedagogie van de onderdrukten, Baarn, In den Toren, 1972.
  • Paulo Freire, Culturele actie voor de vrijheid, Baarn, In den Toren, 1974.
  • Paulo Freire, Pedagogie in ontwikkeling. Brieven aan Guinee-Bissau, Baarn, In den Toren, 1978.

De methodieken Ouders in Huis en Kids in Huis werden ontwikkeld door de Provincie Limburg. EXPOO biedt regelmatig vormingen aan om met deze methodieken aan de slag te gaan.