Bruno Vanobbergen - Hebben kinderen te veel rechten?

De combinatie kinderrechten en opvoeding doet veel ouders vaak nog steeds naar adem happen. Het is niet dat ouders de rechten van hun kinderen niet belangrijk vinden. Het is dat ouders in de aandacht voor kinderrechten een te eenzijdig perspectief op opvoeding menen te zien. “Hoe zit dat met de plichten van kinderen?” of “Hebben kinderen vandaag niet te veel rechten?” zijn verzuchtingen die ik het voorbije anderhalf jaar zeer regelmatig hoorde. Overal, van Meeuwen-Gruitrode tot Izegem.

Ouders verbinden kinderrechten met een individueel goed, een goed dat kinderen niet altijd even gemakkelijk weten te beheren. Het maakt hun kinderen soms overmoedig, stellen ze vast. Een eigen mening hebben wordt dan snel “je moet doen wat je kind zegt”. De aandacht voor kinderrechten maakt ouders ook kwetsbaar. Ze zoeken naar wat moeder of vader zijn vandaag kan betekenen. “Mag je nog straffen? Of kan ik mijn kind nog iets verbieden?”. Ouders twijfelen want volgens “de kinderrechten” moet het kind centraal staan. Kinderrechten hebben er bovendien voor gezorgd – zo zegt men – dat kinderen mondiger zijn geworden en het is net deze mondigheid die voor meer spanningen en conflicten binnen het gezin zorgt. “Vroeger was het gemakkelijker”, zo luidt het dan. Waarbij tegelijk wel niemand echt naar vroeger terug wil.

Ook kinderen worstelen met kinderrechten. Ik denk aan de 10-jarige Robbe die voor een schoolopdracht bij mij op interview kwam en na wat aarzelen vroeg: “Heb ik recht op een Ipad?”. Robbe en zijn ouders waren het niet eens en de kinderrechtencommissaris moest raad brengen. Het vraagt tijd om kinderen duidelijk te maken dat rechten iets anders zijn dan een verlanglijstje dat je tot Sinterklaas richt.

Kinderrechten zorgen voor knopen in opvoeding. Dat is niet eens zo erg. Stel je voor dat opvoeden voortdurend rimpelloos zou verlopen. We zouden ons zorgen beginnen maken over hoe dat toch komt. Hebben kinderen vandaag te veel rechten? Neen. Het Kinderrechtenverdrag is al bij al heel bescheiden van opzet. Het zorgt ervoor dat kinderen het recht hebben op bescherming (tegen geweld en misbruik bijvoorbeeld, maar ook tegen oorlogssituaties). Het stelt ook duidelijk dat kinderen moeten kunnen groeien en ontwikkelen en dat daartoe onder meer scholen, ziekenhuizen en jeugdzorginstellingen moeten worden opgericht. En het gaat er tenslotte van uit dat kinderen het recht hebben om gehoord te worden. Alleen, of in groep. Kinderen zijn medeburgers en dan is het evident dat ook zij een stem hebben.

Recht doen aan het recht om gehoord te worden is in eerste instantie een opdracht van onze overheid. Zij maakt het mogelijk dat kinderen met een rechter kunnen spreken, dat er leerlingenraden bestaan en dat kinderen hun eigen kinderombudsman hebben. Een stem hebben of krijgen ontslaat ons evenwel niet van onze opdracht tot samenleven. Het is daarom zo belangrijk goed te beseffen wat we precies met rechten en dus ook met kinderrechten bedoelen. Elke mens heeft zijn of haar rechten, maar die krijgen maar betekenis in relatie tot elkaar. En wie zich op zijn rechten beroept, die doet dat als medemens en niet als pakweg consument. Net daarom hou ik niet van het rechten- en plichtenverhaal. Het is een verhaal dat ons gevangen houdt in ons eigen ik. Ik heb rechten, maar ik heb ook plichten. Veel interessanter is het om rechten te lezen als verantwoordelijkheden. Ze verzekeren dat iedereen tot zijn recht kan komen en benadrukken tegelijk zeer duidelijk dat dit ieders verantwoordelijkheid is.

Zo bezien is opvoeding een prachtig iets om met kinderrechten aan de slag te gaan. Het gaat dan niet over te veel of te weinig rechten, of over rechten en plichten. Het gaat dan over het gezin als plaats waar kinderen de ruimte krijgen zichzelf af te bakenen, rekening leren houdend met hun eigen grenzen en die van de ander. Het vraagt van ons, ouders, een betrokken spreken op onze kinderen. Waarin we tonen wat ons dierbaar is, en wat ons dus kwetsbaar maakt. Dat vraagt een veilige plek, een plek ook die veel vallen en opstaan toelaat. Want kinderen zijn mensen, maar ook mensen in wording. En dat is zowel voor hen als voor ons niet altijd even gemakkelijk om te behappen.

 

Voeg een nieuwe reactie toe

Bruno Vanobbergen
bruno vanobbergen
logo kinderrechtencommissariaat