De pedagogische visie van Edward Bowlby

Vaders kunnen ook voorzien in moederlijke zorg

Een baby laat je niet huilen. Maar waarom niet? Met zijn hechtingstheorie toont Bowlby de wereld hoe belangrijk het is in de eerste levensjaren steeds zorgzaam op signalen in te spelen. Op die manier bouwen kinderen het zelfvertrouwen op dat ze nodig hebben in hun latere leven. Daarvoor heb je moeders nodig en… vaders! Hoe geef je vaders een plaats in Huizen van het Kind ?

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

Bowlby

VISIE

Levensloop

Begin vorige eeuw wordt John Bowlby geboren in een gezin van de hogere Britse middenklasse. Omdat in zijn milieu het idee leeft dat de eigen ouders het kind teveel verwennen, wordt hij – net als heel wat andere baby’s toen – opgevoed door een nanny. De kleine Bowlby ziet zijn ouders zelden. Als hij vier wordt, verlaat zijn kinderjuffrouw de familie. Later beschrijft hij dat als een verlies ‘zo groot als het verlies van een moeder’.

Op zijn zevende jaar wordt hij naar een internaat gestuurd. Ook daarover heeft hij later geen goed woord over. ‘Ik zou op die leeftijd niet eens een hond naar een kostschool sturen.’ Op zijn veertiende start hij bij het Royal Navy College in Dartmouth de opleiding tot marineofficier. Maar omdat hij liever iets wil doen waar de samenleving wat aan heeft, gaat hij nadien geneeskunde studeren en vervolgens psychologie aan respectievelijk het Trinity College in Cambridge en het University College in Londen.

Nog tijdens zijn opleiding werkt Bowlby op een school voor kinderen met "onaangepast" gedrag. Daar wijzen zijn begeleiders hem erop dat sommige van deze kinderen problemen vertonen omdat hun primaire opvoeders hen verlaten hebben. In 1933 behaalt hij het diploma van arts, vier jaar later dat van psychoanalyticus, nog eens drie jaar later dat van psychiater. Zijn hele professionele leven wijdt hij aan de ontwikkeling van de hechtingstheorie. In 1990 overlijdt Bowlby in zijn zomerhuis in Schotland.

Theorie en ideeën

De eerste levensjaren zijn cruciaal, zegt Bowlby. Wanneer moeder sensitief en alert reageert op de signalen van baby, ontwikkelt die laatste een veilig basisgevoel. Bowlby observeert dat baby’s tijdens die eerste periode van hulpeloosheid ‘voorgeprogrammeerd’ zijn om zorg te krijgen. Dit doen ze bijvoorbeeld door te huilen, door oogcontact te zoeken, door te glimlachen, … Wanneer de vaste vertrouwenspersoon die signalen ziet en daarop inspeelt, krijgt baby wat hij verlangt en nodig heeft: aandacht en zorg. Alleen als de hechting goed verlopen is, ontwikkelt het kind een veilig gevoel waarmee het vol vertrouwen andere sociale relaties kan aanknopen en uitdagingen aangaan. Met andere woorden: een goed hechting werkt het hele verdere leven door.

In zijn ‘vreemde situatie-test’ omschrijft Bowlby types van veilige en onveilige hechting. Hij observeert kinderen terwijl ze samen zijn met een ouder: wat gebeurt wanneer de ouder eventjes weggaat? Bij veilig gehechte kinderen merkt hij een goed evenwicht tussen de behoefte aan nabijheid en de drang om te exploreren. Ze gaan makkelijk op ontdekking wanneer de zorgpersoon bij hen is en kunnen angstig zijn wanneer de zorgpersoon weggaat. Komt de verzorger terug, dan zijn deze kinderen snel gerustgesteld en hervatten ze hun ontdekkingstocht. Onveilig gehechte kinderen klampen zich aan hun zorgpersoon vast of stellen zich net heel afstandelijk op.

Wanneer uit feministische hoek kritiek komt dat hij zorg en veiligheid teveel verengt tot moeders, verruimt Bowlby zijn hechtingstheorie tot ‘een (beperkt aantal) vaste vertrouwenspersoon (-personen)’. Vanaf dan kunnen volgens hem ook anderen – vaders, familieleden en professionals – voorzien in ‘moederlijke zorg’.

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

Van de kritiek op Bowlby’s theorie kunnen Huis van het Kind alvast dit meenemen: vaders tellen mee in de opvoeding, dus is het belangrijk om ook voor vaders aandacht te hebben. Ook het idee van Bowlby om kinderen steeds voldoende veiligheid te bieden, kun je doortrekken naar Huis van het Kind.

Maak plaats voor de vaders

Ook al is er vandaag brede consensus dat kinderen zich ook prima kunnen hechten aan vaders, er is vaak nog extra alertheid nodig opdat we de positie en het belang van vaders in opvoeding blijven zien. Zo krijgen vaders binnen een organisatie voor jonge kinderen wel eens te horen ’zeg aan je vrouw dat …’ Voor vaders voelt dit soms alsof hun zorg niet ten volle meetelt, de zorg van de moeder is blijkbaar toch nog een tikkeltje belangrijker. Terwijl het net zo belangrijk is om vaders als volwaardige opvoeder aan te spreken.

Vaderschapstijl (en moederschapstijl) krijgen vorm tijdens de eerste levensjaren van het kind. Het kan demotiverend werken voor een vader die zich ten volle inzet om niet als eerste opvoeder aangesproken te worden. De manier waarop een Huis van het Kind de vaders benadert, doet er dus wel degelijk toe. Hoe kun je daarop inzetten? Wat maakt jouw Huis van het Kind papaproof?

Het begint al meteen met de manier waarop je ouders uitnodigt. Richten jullie mondelinge boodschappen aan moeders én vaders? Als je brieven opstelt, kun je bijvoorbeeld ‘beste moeders en vaders’ schrijven in plaats van ‘beste ouders’. Zo begrijpen vaders dat zij expliciet verwacht worden. Idem voor brochures. Zijn daarin ook foto’s of citaten van vaders? Je kunt nog meer visueel materiaal scannen. Staan er ook papa’s op de posters? Zie je papa’s in het fotoboek van de activiteiten?

Een andere belangrijke vraag is waarvoor je ouders uitnodigt. Organiseert het Huis van het Kind vooral infoavonden, kookworkshops en creatieve sessies? Dat zijn activiteiten die doorgaans eerder vrouwen aanspreken. Typisch mannelijke activiteiten zijn een klusnamiddag of een voetbalwedstrijd. Dit is een beetje denken in clichés. Natuurlijk zijn er ook vaders geïnteresseerd in een infoavond en moeders die graag samen met hun kinderen sporten. En een buurtonbijt spreekt allicht beide groepen aan. Toch is het goed om stil te staan bij het ‘bereik van vaders’. Naar welke activiteiten komen vaders wel/niet? Waaraan ligt dat? De inhoud? De uitnodiging? Het tijdstip? De locatie? Als je echt gaat turven, kun je bijvoorbeeld merken dat vaders wel vaak over de vloer komen, maar dat er minder gesprekken zijn met hen. Dan is het moment aangebroken om voor vaders een tandje bij te steken. De inspanningen die Huis van het Kind daarvoor levert, komt alle betrokkenen ten goede.

Tot slot is het ideaal wanneer in het team ook mannelijke medewerkers en vrijwilligers een rol kunnen opnemen.

Bied veiligheid

Bowlby heeft ons meer beïnvloed dan je zou denken. Neem nu de veiligheid die kinderen vinden bij hun vaste zorgpersonen. Als baby’s nu een prikje krijgen, mogen ze in de armen van hun vader of moeder blijven zodat ze onmiddellijk getroost kunnen worden. Dat principe kun je van het consult doortrekken naar alle werkvormen van een Huis van het Kind.

Soms worden kinderen (én hun ouders) onrustig wanneer je moeder of vader apart neemt voor een gesprek. Probeer dat te vermijden. Zorg bijvoorbeeld voor een kleine speelhoek in de gespreksruimte, ook al is er al veel speelgoed in de algemene wachtruimte: jonge kinderen willen daar zijn waar hun ouders zijn, zet ze dus vlakbij aan het spelen.

Geef ouders ook duidelijk mee dat hun kind bij hen mag blijven. Misschien denken ze wel dat het niet hoort om hun kind tijdens een gesprek bij zich te houden? Stel hen dan gerust. ‘Laat je kind maar op schoot kruipen, we kunnen gerust verder praten met ons drietjes.’ Of misschien voelen ze zich niet welkom tijdens een creatieve activiteit voor kinderen? ‘Schuif erbij! Je kunt samen kleien met je kind, des te leuker.’

Kortom, organiseer je aanbod zo dat ouders hun kinderen de nodige veiligheid kunnen bieden. Laat hen die rol ten volle opnemen, een goede hechting is belangrijk.

Meer weten?