Angst en stress tijdens de zwangerschap

Effecten van angst en stress tijdens de zwangerschap op het (ongeboren) kind

Verschillend onderzoek toont aan dat moederlijke emoties en stress tijdens de zwangerschap een invloed hebben op pre- en postnataal gedrag en gezondheid.

Onder negatieve emoties kunnen we het volgende verstaan: algemene angst, angst gerelateerd aan de zwangerschap, dagelijks kleine gebeurtenissen zoals bv. file, grote levensgebeurtenissen zoals bv. een overlijden, depressie, spanningen of geweld in de partnerrelatie, ed. Het effect van angst of stress is afhankelijk van het tijdstip in de zwangerschap, de intensiteit en de duur van deze stressfactor. Stress en angst tijdens de zwangerschap leidt tot een verhoogde kans op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Het risico hiervoor is te vergelijken met het risico dat roken tijdens de zwangerschap met zich meebrengt.

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap veel angst en stress doormaken, zich in de eerste zeven tot acht maanden na de geboorte onderscheiden op een aantal gedragskenmerken die samenhangen met een hogere reactiviteit en/of met problemen in de zelfregulatie: verhoogde prikkelbaarheid, huilgedrag, ‘moeilijk’ temperament, bewegingsonrust en vertraging in de ontwikkeling. In de kindertijd hebben ze vooral problemen met het richten van hun aandacht, hebben ze meer gedragsproblemen en stemmingsstoornissen. Deze problemen leiden tot een minder positieve kind-ouder-relatie.

Indien aanstaande moeders tijdens hun zwangerschap voldoende ondersteund worden in het verminderen van stress en angst door het ontwikkelen of aanleren van adequate copingmechanismen, kan mogelijks de impact van stress en angst op het ongeboren kind verkleind worden. Dit leidt tot minder gedragsproblemen, betere gezondheid op latere leeftijd en betere stressbestendigheid.

Effecten van stress en angst tijdens de zwangerschap op het opvoedvertrouwen

De transitie naar ouderschap kan een periode zijn van positieve gevoelens en verwachtingen. Echter angstige en depressieve gevoelens en een laag opvoedvertrouwen zijn potentiele problemen die niet onderschat mogen worden bij de transitie naar ouderschap.

Over het algemeen groeien vrouwen in hun opvoedvertrouwen tijdens de zwangerschap. Vrouwen die angstiger zijn in het begin van hun zwangerschap groeien echter minder hard in hun opvoedvertrouwen, en heeft dit dus ook effect op hun effectief opvoedgedrag. Daarnaast blijken angstige en sombere klachten sneller af te nemen na de geboorte bij zwangere vrouwen met veel opvoedvertrouwen.

Het is dus belangrijk om aanstaande moeders reeds tijdens de zwangerschap te helpen om meer opvoedvertrouwen op te bouwen of door angst- of depressieklachten te verminderen. Extra aandacht is nodige bij het ervaren van prenatale angst, wat een voorspeller kan zijn voor minder opvoedvertrouwen. Het ervaren van successen kan de vrouwen opnieuw het gevoel geven controle te hebben op hun situatie, wat kan leiden tot meer opvoedvertrouwen en minder angstige gevoelens. (Floortje Kunseler)

Herbekijk de lezing van Prof. Van den Bergh op de dialoogdag 'Groeien naar ouderschap' van 17 juni 2016