Bruno Vanobbergen - Kinderen vragen tijd

“Maar wat is dat nu?”, roept ze.

Ze stapt van haar fietsje en kijkt naar een gebroken stok.

“Mag ik die meenemen?”

“Kom, schat, rij een beetje door, papa moet zijn trein halen”.

 

Van alle spanning die op het opvoeden van kinderen zit, vind ik dit de lastigste.

Mijn tijdsbesef tempert haar enthousiasme.

Mijn tijdsdruk jaagt haar doorheen de ochtend.

Mijn tijd – of liever het gebrek eraan – doet haar met de ogen rollen.

“Ok dan”.

 

Kinderen vragen tijd.

Daar is weinig romantisch aan.

Kinderen lijken gewoon zo gemaakt dat ze veel tijd van ons vragen.

Ook al zit er al heel veel in hun kleine, vaak kwetsbare lijfjes.

Of misschien net wel daarom.

Mogen kinderen nog opgroeien met vallen en opstaan?

Dat kinderen tijd vragen, laat zich op verschillende manieren lezen.

Er zijn vooreerst de kinderen en jongeren zelf. Zij vragen letterlijk tijd.

Kinderen en jongeren zijn mensen, maar het zijn ook mensen in wording. Opgroeien is vandaag niet simpel. Er is vaak weinig marge om nog fouten te mogen maken. Maar mens worden, gebeurt met vallen en opstaan. Mogen kinderen en jongeren nog vallen? Krijgen ze nog de tijd en de ruimte om op te staan?

Kinderen en jongeren vragen ook tijd voor zichzelf. In het boek ‘Tussen ankertijd en vrijbuiterij’ laat Johan Meire van het onderzoekscentrum Kind en Samenleving heel mooi zien hoe kinderen vandaag hunkeren naar meer tijd voor zichzelf. Kinderen vragen van volwassenen houvast in hun dagelijkse omgeving. Tegelijk hechten ze veel belang aan de verbeeldbaarheid van tijd. Het gaat dan om tijd die kinderen zelf vrij mogen invullen. Thuis, op school, in de opvang, in de instelling.

Dat dit vandaag niet evident is, heeft ook het VN-Kinderrechtencomité opgemerkt. Het Comité wijst erop dat het recht op spel – het moment bij uitstek waarop kinderen de ruimte krijgen om voor zichzelf tijd te verbeelden – vandaag onder druk staat. Spel wordt vandaag vaak functioneel of instrumenteel ingevuld (“Je moet er iets uit leren”), de school neemt nogal wat tijd van kinderen in (en dan wacht er nog het huiswerk) en in de publieke ruimte is het vandaag soms echt vechten om voor kinderen een plek te verzekeren.

Maar ook ouders zijn vragende partij voor meer tijd. De ouder of het gezin bestaat al lang niet meer. Elk worstelt op zijn manier met tijd. Tijd die belangrijk is voor de samenhang van het gezin. Tijd die meer moet zijn dan louter tijd om te overleven.  

Ouders 'runnen' vandaag vaak een gezin. Opvoeden lukt niet zonder timemanagement. Ouders kijken naar de overheid als belangrijke ondersteunende partner. Heel wat kinderen zijn maar al te vertrouwd met kinderopvang, de school, de buitenschoolse opvang en de vele vrijetijdsvoorzieningen. En wat zien we? Ook daar klinkt een roep naar meer tijd. Opvoeders, leerkrachten, kinderverzorgsters,… stellen vast dat de tijd die ze krijgen om hun zorg, onderwijs en engagement ernstig vorm te geven beperkt is. Kinderen en jongeren voelen dat ook duidelijk aan. Ze merken dat er minder tijd is voor overleg en inspraak, dat ze minder gemakkelijk geïnformeerd raken of dat ze soms heel lang moeten wachten voor ze een gepast antwoord krijgen op hun eigenlijke hulpvraag.

Kinderen vragen tijd.

En dus wordt het dringend tijd dat we “onze tijd” veel meer mee vanuit hun perspectief denken. Neem de discussie over flexibel werken of over het toekennen van een tijdskrediet. Tot op vandaag klinkt hier enkel het standpunt van de volwassene, werkgever of werknemer. In onderzoek van het onderzoekscentrum Kind & Samenleving geven kinderen aan dat het werk van hun ouders vreet aan de gezinstijd en de vrije tijd die ze samen doorbrengen. Als de ouder vaak afwezig is, laat thuiskomt, maaltijden mist of na de werkuren nog veel met het werk bezig is, dan wordt dat als een gemis ervaren.

Als signaal van kinderen is dit toch te fundamenteel om zomaar langs de kant te schuiven? ‘Laat deze Week van de Opvoeding alvast een moment zijn om het samen lachen, huilen, praten, eten een plek te geven in onze eigen tijd.

 

Bruno Van Obbergen
bruno vanobbergen
logo kinderrechtencommissariaat