Acknowledging the agency of young mothers

Auteur :

M. Sniekers

Jaar van publicatie :

2019

Type :

Wetenschappelijke publicatie


Jonge moeders lijken misschien vreemde eenden in de bijt van een kenniscentrum over demografische transitie. Niets is minder waar. Ik neem u daarom mee in de resultaten van mijn promotieonderzoek naar moederschap, jeugd en sociaaleconomische onafhankelijkheid.

Parkstad Limburg onderscheidt zich binnen Nederland als krimpgebied, vanwege de sociaaleconomische marginalisatie, de dalende geboorte- en vruchtbaarheidscijfers en een vergrijzende bevolking. Desondanks is het aantal jonge moeders in Parkstad Limburg relatief hoog. Bovendien behoren Heerlen en Kerkrade tot de top 15 van Nederlandse gemeenten met het laagste niveau van kinderwelzijn. Dit alles was genoeg reden om onderzoek te doen.

De jonge moeders in mijn onderzoek zijn de mensen die juist in deze regio een gezin starten. Maar wel zodanig dat ze uit de pas lopen, waardoor jong moederschap doorgaans als sociaaleconomisch en moreel probleem geldt. Mijn onderzoek richt zich juist op de leefwereld van de vrouwen zelf en hoe zij hun leven vormgeven, bijvoorbeeld in hun studie, werk, zorg, huishouden en ontspanning met vrienden.

Ik volgde 1,5 jaar lang de jonge vrouwen in hun dagelijks leven. Ik ontmoette ze wekelijks in jonge moedergroepen, bij hen thuis en op school of op hun werk. Deze vrouwen waren 27 jaar of jonger en hadden vóór hun 24e kinderen gekregen. Hun verhalen en praktijken vormen de kern, maar ook sociale professionals komen aan het woord in dit proefschrift. Inzicht in hoe jonge moeders zelf hun jeugd en moederschap vormgeven, helpt om te ontdekken wat steunend of belemmerend werkt in hun sociaaleconomische onafhankelijkheid.

De term agency staat centraal. Dat betekent in mijn proefschrift de wijze waarop de vrouwen laveren tussen de sociale, economisch-politieke en fysieke dimensies van hun leefruimte, op basis van hun persoonlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld, jonge moeders herkennen ‘slechte’ wijken als gebieden met vervallen, leegstaande huizen en ‘asociale uitkeringstrekkers’. Echter, als ze daar zelf wonen, waarderen ze dat iedereen elkaar kent en dat er mogelijkheden zijn een goedkoop appartement te huren waar ze een thuis van kunnen maken. De jonge moeders bestrijden actief bepaalde normen en regels van woningcorporaties om met urgentie een flat te krijgen. Soms worden ze niet gezien als volwassen, inkomensgenererende huishoudens louter doordat ze jongeren met kinderen zijn.

Jonge moeders ervaren vaak botsende normen en regels. Bijvoorbeeld, het tegelijk volgen van een traditionele gendernorm waarbij vrouwen de primaire opvoeders en verzorgers van de kinderen zijn en thuis blijven voor ze, botst met de sociaaleconomische verwachting dat jongeren een diploma moeten halen op het hoogst mogelijke onderwijsniveau en dan een goedbetaalde baan moeten vinden.

Beleid en interventies die speciaal bedoeld zijn voor jonge moeders om een opleiding te voltooien of werkervaring op te doen, leiden over het algemeen tot een laag opleidingsniveau waarmee toegang tot onregelmatige, laagbetaalde banen wordt vergroot. Deze banen zijn moeilijk te combineren met het moederschap. Jonge moeders krijgen ook zelden zwangerschapsverlof op school. Ze maken amper gebruik van studiefinanciering, een prikkel om hoger onderwijs te volgen, uit angst voor schulden. Dit is extra verontrustend voor jonge moeders, die niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun kinderen moeten zorgen.

Wat betekenen deze resultaten nu eigenlijk?

Jonge moeders zijn exemplarisch voor een breder probleem, namelijk dat de moeilijkheden waarmee mensen worden geconfronteerd vaak structurele problemen zijn, die ze toch individueel moeten oplossen. Hoewel jonge moeders agency uitoefenen, kunnen ze niet individueel de botsende structuren en normen met elkaar verzoenen. Dit betekent dat ze niet de ‘goede’ en ‘actieve’ burgers kunnen zijn zoals van ze wordt verwacht in Nederland. Dit proefschrift laat daarmee de noodzaak zien om problemen die individuen ervaren aan te pakken op een maatschappelijk en institutioneel niveau. Het is ook van belang om beleid, regels en diensten af te stemmen op de dagelijkse realiteit van burgers en om de congruentie tussen praktijk, beleid en leefwerelden van burgers te verbeteren. Deze aanpak zal ook een andere opvatting van doelen en effectiviteit in beleid en praktijk vragen, om kwalitatieve waarden van bijvoorbeeld motivatie, betrokkenheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid en agency te accepteren.