Behoeften onderzoeken

Je kan veel kennis halen uit bestaand onderzoek om je beleid vorm te geven: de behoeften van ouders aan opvoedingsondersteuning zijn vrijwel overal gelijkaardig. Zelf een onderzoek organiseren, is dus zeker niet altijd nodig. De tips hieronder helpen je om informatie te verzamelen voor je beleidsplanning opvoedingsondersteuning.  

TIP: Gebruik demografische gegevens om je doelgroep in kaart te brengen
In Vlaanderen en in Brussel worden er heel wat demografische gegevens verzameld. Het is een boeiende oefening om deze gegevens te consulteren en ze te vertalen naar de gevolgen voor opvoedingsondersteuning in je eigen regio.

  • Het Nationaal Instituut voor de Statistiek verzamelt gegevens op Belgisch niveau. Onder de rubriek 'Bevolking' vind je o.a.: de structuur van de bevolking met een onderverdeling in leeftijdsgroepen, info over geboorten, vruchtbaarheid, huwelijken, echtscheidingen, enz.
  • De studiedienst van de Vlaamse Regering geeft inzicht in de leefsituatie van kinderen in Vlaanderen. Sommige bevolkingsgegevens zijn te raadplegen tot op gemeenteniveau. Op de site van de studiedienst kan je ook de lokale statistieken van elke gemeente terugvinden: lokaal sociaal beleid plus cijfers over leeftijdsgroepen, geboorten, ... .
  • Op vraag van de minister van Armoedebestrijding ontwikkelde de Studiedienst van de Vlaamse Regering de Vlaamse Armoedemonitor: die brengt de armoedesituatie en -evolutie in Vlaanderen op een bevattelijke, overzichtelijke manier in kaart en houdt er ook toezicht op.
  • Kind en Gezin publiceert rapporten met relevante informatie. De organisatie publiceert jaarlijks ‘Kind in Vlaanderen’, een rapport over de leefsituatie en het welzijn van jonge kinderen. Met gegevens over de kinderbevolking, gezinnen, tewerkstelling, welvaart en armoede, externe opvoedingsmilieus, enz.
  • Het provinciebestuur verzamelt ook cijfergegevens en beleidsplannen inzake jeugdbeleid, sociaal beleid, ….

TIP: Analyseer bestaand materiaal samen met je overlegpartners
De som van de gegevens die je zelf verzamelde, de vaststellingen die deze publicatie aanhaalt en bestaande cijfergegevens vormen een interessant uitgangspunt voor een analyse in je (boven)lokaal overlegplatform. 
Je analyse is gebaat met nieuwe invalshoeken. Nodig bijvoorbeeld ook eens actoren uit andere beleidsdomeinen of een gemeentemandataris uit. De ervaringen van de verschillende deelnemers brengen cijfers tot leven. Iedere aanwezige leert zo de doelgroepen, de klanten en de behoeften beter begrijpen.
Sta bijvoorbeeld eens stil bij vragen als:

  • Hoe denken wij, professionals, dat ouders kijken naar opvoeding? Hebben we het gevoel dat ze tevreden zijn? Wat vangen we op? Waarmee hebben ouders het moeilijk? Wat kan er ondersteunend aangeboden worden?
  • Wat vinden ouders van het regionale aanbod opvoedingsondersteuning? Kennen ze het? Vinden ze het toegankelijk genoeg? Sluit het aan bij hun behoeften?
  • Hebben we in de regio bepaalde specifieke doelgroepen? Wat zijn de ervaringen van de verschillende netwerkpartners?

TIP: Zelf een behoeftenonderzoek organiseren in je regio
Om de behoeften van ouders inzake opvoedingsondersteuning écht te kennen, lijkt het evident de ouders zelf aan te spreken. De praktijk leert echter dat dit niet altijd nodig is. En dat het ook niet makkelijk is. Wil je toch een meerwaarde creëren door een bevraging te organiseren of een regionaal onderzoek te doen? Dan ga je best niet over één nacht ijs. Onderzoek doen, is een vak apart. Vlaanderen en Brussel kennen heel wat onderzoeksinstellingen. Ook universiteiten en scholen zijn vaak bereid je bij te staan. 

Aandachtspunten:

  • Ga na welke informatie er al beschikbaar is vooraleer je ouders bevraagt. De informatie die je op die manier verzamelt bij de verschillende collega’s aan de overlegtafels brengt je vaak al ver.
  • Check of je onderzoek niet in een bredere context past. Misschien kan het deel uitmaken van een ruimer onderzoek.
  • In sommige organisaties is ouderparticipatie structureel voorzien. Raadpleeg deze organisaties en/of de ouders. Zij kunnen vertellen over kansen en successen. Werk je met een vragenlijst? Dan zijn zij de ideale personen om die uit te testen.
  • Hou het kleinschalig: baken je onderzoeksvragen goed af. Geef de voorkeur aan praktijkgerichte onderzoeksvragen.
  • Zorg voor een draagvlak bij de verschillende actoren en bij je verantwoordelijken. Informeer hen regelmatig en betrek hen waar nodig zolang het onderzoek loopt.
  • Overweeg zorgvuldig welke onderzoeksmethode je wil hanteren: zet de voor- en nadelen op een rij. Is een enquête het meest geschikt voor je onderzoeksvraag? Of ga je werken met interviews of focusgroepen, …
  • In het methodiekenboek ‘Onder collega’s’’ en in de materiaalpakketten opvoedingsondersteuning vind je suggesties voor gesprekken met ouders.
  • Kies voor zo min mogelijk belastende instrumenten. Voorzie eventueel een kleine beloning voor de deelnemers aan het onderzoek.
  • Denk na over de diversiteit in je doelgroep, en voorzie een plan B voor het geval dat de respons laag blijkt.