De pedagogische visie van Loris Malaguzzi

Laat kinderen hun honderd talen

Kinderen hebben een natuurlijke drang om te leren en te communiceren. Dat lukt het best wanneer ze zelf dingen mogen ontdekken en wanneer ze zich mogen uitdrukken met méér dan woorden. Want kinderen zijn geboren onderzoekers en beschikken over wel honderd talen. Malaguzzi ontwikkelde in Noord-Italië samen met oudergroepen een pedagogiek die de capaciteiten van kinderen op een respectvolle manier aanboort. De manier waarop deze pedagogiek aandacht heeft voor kunst, ruimte en inrichting is inspirerend voor Huizen van het Kind.

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

Loris Malaguzzi

VISIE

Levensloop

Loris Malaguzzi wordt geboren in Corregio, een klein dorpje in de Noord-Italiaanse provincie Reggio Emilia (waarnaar zijn pedagogiek later vernoemd wordt). Hij groeit op tijdens het fascistisch regime. Aangemoedigd door zijn vader begint hij in 1939 aan een opleiding als onderwijzer. Nog voor het einde van de tweede wereldoorlog haalt hij zijn diploma Pedagogiek aan de Universiteit van Urbino.

In de periode vlak na de oorlog willen mensen het verleden achter zich laten en aan een betere toekomst bouwen. In Villa Cella (in Reggio Emilia) verkopen bewoners een tank, twee militaire vrachtwagen en negen paarden om een schooltje op te richten. De groep – waaronder vaders, moeders en kinderen – verzamelt stenen, zand en hout en start de bouwwerken. Malaguzzi fietst erheen, vraagt naar hun bedoeling en is zo onder de indruk dat hij blijft.

Ondertussen volgt hij in het Nationaal Onderzoekscentrum in Rome een cursus posttraumatische psychologie. Hij haalt er in 1946 zijn diploma; nu kan hij als onderwijzer én psycholoog in het schooltje meewerken. Hij neemt deel aan ouderdebatten waarop ze bespreken hoe kinderen zich via educatie ten volle kunnen ontplooien.

Samen zoeken ze naar de communicatieve, affectieve en maatschappelijke mogelijkheden van kinderen, met respect voor wetenschappelijk en kritisch denken. Malaguzzi organiseert pedagogische activiteiten en helpt de kinderen de oorlog verwerken. Niet zozeer door apart met hen te praten, maar door samen te doen en dingen te laten maken. Want alleen zo kunnen kinderen zich volgens Malaguzzi ten volle uiten.

Het blijft niet bij dat ene schooltje. Andere oudergroepen richten op eigen initiatief en uit eigen middelen verschillende scholen en kinderopvang op. Malaguzzi begeleidt ze. In 1980 brengt hij deze initiatieven onder in zijn netwerk "Gruppo Nazionale Nidi-Infanzia". In 1994 overlijdt hij thuis onverwacht aan een hartaanval.

Theorie en ideeën

De verschillende pedagogische handvatten van Malaguzzi vertrekken vanuit één kerngedachte: kinderen zijn krachtige wezens. Malaguzzi focust niet op wat jonge kinderen "nog niet" kunnen: ze kunnen nog niet lezen, niet schrijven, niet fietsen. Hij kijkt naar wat ze allemaal wél kunnen. Want kinderen kunnen ontzettend veel. Ze zijn geboren onderzoekers, nieuwsgierig en leergierig. Ze willen de wereld rondom ontdekken en begrijpen en hun eigen kennis opbouwen. Ze zijn communicatief en sociaal ingesteld en willen zich uitdrukken.

Voor Malaguzzi is het belangrijk om die kracht van kinderen niet te onderdrukken. ‘Een kind heeft honderd talen’, zegt hij, ‘en grote mensen stelen er negenennegentig van.’ Malaguzzi beklemtoont daarom dat volwassenen eerst en vooral naar kinderen moeten kijken en luisteren. Dan zie je hoe ze zich niet alleen uitdrukken via woorden, maar ook door te zingen, ergens heen te kruipen, te tekenen, te kleien, te spelen.

Kinderen gebruiken die honderd talen ook om de wereld te onderzoeken. Denken en leren gebeurt bij hen vooral door te doen. Daarom is het belangrijk dat kinderen interessante materialen aangereikt krijgen waarmee ze zelf kunnen experimenteren.

‘In handen van kinderen onthult de werkelijkheid zijn oneindige mogelijkheden tot transformatie’, aldus Malaguzzi. ‘Op vlak van creativiteit is het onze taak om kinderen hun eigen bergen te helpen beklimmen. Zo hoog mogelijk.’

Realisaties

Samen met vaders en moeders realiseert Malaguzzi in Noord-Italië in totaal drieëndertig kinderopvangcentra en kleuterscholen. Nog tijdens zijn leven krijgt Malaguzzi als grondlegger van een nieuwe pedagogiek ook de nodige erkenning. Het Italiaanse ministerie van Onderwijs consulteert hem, de kindercentra van Reggio Emilia worden in 1991 uitgeroepen tot "de beste ter wereld", Malaguzzi zelf ontvangt in 1991 de Ygdrasil-Lego prijs en in 1992 in Chicago ook de Kohl Award.

Malaguzzi’s ideeën komen voort uit dertig jaar ervaring met jonge kinderen. Omdat hij vindt dat je pas echt ideeën kunt overbrengen door samen te praten, zet hij niets op papier. Gelukkig zijn er verschillende interviews met hem. Zijn pedagogiek is vandaag wereldwijd verspreid. Er zijn boeken, handleidingen en andere materialen over de kindercentra van Reggio Emilia – die overigens nog altijd actief zijn. Begeleiders en creatief pedagogen observeren en documenteren er wat de kinderen ondernemen, wat hen fascineert en bezighoudt. Ze noteren, fotograferen, filmen en maken geluidsopnames van de interacties en het spel van kinderen in groep en individueel. Dat materiaal gebruiken de begeleiders om in het wekelijks teamoverleg te komen tot activiteiten die inspelen op de interesses van de kinderen.

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

Twee belangrijke elementen uit de theorie van Malaguzzi zijn het krachtig kindbeeld en de drie pedagogen. Het krachtig kindbeeld is een pleidooi om kunstbeleving binnen te brengen in Huizen van het Kind. De drie pedagogen stimuleren om in een Huis van het Kind na te denken over inrichting en ruimte.

Zet in op kunstbeleving

Malaguzzi heeft beslist een sterke invloed gehad op onze kijk op kinderen: we geloven vandaag inderdaad dat kinderen – ook de allerjongsten – heel veel kunnen. Hun vermogen om zelf te groeien en leren lijkt wel eindeloos.

We laten hen meer zelf ontdekken, kinderen mogen vandaag ondernemend zijn. Als je als Huis van het Kind het welzijn van kinderen wil ondersteunen, is het goed om te weten wat je kijk op kinderen is. Met foto’s van kinderen die geconcentreerd bezig zijn – bijvoorbeeld een bellen blazende peuter, een lachende baby op het verzorgingskussen, twee tieners in gesprek met elkaar – kun je met de medewerkers van het Huis van het Kind bespreken wat jullie onder ‘krachtig kind’ verstaan. Wat bedoelt Malaguzzi met ‘kinderen zijn volwaardige onderzoekers’? Mag het kind hier en nu een persoon zijn met eigen gevoelens, gedachten, een bepaald idee, een plan? En hoe vertaal je dat naar de prakijk?

Een van de dingen waarop het team kan uitkomen als jullie het krachtig kindbeeld en de honderd talen van kinderen omarmen, is kunstbeleving met kinderen. Ook zeer jonge kinderen kunnen genieten van de gelaagdheid van beelden en kleuren, vormen en klanken, beweging, dans, woord en expressie. Je merkt dat ook in het huidige vrijetijdsaanbod: er is muziek op schoot, theater voor peuters, een muziekfestival voor de allerkleinsten, … En ook oudere kinderen genieten van kunst speciaal voor hen.

Als Huis van het Kind kun je proberen om daarbij aansluiting te zoeken. Maak ouders warm voor cultuur in de buurt, ga partnerschappen aan zodat je gezinnen kunt uitnodigen op kunstevenementen, lok exposities en voorstellingen naar jouw Huis van het Kind. Zo spreek je niet alleen de kinderen aan op de honderd talen die zij gebruiken, ook ouders ontdekken op deze manier van welke creatieve expressievormen hun kind allemaal geniet.

Aandacht voor inrichting en ruimte

Volgens Malaguzzi zijn er drie pedagogen die het kind kunnen helpen groeien. De eerste pedagoog is het "ik" (het kind zelf) en de andere kinderen. Kinderen ontdekken door met elkaar contact te hebben en samen dingen te doen. Door hun onderlinge verschillen kunnen ze elkaar verrijken.

De tweede pedagoog bestaat uit volwassenen: ouders en medewerkers die het initiatief van kinderen ondersteunen. Kijk goed naar wat de kinderen bezig houdt. Zijn de peuters in de zandbak voortdurend het gietertje aan het vullen en uitstrooien? Dan maak je de zandbak extra boeiend door nog meer gieters te leggen, in alle maten en vormen. Vind je de jongeren meestal in de computerhoek? Dan kun je misschien samen met hen een activiteit organiseren met life computerspelen: levensgrote pacman bijvoorbeeld. Op deze manier begeleid je als volwassene de experimenteerdrang van kinderen. Je laat kinderen hun honderd talen gebruiken, je geeft ze de nodige vrijheid om dingen te ontdekken, je ondersteunt hun creativiteit en zelfstandigheid. Dat komt volledig overeen met het krachtig kindbeeld dat Malaguzzi voor ogen had. Kijk en luister naar wat kinderen boeit en stem daarop de activiteiten en het aanbod af. Via gerichte observaties kun je voor elk kind komen tot uitdagingen op maat.

De derde pedagoog verwijst naar ruimte en materiaal. Een bepaalde inrichting kan kinderen aanzetten tot beweging, tot interactie of rust. Denk maar aan een knuffelhoekje of een hangplek versus een gang met loopfietsjes en rollerskates. Denk aan een speelgoed telefoonlijn die naar de andere kant van de muur loopt. Ook materiaal kan kinderen nieuwsgierig maken (hoe werkt zoiets?), hen aanzetten om iets te creëren (wat kan ik met deze houten planken bouwen?) of tot symbolisch spel (wat maken we in het keukentje?).

In de centra van Malaguzzi is weinig kant-en-klaar speelgoed. Kinderen spelen met dagelijkse gebruiksvoorwerpen, natuurlijk materiaal (kastanjes, veren, schelpen) en kosteloos materiaal (touw, kurken, kokers). Al deze materialen zijn ‘open’ speelgoed: kinderen kunnen het op meer dan één manier gebruiken. Ze kunnen ermee spelen, het materiaal onderzoeken en ermee experimenteren naargelang de interesses die ze hebben en, volgens hun eigen ontwikkeling.

In veel Reggio-centra hangen werkjes van de kinderen aan de muren. Je ziet foto’s van gezinsactiviteiten. Er is een leefboek met uitspraken van bezoekers – kinderen, ouders, buurtbewoners, medewerkers. Dit documentatiemateriaal vertelt het verhaal van de organisatie. Terwijl je gezinnen informeert, vertel je tegelijk een stukje over de geschiedenis, over de eigen accenten van jullie Huis van het Kind. Bovendien: een verslag van pakweg de plechtige opening van het ballenbad of de skateramp laat ouders en kinderen toe om bepaalde ervaringen opnieuw te beleven. ‘Weet je nog? Dat was een fijne dag, hé!’ Dat kan de band tussen gezinnen en het Huis van het Kind verdiepen.

Om te weten of jouw Huis van het Kind aantrekkelijk is, kun je het scannen op een aantal elementen. Kindgerichtige elementen zijn bijvoorbeeld: speelgoed voor alle leeftijden, levensechte voorwerpen, boeken en prenten die de verschillende contexten van kinderen thuis weerspiegelen, materiaal waar de kinderen makkelijk zelf aan kunnen, een scheiding tussen rustig en druk spel, voldoende speelplek voor baby’s, enzovoort. Ook vanuit volwassen standpunt kun je je Huis van het Kind scannen.Kunnen ouders makkelijk met hun kind spelen? Is de ruimte niet te druk en tegelijk ook niet te clean? Kunnen ouders elkaar makkelijk ontmoeten, als ze dat willen? Wanneer stoelen bijvoorbeeld allemaal op een rij staan, is er doorgaans minder contact dan wanneer stoelen in een halve cirkel staan. Enzovoort. De boodschap van Malaguzzi is alleszins om werk te maken van een goed doordachte inrichting. Daarmee kun je veel bereiken.

Meer weten?