De pedagogisch visie van Françoise Dolto

Maison (ou)vertes moeten open huizen zijn

Praat mét kinderen en niet over kinderen, was één van de adviezen van Dolto. Haar pedagogische nalatenschap bevat een onwaarschijnlijke rijkdom voor één-op-één conctacten met (soms zeer jonge) kinderen, maar ook voor meer gemeenschapsgerichte opvoedingsinitiatieven. Denk bijvoorbeeld aan de maisons vertes die vandaag nog steeds een grote inspiratiebron vormen voor Huizen van het Kind.

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

paspoort Dolto

VISIE

Levensloop

Begin vorige eeuw wordt Françoise “la petite Marette” als vierde van zeven kinderen geboren. Ze groeit op in de Parijse bourgeois kringen en krijgt een Ierse min. Enkel als haar ouders Engels tegen haar praten, glimlacht Françoise. Na het afscheid van haar min wordt baby Françoise ernstig ziek: ze geneest nadat haar moeder haar vierentwintig uur tegen zich aanhoudt.

Op haar achtste weet ze al dat ze “dokter in de opvoeding” wil worden: ‘Een soort dokter die weet dat kinderen op een bepaalde manier ziek worden wanneer er in de opvoeding dingen misgaan.’ Wanneer Françoise medische studies wil aanvatten, protesteert haar moeder: Françoise moet in de eerste plaats een goede echtgenote worden. Dus gaat Françoise werken om zelf haar studies verpleegkunde te kunnen betalen. Daarna studeert ze pediatrie, gaat in psychoanalyse en start met haar eigen consultaties.

In 1942 trouwt ze met kinesitherapeut Boris Dolto, die ook gefascineerd is door de relatie tussen lichaam en geest. Samen krijgen ze drie kinderen. Op 80-jarige leeftijd sterft ze ten gevolge van een longinfectie.

Theorie en ideeën

Dolto interesseert zich in haar consultaties voor kinderen niet alleen in medische problemen maar ook in zaken als bedplassen. Zo groeit haar visie. ‘Het kind is van jongs af een volwaardig persoon. Daarom moeten we, vanaf baby, op een volwaardige manier woorden aanreiken die het kind helpen om zijn gedachten vorm te geven.’ Tegelijkertijd beklemtoont Dolto dat er meer is dan spreken. In haar psychoanalytische sessies met kinderen – wat op zich al spectaculair was – laat ze hen tekenen, kleien en met poppen spelen. Ze focust op de band tussen moeder en kind en de belangrijke positie van de vader, ontwikkelt ideeën over de adolescentie en over de meerwaarde van opvoeding delen met anderen.

Realisaties

Dolto werkt haar hele leven ontzettend hard. Als pediater is ze verbonden aan verschillende ziekenhuizen en medisch-psycho-pedagogische centra, ze houdt gratis spreekuur en zet zich ook in voor verschillende crèches en het internaat L’école de la Neuville.

Ze onderhoudt een innige vriendschap met Lacan: hij legt haar zijn moeilijkste casussen voor. Samen met hem start Dolto in 1953 de Société Française de psychanalyse. In 1964 richt ze met Lacan de Ecole Freudienne de Paris op.

Op de radio, in tijdschriften en tv-programma’s beantwoordt Dolto opvoedingsvragen van het ruime publiek. Ze geeft echter nooit pasklare antwoorden: Dolto vraagt steeds naar de context waarin problemen zich voordoen, reikt verschillende handvatten aan en wordt zo erg geliefd bij het ruime publiek.

Werkvormen die Dolto ooit op gang trok, bestaan nog steeds. De crèches parentales bijvoorbeeld, oudercrèches waar vaders en moeders mee instaan voor het reilen en zeilen van de opvang, inspireerden zich voor hun pedagogisch kader sterk op de ideeën van Dolto.

Ook de Maisons ouvertes die Dolto in 1979 in Parijs uit de grond stampte, inspireren vandaag nog steeds. In dit “open huis” kunnen kinderen jonger dan vier jaar, vergezeld door hun ouders, kinderoppas of grootouders, samen spelen, leuke tijd doorbrengen en deelnemen aan het sociale leven. Ook toekomstige ouders kunnen er terecht. Het is geen kinderopvang maar een plaats waar ouders en kinderen kunnen spelen en met anderen kunnen uitwisselen over het dagelijkse leven. Deze plekken zijn veilig en anoniem ontworpen, zodat iedereen zich welkom en op zijn gemak voelt. Kinderen worden niet geobserveerd of geëvalueerd, ze worden rechtstreeks aangesproken als individu en maken er als snel hun eigen huis van. Omdat de deur van het eerste huis groen is, noemen de kinderen het als snel maison verte.

Vandaag gaan in Frankrijk jaarlijks 10.000 kinderen en ouders naar Maisons vertes verspreid over het hele land. Er zijn er ondertussen ook in de rest van de wereld, maar omdat Dolto altijd geweigerd heeft om dit concept te claimen doet elke spel- en ontmoetingsplaats dit onder een eigen naam.

 

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

De spel- en ontmoetingsplaatsen van Dolto bevatten twee kernideeën die voor Huizen van het Kind van specifiek belang zijn: haar pleidooi voor ontmoeting en voor praten met kinderen.

Inzetten op ontmoeting

Als Dolto samen met de ouders de eerste maison ouverte opricht, benadrukt ze sterk het belang van samenzijn van groep volwassenen en kinderen. Zo kan een vader zien dat ook andere vaders extra verlof opnemen om voor hun kind te zorgen, het is dan een geruststelling dat hij niet de enige is. Even goed kunnen twee moeders discussiëren over borstvoeding: de ene wil het graag zo lang mogelijk geven, de andere vindt het belang van moedermelk overschat.

Voor Dolto betekent ontmoeting niet per se dat iedereen dezelfde opvoedingsideeën moet hebben. Het is interessant om gelijkgestemden te vinden die jouw ideeën bevestigen, maar even interessant om andere standpunten te horen. Ofwel versterken die andere meningen een ouder in zijn eigen keuze – hij doet verder, gesterkt in zijn overtuiging. Ofwel zetten ze aan het denken – misschien is het goed om ook een andere aanpak te proberen en wil een ouder er wel meer over weten? Dergelijke vormen van open ontmoeting en vrije confrontatie verruimen volgens Dolto het eigen perspectief.

Huis van het Kind kan zo’n plek zijn waar open ontmoeting en vrije confrontatie gedijen. In de wachtzaal van het consultatiebureau, aan het onthaal, tijdens georganiseerde activiteiten, in de kinderopvang, … Kortom samen met alle organisaties verbonden aan jouw Huis van het Kind zorg je voor een warme sfeer waardoor vaders, moeders en kinderen zich welkom voelen. Als je werkt aan een klimaat waarin gezinnen op hun gemak zijn, kunnen ze makkelijker andere ouders en kinderen ontmoeten.

Daarvoor heb je alvast een belangrijk “middel” ter beschikking: kinderen kunnen er als geen ander voor zorgen dat onbekende volwassenen met elkaar beginnen te praten. Kinderen zijn makelaars van sociaal contact. Doen ze iets geks of vertederends, dan glimlachen volwassenen naar elkaar. Doen ze hangerig, dan wisselen volwassenen een blik van herkenning uit. Zorg dus dat kinderen in (elke organisatie van) het Huis van het Kind hun ding kunnen doen. Leg speelgoed klaar, richt leuke hoekjes in, geef hen de ruimte om initiatief te nemen. Als je daarnaast ook nog een leuke zitplek hebt voor de volwassenen, koffie en thee en de medewerkers stellen zich vriendelijk op, dan komt er ontmoeting en krijgen gezinnen kansen om opvoeding met elkaar te delen.

Praten met kinderen

Dolto stelt zeer expliciet: praat niet over kinderen maar mét kinderen. Wanneer ouder en kind een maison verte binnenstappen, zullen zij dan ook altijd allebei aangesproken worden. Ook als het om een baby gaat, zal de medewerker vragen: ‘Welkom. Wat is jouw naam?’ ‘Yasin’ antwoorden mama of papa dan bijvoorbeeld. Die naam wordt dan op een groot krijtbord geschreven. Dat is anoniem en lekker veilig voor de volwassenen, tegelijk voelen de kinderen: hier word ik aangesproken en gezien, ik krijg hier een plaats, ik mag hier zijn.

In het Huis van het Kind kun je daar ook op letten. Hoe jong ook, spreek kinderen aan. Zeg rechtstreeks ‘amai, wat word je groot’ in plaats van tegen de vader te zeggen ‘wat wordt hij groot!’ Vraag het kind op ooghoogte hoe het gaat, in plaats van tegen de moeder te zeggen ‘en hoe gaat het nu met hem?’ De ouders zullen hoe dan ook vertellen. In de driehoek ouder-kind-jijzelf kunnen jullie zeker bespreken hoe het gaat. Geef het kind in jullie conversatie een plek, betrek het erbij als levend wezen. Zo wordt het kind subject (en geen object) van gesprek.

Taal is voor Dolto niet alleen verbaal, het gaat ook om lichaamstaal. Kinderen nemen àlles op uit hun omgeving: de gevoelens van anderen en zeker die van hun ouders, eventuele spanningen die in de ruimte hangen, ... Kinderen zijn als sponsen en uiten dit vaak lichamelijk, met een gespannen of net ontspannen houding. Kijk daarnaar, zegt Dolto. Voelt een kind zich duidelijk veiliger als moeder in de buurt is? Zorg dan dat moeder en kind tijdens het gesprek of tijdens een activiteit samen kunnen zijn. Laat hen weten dat het goed is zo. Het credo van Dolto is immers: zie kinderen in relatie tot anderen, om te beginnen in relatie tot hun ouders. Het is een pleidooi om in een Huis van het Kind te werken met het hele gezin.

Meer weten? 

  • De beste informatie over Dolto’s leven en werk vind je in het Frans: www.dolto.fr en www.associationfdolto.be zijn interessante sites.
  • De Speelbrug in Antwerpen en de SpeelOdroom in Leuven zijn twee spel- en ontmoetingsplaatsen die werken volgens de krachtlijnen van een maison verte.
  • Psychologisch begeleider Rudy Vandenborre schreef een boek over deze spel- en ontmoetingsplaatsen voor (zeer) jonge kinderen en hun ouders: Van aanraakbaarheid rijk (2014), verkrijgbaar bij Literarte