Belang van vaders voor de opvoeding

De kennis over vaders die terug te vinden is in wetenschappelijk onderzoek is gering in vergelijking met die over de moederrol.

  • Lamb (1976) was één van de eersten die de vaderrol als een serieus onderzoeksobject ging bekijken. Voor hem en andere theoretici was het ook belangrijk om niet langer krampachtig vast te houden aan de simplistische opvatting dat de vader in zijn gezin en in de ogen van de kinderen één enkele eendimensionale rol vervulde. Zij onderkenden juist dat de vader een aantal belangrijke rollen vervulde – als metgezel, verzorger, echtgenoot, beschermer, voorbeeld, moreel leidsman, leraar, kostwinner.
  • Sinds 1980 hebben verscheidene onderzoekers trachten vast te stellen wat de effecten van een grotere betrokkenheid van de vader voor het kind zijn. In de meeste van deze studies hebben onderzoekers de status van het kind in ‘traditionele’ gezinnen vergeleken met die van kinderen bij wie de vader een aandeel in de verzorging van het kind heeft of daar primair verantwoordelijk voor is (Russel, 1983, 1986; Lamb, Pleck & Levine, 1985; Radin, 1994 in Lamb, 1998).

De gegevens over de invloed van vaders op de ontwikkeling van kinderen zijn vrij eenduidig of het nu om inwonende of uitwonende vaders gaat, in alle gevallen is vaderbetrokkenheid van groot belang. Als eerste toonde Amato (1994) aan dat positieve betrokkenheid van de vader tijdens de kinderjaren positief gerelateerd is met het psychologisch welbevinden van de dochters en zonen op latere leeftijd.

De gevolgen van de toenemende betrokkenheid van de vader zijn ook in enkele andere grote studies onderzocht en de resultaten komen opmerkelijk met elkaar overeen.

  • Vaderbetrokkenheid heeft een positieve werking op de cognitieve, emotionele, sociale en fysieke ontwikkeling van kinderen. Kinderen met sterk betrokken vaders worden gekenmerkt door een grotere cognitieve competentie, meer empathie, mindere seksestereotype opvattingen en sterkere interne ‘locus of control’ (Radin, 1982, 1994; Pruett, 1983, 1985; Pleck, 1997).
  • Afwezigheid van vaders in het gezin verhoogt de kans op problemen op school en op problematisch crimineel gedrag.
  • Verder blijkt de pedagogische betekenis van vaders uit hun stimulatie van autonomie en van het ontdekken van het leven buiten het gezin.
  • Onderzoek naar etnische verschillen in de invloed van vaderafwezigheid laat wisselende bevindingen zien.

In Vlaanderen geeft Hans Van Crombrugge (2003) aan dat er ook een onrechtstreeks effect is van vaderbetrokkenheid op de ontwikkeling van kinderen met name dat de betrokkenheid van de vader positief kan inwerken op de situatie van de moeders. Ze moeten namelijk werk en opvoeding gaan combineren en gaan er soms onderdoor. Samen die taken delen kan voor moeders volgens hem de verbondenheid versterken. Van Crombrugge (2003) haalt hierbij ook aan dat problemen die haast systematisch voorkomen bij eenoudergezinnen niet het gevolg zijn van de afwezigheid van de vader, maar wel op de eerste plaats van de afwezigheid van een partner voor de vrouw die alles alleen moet doen.

Andere auteurs (bv. Lamb in 1998) nuanceren deze bevindingen. Uit socialisatieonderzoek blijkt dat warmte, koestering en intimiteit bij de ouders samengaan met positieve uitkomsten bij het kind en dat het geen verschil maakt of de betrokken ouder of volwassene nu de moeder of de vader is. Afzonderlijke relaties worden minder vaak als invloed beschouwd dan de context van het gezin. Dus een positieve invloed van de vader zal dan eerder optreden als er sprake is van een goede relatie tussen vader en kind, maar ook tussen vader en zijn partner, en vermoedelijk ook met andere kinderen. Het zijn die relaties die een goede gezinscontext creëren.