De pedagogische visie van Iván Nagy

Werken met gezinnen is werken met loyaliteiten

Ouders zijn voor kinderen erg belangrijk, dat weten we. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Maar wist je ook dat in die unieke band ook dieperliggende factoren meespelen? Vanuit zijn therapeutisch werk met kinderen ontwikkelde Iván Böszörményi-Nagy een theorie over de belangrijke band tussen ouder en kind en over de belangrijke positie die ouders innemen. Wat betekent dit voor een Huis van het Kind waar je werkt met ouders én kinderen? 
 

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

Nagy paspoort

VISIE

Levensloop

Nagy (spreek uit als “notsj”) wordt in Boedapest geboren in een familie van juristen: hij krijgt de woordenschat over rechten en plichten met de paplepel mee. Toch slaat hij een andere richting in. Hij studeert psychiatrie aan de Pázmány Péter Katholieke Universiteit in Boedapast en geeft er later  als professor les. Omwille van de communistische machtsovername emigreert hij echter nog voor zijn dertigste. Eerst naar Oostenrijk waar hij twee jaar als therapeut werkt voor een vluchtelingenorganiatie. 

Daarna, in 1950, trekt hij naar de Verenigde Staten waar hij zich inzet voor wetenschappelijk onderzoek. Later wordt hij professor aan de Universiteit van Chicago. In 1957 belandt Nagy in Philadelphia, voor de komende twintig jaar is hij daar directeur van de afdeling gezinspsychiatrie van het <Eastern Pennsylvania Psychiatric Institute>. Dat hulpverleners over de behandeling overleggen met de patiënten zelf én hun naaste omgeving, maakt diepe indruk op Nagy. Hij merkt het belang van de betrokkenheid van familieleden voor het welbevinden en het herstel van patiënten. 

Tijdens zijn directeurschap vervult Nagy ook talloze andere functies, hij krijgt academische aanstellingen aan verschillende universiteiten en richt allerlei afdelingen en onderzoeksinstituten op die zich in gezinstherapie specialiseren. Al die tijd, tot aan zijn pensioen in 1999, werkt hij als contextuele therapeut ook nog in een eigen praktijk. 

In 2000 wordt Iván Böszörményi-Nagy door de Hongaarse president onderscheiden voor zijn werk. In 2007 overlijdt hij op 86-jarige leeftijd aan de ziekte van Parkinson. 

Theorie

Nagy’s werk staat bekend onder de naam “contextuele therapie”. Eén van de centrale ideeën hierin is de onvoorwaardelijke loyaliteit tussen ouders en kinderen. Kinderen krijgen van hun ouders het leven, daardoor zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het oneindig groot cadeau van het leven voelt elke mens namelijk de drang om iets terug te geven. Kinderen (ook volwassen kinderen) doen dit volgens Nagy door iets van het eigen leven te maken of door bijvoorbeeld zelf kinderen te krijgen. Behalve de loyaliteit die ontstaat door de geboorte, voelen kinderen zich ook loyaal tegenover mensen die voor hen zorgen en hen opvoeden. Het is de zogenaamde “verticale loyaliteit”. Daarnaast had Nagy ook aandacht voor “horizontale loyaliteit”, bijvoorbeeld tussen boers en zussen. 

Nagy gebruikt graag het beeld van een balans: geven en nemen moeten in evenwicht zijn. Kinderen krijgen van hun ouders, maar geven ook terug. In de meeste gezinnen loopt dat vanzelf goed, maar soms raken relaties verstoord. Dan treedt er volgens Nagy een onevenwicht tussen geven en nemen. Wat uit balans raakt in één generatie, wil de volgende weer in evenwicht brengen. Denk bijvoorbeeld aan parentificatie: wanneer ouders moeilijk voor hun eigen kinderen kunnen zorgen, nemen kinderen in het gezin soms de rol van verantwoordelijke volwassene op zich. Wanneer kinderen hiervoor geen erkenning krijgen, bestaat het risico dat zij later met hun kinderen een onevenwichtige relatie aangaan. Wanneer het moeilijk is om de pedagogische erfenis te doorprikken, ontstaat een vicieuze cirkel. Daarom werkt Nagy in zijn therapeutische sessies vaak met stambomen en genogrammen. Zo zie je patronen over verschillende generaties heen.

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

De kernboodschap van Nagy is dat er tussen de ouders als eerste opvoeder en het kind een immense loyaliteit bestaat. Ook al zijn de ouders fysiek niet aanwezig, ze zijn in elke persoon altijd innerlijk aanwezig. Als je daar geen rekening mee houdt, kun je mensen onbedoeld kwetsen. In een Huis van het Kind geldt dat voor kinderen én voor ouders, die zijn immers ook steeds kind van hun eigen ouders. Daarnaast kun je in een Huis van het Kind vanuit de theorie van Nagy ook zinvolle inzichten meegeven. Evenwel zonder therapeutisch te gaan werken. 

Holistisch werken met loyaliteiten

De theorie van Nagy sluit goed aan bij de holistisch benadering van Huizen van het Kind. Er is aandacht voor de totale mens die steeds ook verbonden is met anderen. Die verbondenheid geldt in een Huis van het Kind zowel voor de kinderen als voor de ouders. 

In een Huis van het Kind werk je weinig met de kinderen alleen, meestal zijn er ouders, grootouders of andere volwassen opvoeders bij en zul je die band proberen ondersteunen. Sterker nog, je kunt ook vertrekken vanuit die band, bijvoorbeeld door een activiteit babymassage aan te bieden. Volgens de theorie van Nagy zijn ouders en kinderen immers altijd op zoek naar manieren om hun band te versterken. Je kunt ook op een meer subtiele manier zorg besteden aan de belangrijke positie die ouders innemen. Vertelt een kind bijvoorbeeld trots wat zijn vader of moeder allemaal kan, of over een leuk moment met zijn ouders, ga er dan zeker op in. Tegelijk is het voor een Huis van het Kind een goed principe om te proberen nooit negatief over ouders te praten. Niet over bepaalde ouders in het bijzonder, maar ook niet over ouders in het algemeen. Ook al verstaan kinderen niet precies waar jullie onderlinge gesprekken over gaan, soms voelen ze haarfijn aan dat een specifieke ouder of ouders in het algemeen beoordeeld worden. Wanneer kinderen ervaren dat hun ouders niet van harte welkom zijn, voelen ze zich zelf ook minder welkom. Raak je aan de ouders, dan raak je aan het kind.  

Ook voor volwassenen is dat zo. Innerlijk blijven ze altijd het kind van hun ouders. Zo zijn volwassenen vaak trouw aan de opvoeding die ze zelf hadden. De normen en waarden, ideeën en routines die ze van thuis uit meekregen, blijven hangen – ook al zijn tijden ondertussen veranderd en pakken ze veel zaken met hun kinderen anders aan. Het kan dus gebeuren dat, terwijl je bepaalde opvoedingsprincipes bespreekt en wil bijsturen, je de ouder raakt in de pedagogische erfenis die hij van zijn eigen moeder of vader meekreeg. 

Als je je van deze onderliggende dynamiek bewust bent, kun je daarmee rekening houden. Geef moeders en vaders tijd om nieuwe ideeën te laten bezinken, probeer sowieso nooit oordelend te praten en laat – indien mogelijk – ruimte zodat ouders kunnen vertellen wat hen in conflict brengt. ‘Ik zit misschien wat dicht op de huid van mijn kind, omdat ik dat zelf gemist heb?’ Ook in groepsgesprekken is het belangrijk dat ouders zich veilig voelen. Uitwisseling over opvoeding kan, op voorwaarde dat geen enkele ouder zich aangevallen voelt in de keuzes die hij maakt. En daarbij gaat het om het nu – ‘de keuzes die ik maak voor mijn kind’ – maar ook om vroeger – ‘respect voor wat ik meekreeg van mijn eigen ouders’. 

Inzicht in loyaliteiten

Wil je nog meer doen met de theorie van Nagy? Dan moet je weten dat hij ingewikkeld is en duidelijke voor- en tegenstanders heeft. Sommigen bekritiseren de haast juridische termen die Nagy gebruikt om relaties te omschrijven: schuld en verdienste, de balans van geven en nemen… Anderen hebben kritiek op het grote belang dat Nagy aan de bloedband hecht. Wat dan met relaties waar geen biologische connectie is? Maar als je voorbij de bloedband kijkt, helpen Nagy’s inzichten wel om te begrijpen hoe belangrijk bepaalde relaties zijn. Ook wanneer er geen biologische link is, telt de relatie tussen ouder en kind, de relatie met grootouders, met broers en zussen en met  andere belangrijke personen die intensief betrokken zijn bij de zorg voor het kind.

Eender wie meekomt naar een Huis van het Kind, oom of buurvrouw, deze persoon is allicht van betekenis. Ander voorbeeld: ouders die vanuit buitenstaandersperspectief “minder geschikte” opvoeders lijken, kunnen voor het kind niettemin ontzettend belangrijk zijn. Op dezelfde manier hoeft het niet te verbazen dat een ouder op een andere manier kijkt naar zijn kind dat voor de buitenwereld onhandelbaar lijkt. Ook al is het aan de oppervlakte niet altijd duidelijk, de band tussen ouder en kind is ontzettend belangrijk. En daarom soms ook kwetsbaar, er kunnen loyaliteitsconflicten voorkomen. 

Waarom bijvoorbeeld mag je in co-ouderschap niet kwaad spreken over de andere ouder? Waarom hebben kinderen verwekt uit donorschap of adoptie soms een grote behoefte om hun biologische ouder te leren kennen? Wat betekent het om als kind geplaatst te zijn? En hoe komt het dat kinderen ook enorm loyaal zijn aan hun niet-biologische opvoeders? We beseffen het niet altijd, maar Nagy bepaalt nog steeds ons denken daarover. Zo weten we dat het voor kinderen bij scheiding zwaar is om te moeten “kiezen” tussen hun ouders. Ze zijn loyaal aan beide. Nagy’s concept ‘loyaliteit’ is zelfs in het gewone taalgebruik doorgedrongen: hij heeft ons leren denken over faire relaties. Nagy wijst ons op het belang van familie. Hij laat zien hoe mensen elkaar kunnen steunen en vergeven, maar ook dat mensen elkaar soms overladen met verwachtingen. 

Dit zijn reële thema’s voor een Huis van het Kind. Hoewel het niet de bedoeling is om therapeutisch te werken, kan het wel zinvol zijn om zelf meer inzicht te krijgen in de theorie van Nagy. Zo kun je bepaalde opvoedingsvragen vanuit de loyaliteitentheorie kaderen, deze inzichten delen en soms ook beter doorverwijzen. Het belangrijkste om te onthouden is dat loyaliteiten een grotere rol spelen dan op het eerste zicht lijkt.

 

Meer weten?

Else-Marie van den Eerenbeemt (2009), Door het oog van de familie: liefde, leed en loyaliteit, uitgegeven bij Luiterpunt (Brussel)